Intens gevoelige kinderen

Intens gevoelig

Bij Praktijk SAS wordt gesproken over intens gevoelige kinderen wanneer kinderen hyperprikkelbaar zijn op één of meerdere gebieden. Hyperprikkelbaar of intens gevoelig zijn betekent dat kinderen minder prikkels nodig hebben om erdoor getriggerd te worden, en daarnaast dat zij heftiger en langduriger op deze prikkels reageren. Hierdoor kunnen deze kinderen omschreven worden als intens, gevoelig, opmerkzaam, volhardend en energiek. Het betekent dat het leven op een intensere, diepere en levendigere manier beleefd wordt.

Vijf gebieden

Er zijn vijf gebieden waarop kinderen hyperprikkelbaar kunnen zijn. Ik zal ze hier opsommen met een korte beschrijving erbij:

  • Emotioneel -> zeer intens gevoelsleven, zelfreflectie, verantwoordelijkheidsgevoel
  • Intellectueel -> enorme leerhonger (bij interesse), veel vragen, liefde voor denken
  • Verbeeldend -> sterk associatief vermogen, levendige dromen, fantasieën
  • Zintuiglijk -> verhoogde zintuiglijke ervaringen, intense beleving van de zintuigen
  • Psychomotorisch -> verhoogd vermogen om actief en energiek te zijn, gedrevenheid

Kansen en uitdagingen

Hyperprikkelbaar zijn op bovenstaande gebieden geeft kansen en uitdagingen in het leven. De uitdagingen kunnen behoorlijk pittig zijn voor het kind en voor zijn omgeving. Je kunt de hyperprikkelbaarheden zien als een soort superpowers. Deze superpowers kunnen je overweldigen wanneer je nog niet geleerd hebt hoe je ze kunt kanaliseren. Op het moment dat je ze leert herkennen, kennen en kanaliseren, zorgen ze voor kansen in het leven.

Uitdagingen

Kinderen die bij de praktijk aangemeld worden, lopen vaak tegen uitdagingen aan die hun intensiteit met zich meebrengt. De uitdagingen komen regelmatig door onderprikkeling dan wel overprikkeling op één of meerdere gebieden. Hieronder worden per gebied een aantal uitdagingen benoemd die intens gevoelige kinderen tegen kunnen komen:

Emotioneel intens:

  • Extremen in emoties; zeer boos, super blij, totaal wanhopig en diep bedroefd. Soms dit alles elkaar opvolgend in korte tijd of zelfs tegelijkertijd beleefd
  • Lichamelijke uiting van emoties: buikpijn, hoofdpijn, hartkloppingen
  • Emoties worden sterk geuit: angsten, schuldgevoel, verlegenheid, piekeren over de dood

Intellectueel intens:

  • Leerhonger die niet gestild wordt op school waardoor er op school verveling komt wat weer leidt tot allerlei gedragingen. (terugtrekken, dagdromen, opstandig gedrag)
  • Niet kunnen stoppen met denken. Het gevoel meegesleurd te worden in gedachten zonder hier nog controle over te hebben
  • Overmatig kritisch denken, over zichzelf en over de wereld om zich heen

Verbeeldend intens:

  • Snel afgeleid zijn, zowel door externe prikkels als interne prikkels
  • Sterk visuele leerstijl waardoor het talig denken minder goed opkomt (beelddenken)
  • Angstig worden door eigen fantasie

Zintuiglijk intens:

  • Makkelijk overspoeld worden door interne en externe zintuiglijke prikkels
  • Bij overprikkeling sterk gericht zijn op zichzelf en eigen behoeftebevrediging
  • Behoefte om de aandacht op te eisen. “Rupsje nooit genoeg” op het gebied van aandacht, eten, kopen e.d.

Psychomotorisch intens:

  • Hyperactief; altijd in beweging
  • Impulsief; moeite met wachten op de beurt
  • Sterk gedreven; zeer competitief zijn, moeite met verliezen

Overprikkeling en onderprikkeling

Veel van de uitdagingen worden veroorzaakt door overprikkeling dan wel onderprikkeling. De gebieden staan met elkaar in verbinding. Zo kan onderprikkeling op het ene gebied gedrag geven op het andere gebied. Dit is waarom het van belang is om al deze gebieden in kaart te brengen. Kinderen kunnen intens zijn op één of meerdere tot alle vijf de gebieden.

Misdiagnoses of labels

Voor kinderen met sterke intensiteiten liggen misdiagnoses en labels snel op de loer. Het gedrag bij overprikkeling en onderprikkeling vertoont namelijk veel overeenkomsten met bepaalde stoornissen zoals ADHD en ASS. Het grote verschil hierin is dat het gedrag niet constant aanwezig is. Soms is het bijvoorbeeld pas gestart in een bepaalde periode. Of is het situationeel. Door een intens gevoelig kind te helpen in balans te komen, kan al vrij snel worden gezien of het gedrag verandert. Insteek is hierbij altijd: wat heeft dit kind nodig? Gedrag is een uiting van een bepaalde behoefte. Wat gebeurt er met het gedrag als we aansluiten bij de behoefte van dit kind? Insteek van begeleiding is dan ook altijd dat we samen op zoek gaan naar de behoefte van het kind en van het gezin. Hoe kan hierbij worden aangesloten zodat voor iedereen een gevoel van balans kan ontstaan?

Ouder en kind

Dit is de reden dat er bij Praktijk SAS altijd gewerkt wordt met zowel het kind als de ouders.  Op deze manier kan er een goed beeld worden gevormd van de behoeftes van zowel het kind als de ouders. Ouders worden gehoord en gezien op deze manier en zij worden intensief betrokken bij de begeleiding. Hierbij wordt verwacht dat ook ouders bereid zijn om bij zichzelf naar binnen te gaan en met zichzelf aan de slag te gaan. Het doel is hierbij ouders te versterken zodat zij samen met hun kind op zoek kunnen gaan naar de balans die bij hun gezin past.