Gevoelige kinderen

Bij Praktijk Sas kijken we naar gevoeligheid als een talent. Er zijn vijf gebieden waarop je talentvol kunt zijn. Het hebben van zo’n talent betekent dat je op een bepaald gebied extra gevoelig bent voor prikkels (intern en extern) en dat je daarnaast ook intenser dan anderen reageert op deze prikkels. Dit wordt ook wel hyperprikkelbaar of overexcitable genoemd.

Vijf gebieden

Er zijn vijf gebieden waarop kinderen talentvol kunnen zijn:

  • Emotioneel : intens gevoelsleven, sterke zelfreflectie, groot verantwoordelijkheidsgevoel
  • Intellectueel : enorme leerhonger (bij interesse), veel waarom-vragen, liefde voor denken
  • Verbeeldend: sterk associatief vermogen, creatief en out of the box denken,
  • Zintuiglijk: verhoogde zintuiglijke ervaringen, intense beleving van de zintuigen
  • Psychomotorisch: verhoogd vermogen om actief en energiek te zijn, gedrevenheid

(Hoog)gevoeligheid

Hooggevoelig zijn betekent een hoge gevoeligheid voor prikkels hebben die vervolgens op een diepgaand niveau in het brein verwerkt worden. Bij (hoog)gevoelige kinderen zien we het emotioneel talent en zintuiglijk talent vaak sterk aanwezig. Dit betekent dat deze kinderen gevoeliger zijn voor emotionele en zintuiglijke prikkels dan anderen en daarnaast dat zij sterker reageren op die prikkels. Dit wordt ook wel HSP/HSK, hooggevoeligheid of hoogsensitiviteit genoemd. Ernaast kunnen de andere talenten natuurlijk ook worden waargenomen bij deze kinderen.

Prikkelvermijdend of prikkelzoekend

Wanneer een kind naast het emotionele talent en het zintuiglijke talent een psychomotorisch talent heeft, wordt dit ook wel HSS (high sensationseeker) genoemd. Hierbij gaat het om een kleine groep binnen de hoogsensitieve kinderen. (ca. 30%) Waar de kinderen zonder het psychomotorisch talent meer prikkelvermijdend en rustzoekend zijn, zie je bij de kinderen met het psychomotorisch talent juist prikkelzoekend gedrag. Er wordt ook wel gesproken over hoogstimulatieve kinderen. Deze kinderen hebben sterk prikkels nodig, maar zijn door hun gevoeligheid ook makkelijk overprikkeld. Het lijkt leven met één voet op het gaspedaal en één voet op de rem.

Hooggevoelig en strong-willed

Wanneer er naast een emotioneel en zintuiglijk en eventueel psychomotorisch talent sprake is van de aanwezigheid van de groeifactor autonomie spreken we over hooggevoelige kinderen met een sterke wil. Dit wordt ook wel hooggevoelig en strong-willed genoemd. Deze kinderen zijn gevoelig enerzijds en hebben een zeer sterke drang naar autonomie anderzijds. Dit wordt een groeifactor genoemd omdat deze drang de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid stimuleert. Deze groeifactor bij kinderen zorgt vaak voor uitdagingen bij zowel het kind als de omgeving omdat het kind nog moet leren dat autonoom zijn niet betekent dat je alles altijd zelf kunt bepalen, maar dat je binnen gestelde grenzen en voorwaarden richting kunt geven aan je eigen leven. Wanneer deze kracht benaderd wordt vanuit autoriteit zal dit altijd leiden tot veel strijd.

Overprikkeling of onderprikkeling

Het is belangrijk om inzicht te krijgen in welke talenten een kind heeft zodat kan worden aangesloten bij de onderliggende behoefte. Door te werken vanuit de vijf talenten kan er een meer specifiek beeld worden gevormd om inzicht te krijgen in de bijbehorende behoefte. Op deze manier kan worden gezocht naar de balans tussen overprikkeling en onderprikkeling van de verschillende talenten zodat het kind tot ontwikkeling van deze talenten kan komen. Het is namelijk een kracht en niet iets dat bijvoorbeeld enkel beschermd of afgeschermd dient te worden.

Uitingen van onder- en overprikkeling

Bij emotioneel talent:

  • Extremen in emoties; zeer boos, super blij, totaal wanhopig en diep bedroefd. Soms dit alles elkaar opvolgend in korte tijd of zelfs tegelijkertijd beleefd
  • Lichamelijke uiting van emoties: buikpijn, hoofdpijn, hartkloppingen
  • Emoties worden sterk geuit: angsten, schuldgevoel, verlegenheid, piekeren over de dood

Bij intellectueel talent:

  • Leerhonger die niet gestild wordt op school waardoor er op school verveling komt wat weer leidt tot allerlei gedragingen. (terugtrekken, dagdromen, opstandig gedrag)
  • Niet kunnen stoppen met denken. Het gevoel meegesleurd te worden in gedachten zonder hier nog controle over te hebben
  • Overmatig kritisch denken, over zichzelf en over de wereld om zich heen

Bij verbeeldend talent:

  • Snel afgeleid zijn, zowel door externe prikkels als interne prikkels
  • Sterk visuele leerstijl waardoor het talig denken minder goed opkomt (beelddenken)
  • Angstig worden door eigen fantasie

Bij zintuiglijk talentr:

  • Makkelijk overspoeld worden door interne en externe zintuiglijke prikkels
  • Bij overprikkeling sterk gericht zijn op zichzelf en eigen behoeftebevrediging
  • Behoefte om de aandacht op te eisen. “Rupsje nooit genoeg” op het gebied van aandacht, eten, kopen e.d.

Bij psychomotorisch talent :

  • Hyperactief; altijd in beweging
  • Impulsief; moeite met wachten op de beurt, clownesk gedrag
  • Sterk gedreven; zeer competitief zijn, moeite met verliezen

Misdiagnoses of labels

Voor kinderen met sterke talenten liggen misdiagnoses en labels door dit gedrag bij onder- en overprikkeling snel op de loer. Het gedrag bij overprikkeling en onderprikkeling vertoont namelijk veel overeenkomsten met bepaalde stoornissen zoals ADHD en ASS. Het grote verschil is onder meer dat het gedrag niet constant aanwezig is en het niet belemmerend werkt op meerdere levensgebieden. Soms is het bijvoorbeeld alleen in een bepaalde periode. Soms is het situationeel, alleen op school of alleen thuis. En soms komt het gedrag pas tevoorschijn bij emotionele spanning.

Kijken voorbij het gedrag

Door een getalenteerd kind te helpen in balans te komen, kan al vrij snel worden gezien of het gedrag verandert. Insteek is hierbij altijd: wat heeft dit kind nodig? Gedrag is een uiting van een bepaalde behoefte. Wat gebeurt er met het gedrag als er wordt aangesloten bij de behoefte van dit kind? Bij Praktijk SAS gaan we op zoek naar de behoefte onder het gedrag.

Ouder en kind

Bij Praktijk SAS wordt altijd gewerkt met zowel het kind als de ouders.  Het kind functioneert in een gezinssysteem. Op deze manier kan er een goed beeld worden gevormd van de behoeftes van zowel het kind als de ouders. Ouders worden gehoord en gezien op deze manier en zij worden intensief betrokken bij de begeleiding zodat hun opvoedkracht wordt vergroot. Het doel is hierbij ouders te versterken zodat zij samen met hun kind op zoek kunnen gaan naar de balans die bij hun gezin past.