Begaafde kinderen

Begaafde kinderen, dat zijn toch de kinderen die altijd goede scores halen op school? Die kinderen met alleen maar A+ op de CITO’s? Die kinderen die liever leren dan spelen en altijd met hun neus in de boeken zitten? Die kinderen die wel slim zijn maar sociaal-emotioneel altijd een beetje achterlopen? Het opvoeden van deze kinderen is toch een “piece of cake?” Begaafdheid heeft toch alleen met school te maken?

Vooroordelen begaafdheid

Dit zijn zomaar een aantal van de hardnekkige vooroordelen die er heersen over begaafdheid. Hoe anders is het in de realiteit. Natuurlijk kunnen bovenstaande eigenschappen voorkomen bij begaafde kinderen, net zoals ze kunnen voorkomen bij niet begaafde kinderen. Maar heel vaak is het anders en lopen deze kinderen, hun ouders en hun docenten tegen uitdagingen aan. 

Definitie hoogbegaafd­heid:

“Hoogbegaafdheid betekent het hebben van een hoger niveau van bewustzijn, grotere sensitiviteit, een groter vermogen tot het begrijpen van waarnemingen en het omzetten daarvan naar intellectuele en emotionele ervaringen.” Annemarie Roeper

Door deze definitie wordt direct zichtbaar dat het bij begaafdheid om zoveel meer gaat dan (enkel) een hoge score op een IQ-test. Het verschil tussen de begaafde (120-129) en zeer begaafde (>130) score op de IQ test kan ervoor zorgen dat een kind wordt gekwalificeerd als “net niet hoogbegaafd.” In de praktijk betekent dit dat het kind een score net onder de 130 heeft behaald op de IQ-test. Dat is iets wezenlijk anders dan wat we omschreven zien in de definitie van hoogbegaafdheid. Daarbij kan een verkoudheid al 10 punten verschil geven in de uitkomst van een IQ-test. Door de jaren heen hebben wij meerdere malen gezien dat er grote verschillen werden gezien tussen uitkomsten van IQ-testen van kinderen afgenomen door verschillende testers of op verschillende momenten. Met alle gevolgen van dien.. Want de uitkomst van die test kan grote gevolgen hebben.

Potentie in Ontwikkeling

Dit is de reden dat wij werken met ‘ontwikkelingspotentieel’ in plaats van ‘hoogbegaafdheid’. Dit hebben wij vertaald naar het Potentie in Ontwikkeling model:

In de eerste afbeelding zie je de verzameling van persoonskenmerken en talenten die gezien kunnen worden bij kinderen met een groot ontwikkelingspotentieel.

In de tweede afbeelding zie je ons werkmodel. We gaan met het kind (en ouders) onderzoeken of het kind deze persoonskenmerken en talenten herkent en wat dit dan betekent voor het kind. Er kan sprake zijn van een conflict met die kenmerken zoals een negatief doorslaand perfectionisme dat belemmerend werkt op de ontwikkeling.

Het kind kan ook in conflict zijn met het systeem. Dit kan zijn het gezin, de school, de sportclub, de maatschappij etc. In begeleiding gaan we dit samen met ouders en indien gewenst school verkennen om zo inzicht te krijgen in wat er nodig is om met dit conflict aan de slag te gaan.

Op deze manier kan er gewerkt worden naar balans. Balans met jezelf en je persoonskenmerken, en balans met je omgeving.

Talentvolle kinderen

Bij Praktijk SAS wordt gewerkt vanuit de Intenso-methode. Hierbij wordt naar ontwikkelingspotentieel gekeken als een combinatie tussen de aanwezigheid van bepaalde persoonskenmerken en talenten. Door het werken vanuit de vijf talenten (intellectueel, emotioneel, beeldend, psychomotorisch en zintuiglijk) kan er een breder en duidelijker beeld ontstaan van de aanwezige talenten en bijpassende (leer)behoeften van het kind zodat daarbij kan worden aangesloten. Bij kinderen met een groot ontwikkelingspotentieel worden vaak meerdere talenten waargenomen. Het intellectuele talent springt meestal het meest in het oog. Deze kinderen hebben een enorme leerhonger en een sterke drang tot weten. Dit vertaalt zich zeker niet altijd in hoge schoolresultaten omdat deze drang sterk gekoppeld is aan interesse.

Naast dit talent wordt vaak het emotionele en het beeldende talent waargenomen. Een sterk creatief denkvermogen waardoor deze kinderen sterk out of the box denken. Een hoge emotionele gevoeligheid waardoor deze kinderen bijvoorbeeld een soort zesde zintuig hebben voor authenticiteit bij mensen. Het psychomotorische talent kan hiernaast ook aanwezig zijn. Dit zorgt voor een sterke motivatie en drive, maar kan ook zorgen voor impulsiviteit en hyperactiviteit. Het zintuiglijk talent zorgt dan weer voor de intense beleving van de wereld. Er ontstaat een duidelijk en breed inzicht in het ontwikkelingspotentieel van een kind wanneer het bekeken wordt vanuit de verschillende talenten.

Sterke drang naar autonomie

Bij deze kinderen wordt er naast de talenten een extra groeifactor waargenomen, namelijk de groeifactor autonomie. Dit is een groeifactor omdat deze drang naar autonomie de ontwikkeling kan stimuleren naar het leren leven vanuit de eigen kernwaarden en hierdoor wordt de eigen persoonlijkheid verder ontwikkeld. Deze kinderen willen heel graag zelf bepalen hoe ze leven, wat ze leren, wat ze doen etc.

Vanzelfsprekend leidt dit soms tot lastige situaties omdat kinderen nu eenmaal nog niet in de positie zijn dat ze al heel veel zelf kunnen bepalen. Veel wordt nog voor hen bepaald. Strijd kan dan ook het gevolg zijn wanneer geprobeerd wordt deze drang tot autonomie vanuit autoriteit te benaderen. Dit werkt namelijk vaak averechts en kan leiden tot oneindig veel discussies en strijd.

Communicatie

Een andere manier van communiceren kan hierin een wereld van verschil maken. Het is nooit de bedoeling om de wil van het kind te breken, maar het kind en de omgeving te leren hoe het kind zijn autonomie kan ontwikkelen binnen gestelde grenzen en voorwaarden.

Uitdagingen

Talentvolle kinderen en hun omgeving kunnen tegen allerlei uitdagingen aanlopen. De volgende uitdagingen komen regelmatig naar voren in aanmeldingen bij Praktijk SAS:

  • veel strijd in het gezin
  • angsten en slaapproblemen
  • intense verveling op school
  • totaal ander kind op school dan thuis
  • zwakke executieve functies zoals organiseren, plannen, taakinitiatie, volgehouden aandacht, emotieregulatie, reactie-inhibitie en flexibiliteit
  • clownesk en druk gedrag of juist teruggetrokken gedrag
  • overprikkeling door zintuiglijke prikkels zoals geluid, licht en kleding
  • gedrag dat vermoedens van ADHD, autisme of woedestoornissen geeft, maar op andere momenten is dit gedrag er weer helemaal niet.
  • eenzaamheid, moeite met aansluiting vinden en met het maken en onderhouden van vriendschappen, zich anders voelen
  • moeite met autoriteit
  • leerproblemen zoals moeite met het leren lezen, rekenen of begrijpend lezen
  • moeite met automatiseren

Begeleiding

Kinderen die bij Praktijk SAS in begeleiding komen, doen dit nooit alleen. Zowel het kind als ouders worden bij het hulpverleningstraject betrokken. Zo wordt het een traject van het gezin en werken ouders en kind samen aan het vinden van een modus waarbij iedereen tot zijn recht kan komen en zich prettig kan voelen. Er is begrip en aandacht voor ieders behoefte. School wordt hier vaak in meegenomen, daar het kind een groot deel van zijn tijd daar doorbrengt. De leerbehoefte van een talentvol kind kan wel eens anders zijn en niet passend bij het leeraanbod van school. Hierin wordt dan samengewerkt met leerkracht, intern begeleiders en indien nodig directie om te kunnen komen tot een passend onderwijsaanbod voor het talentvolle kind. Zo kan er worden gekomen tot een totaalbeeld van de behoefte van het kind, ouders en school en kan er worden samengewerkt naar het vinden van een passende vervulling van die behoeften. Het doel is hierbij altijd een kind dat lekker in zijn vel zit en in balans is met zichzelf en zijn omgeving.