Blog

Practise what you preach

Ken je dat? Dat je aan anderen aan het uitleggen bent wat hen zou kunnen helpen, maar dat je plotseling beseft dat je zelf precies het tegenovergestelde aan het doen bent? Dat aha-moment kwam bij mij ineens voorbij. Ik besefte dat ik een gebrek aan uitdaging ervoer waardoor ik mijn happy gevoel aan het verliezen was en bore-out-achtige klachten begon te ervaren.

Hoogbegaafd en uitdaging

De meeste mensen hebben al wel eens gehoord dat het voor hoogbegaafden belangrijk is om voldoende uitdaging te hebben om zich gelukkig en lekker in hun vel te kunnen voelen. Vaak is dit onderdeel van de begeleiding van een (hoog)begaafd kind.

Wat gebeurt er regelmatig op school? Een kind is telkens snel klaar met de werkjes en krijgt dan extra werk. Dit extra werk mag wel pas gemaakt worden wanneer het “gewone” werk af is. Gevolg: het kind krijgt meer werk dan de andere kinderen en het wordt hier niet per definitie gelukkiger van. Gevolgen voor kinderen hiervan kunnen zijn:

  • Het kind ervaart stress omdat het zoveel werk moet doen. Het laat dit misschien niet op school zien, maar thuis zien ouders een boos of verdrietig kind na school of een kind dat in de ochtend buikpijn en hoofdpijn heeft en niet naar school wil.
  • Het kind raffelt het “gewone” werk af omdat het graag het extra werk wil doen. Dan wordt ingezet op het “gewone” werk eerst goed maken en wordt het extra werk als beloning ingezet.
  • Het kind vindt het oneerlijk dat het meer moet doen dan de andere kinderen en weigert het extra werk te doen.
  • Het kind ziet dat de andere kinderen veel minder moeten doen en bedenkt om dan maar langzamer te gaan werken zodat het lijkt dat het kind onderwijs krijgt dat passend is bij de leerbehoefte.

Niet extra maar passend werk

Vaak wordt de denkfout gemaakt dat er sprake is van extra werk. Het woord extra geeft echter een verkeerde lading aan het werk. Het gaat hierbij om passend werk. Passend bij de leerbehoefte van het kind. Het is dus zeker geen extra werk, maar gewoon het werk dat voor dit kind nodig is om tot leren te kunnen komen. Zo wordt het niet langer kijken naar hoe extra werk kan worden ingezet, maar hoe kan worden gekomen tot een passend leeraanbod voor dit kind.

Niet verrijken en verdiepen zonder compacten

De eerste stap in het zoeken naar het passend leeraanbod voor een kind dat de reguliere stof sneller tot zich neemt dan het gemiddelde kind waar de lesstof op is afgesteld, is onderzoeken waar de lesstof kan worden ingedikt. Een zeer vaak gehoord woord bij hoogbegaafde of intellectueel talentvolle kinderen is het woord SAAI!

Saai kan veel dingen betekenen zoals te moeilijk of te veel van hetzelfde. Dat laatste komt door het vele herhalen en inoefenen dat onderdeel is van de methodes. Door de lesstof in te dikken en voor deze kinderen onnodige herhaling eruit te halen kan de saaiheid worden verminderd.

Er zijn verschillende manieren om te compacten zoals bijvoorbeeld voorafgaand aan een blok de bloktoets af te nemen bij een kind. Zo kan er gekeken worden wat het kind al beheerst en kan er geschrapt worden in de lesstof. Via deze link https://talentstimuleren.nl/onderwijs/primair-onderwijs/differentieren/compacten is er per methode te vinden hoe er gecompact kan worden.

Taxonomie van Bloom

Wanneer de lesstof dan is ingedikt, ontstaat er ruimte voor verrijking en verdieping voor het kind. We gaan nu dus lesstof toevoegen om te kunnen komen tot een passend aanbod bij de leerbehoefte van dit kind. Wat is hier nu belangrijk bij? Nog vaak worden er projecten ingezet waarbij een kind over een onderwerp dingen moet opzoeken, dit moet verwerken in een werkstuk en tot slot het moet presenteren voor de klas. Dit doet echter alleen een beroep op de lagere denkorde.

Bloom heeft een onderscheid gemaakt tussen lagere denkorde opdrachten en hogere denkorde opdrachten. Lagere denkorde opdrachten doen een beroep op begrijpen, onthouden en toepassen van stof. Hogere denkorde opdrachten doen een beroep op analyseren, evalueren en creëren. Hierbij moet je dus echt gaan denken. Dit laatste is wat een intellectueel talentvol kind ervaart als de prikkeling die voldoening geeft aan die intense leerhonger. Bij het eerder genoemd project wordt er enkel een beroep gedaan op de lagere denkorde en dit is dus niet voldoende uitdagend.

Andere talenten gaan meedoen

Wanneer je niet toekomt aan voldoende prikkeling van je intellectuele talent, gaan de andere talenten vaak meedoen met het onprettige gevoel. Je kunt bijvoorbeeld meer last krijgen van het zintuiglijk talent en meer last ervaren van allerlei prikkels. Je kunt ineens minder goed bepaalde kleding of geluid verdragen bijvoorbeeld. Ook het psychomotorisch talent kan mee gaan doen bij deze onderprikkeling. Je kunt ineens veel meer innerlijke onrust ervaren, meer moeite hebben met je impulsiviteit bedwingen of hyperactief worden. Het beeldend talent kan meedoen als reactie op de onderprikkeling door je veel te laten dagdromen. Je lijkt minder goed geconcentreerd en “gaat uitzonen”. Als laatste komt vaak ook het emotioneel talent meedoen met de pret. Je gaat meer extremen in emoties ervaren. Je zit niet lekker in je vel.

Zoals je ziet kun je dus op allerlei gebieden last hebben van de intellectuele onderprikkeling. Vaak zorgt dit ervoor dat het kind allerlei andere hulp aangereikt krijgt, omdat er niet gezien wordt dat het om intellectuele onderprikkeling gaat. De uitingen van de andere talenten scheppen dan een verwarrend beeld.

Het werkt ook andersom. Een overprikkeling van het emotioneel talent (bijvoorbeeld door een gevoel van onveiligheid bij de klas of leerkracht) kan ervoor zorgen dat het kind niet openstaat voor de extra uitdaging en dit probeert te vermijden. Zo zie je dat het geen gesneden koek is om te bepalen wat een kind nodig heeft. Aandacht voor alle talenten bepaalt vaak het succes hierin.

Wat je zegt, ben je zelf..

Ik geef trainingen en opleidingen aan professionals in onderwijs, jeugdhulpverlening en kinderopvang over hoogbegaafdheid, talentvolle kinderen en hoogsensitiviteit. Wat ik hierboven besproken heb, komt dan natuurlijk ook aan bod. Terwijl ik tijdens een training dit aan het uitleggen was, kreeg ik een aha-moment! Zonder het in de gaten te hebben, was ik zelf in de valkuil gestapt van te veel in de lagere denkorde werken. Langzaam dooft dan mijn innerlijke lichtje. Ik ga meer vermijdend gedrag inzetten, voel me moe, krijg moeite met concentreren en ga zo maar even door. Klachten die richting bore-out gaan. Ik MOET dus echt toekomen aan analyseren, evalueren en creëren om lekker in mijn vel te blijven zitten.

Practise what you preach

Nu mocht ik dat wat ik anderen leer opnieuw voor mezelf gaan toepassen. Indikken van datgene wat minder uitdaging en prikkeling oplevert en toevoegen van opdrachten die een beroep doen op die hogere denkorde. En dan ineens gaat alles weer stromen. De creativiteit die dood bloedt bij mij wanneer ik vast zit in te weinig uitdaging, komt dan plotseling weer tot leven. Ik voel de bubbels weer bruisen in mijn hoofd en lijf en de ideeën buitelen weer door mijn hoofd. Ik krijg weer energie en voel me emotioneel fijn en sterk.

Herken je dit?

Herken je dit bij je kind of misschien wel bij jezelf? Kijk dan eens wat Praktijk SAS zou kunnen betekenen. Of bekijk eens of een training of opleiding op dit gebied zoals op de https://intensomethode.nl/ te vinden is, iets is wat jou weer de juiste prikkeling kan geven om jezelf weer vol leven en enthousiasme te kunnen voelen!

Soldier off

Soldier on

Vanochtend reed ik naar mijn werk. Op de radio speelde het liedje ‘Soldier on’ van Di-rect. Ineens kwam het hard bij mij binnen. Een besef dat me raakte tot in mijn ziel. Voor het eerst in vierenveertig jaar begin ik te leven met mijn soldier off…

Knokken en vechten

Mijn hele leven ben ik aan het vechten en knokken. Ik werd zeven weken te vroeg geboren. De bevalling was allesbehalve fijn voor mijn moeder, die vastzat in een huwelijk zonder veiligheid. Ze heeft geknokt voor wat ze waard was om mij op de wereld te zetten. Het knokken is me dus met de paplepel ingegoten. Als kleine prul in de couveuse vocht ik tegen de sonde. Hoe hard de verpleging hun best ook deden, die sonde kregen ze er niet in. Stug bleef ik het eruit trekken. Ik was begonnen met vechten..

Een leven met ‘soldier on’

Mijn leven werd niet heel veel makkelijker na die pittige geboorte. Hoewel mijn moeder zo graag een leven vol liefde en geluk voor me wilde, liep het vaak anders. Mijn leven leest als een tragische roman met nodige dieptepunten maar gelukkig ook veel liefde. Mijn moeder worstelde ons los van mijn vader en bouwde een leven op met een zachte en hardwerkende man. Voor mij bleef echter de strijd met mezelf om te kunnen leven met het feit dat mijn eigen vader mij niet wou. Sterker nog, hij zei bij de scheiding dat hij mij niet hoefde. Dit heeft bij mij mijn ‘rejection sensitivity’ getriggerd.

Gevoelig voor afwijzing

Ik werd enorm gevoelig voor afwijzing. Keihard ging ik knokken om erbij te horen. Hoewel ik diep van binnen altijd bleef denken: wie zal jou nou willen als je eigen vader je niet eens wil? Ik was een lief en wat verlegen meisje met een verborgen extraverte kant. Die kant kwam er wel eens uit met een playbackshow. Mensen waren vaak verbaasd dat dat stille meisje wel op een podium durfde te staan. Een vat vol tegenstrijdigheden. Dat was ik en dat ben ik.

Middelbare school: soldier gaat on

In mijn eerste jaar op de middelbare school overleed mijn vier jaar oudere neef die naast ons woonde door een brommerongeluk. Dit was mijn eerste kennismaking met de dood. Hierna voelde ik dat ik nog verder afstond van aansluiting met mijn leeftijdgenoten dan ooit. De scheiding van mijn ouders en nare ervaringen in de basisschoolperiode zorgden al voor onbegrip en afstand. Maar dit grote verdriet maakte de afstand niet meer te overbruggen. Mijn ouders, mijn oom en tante, de oudere broer van mijn neef; hun verdriet was dagelijks in mijn leven. Het droop van de muren van ons gezamenlijk huis. Mijn tante en oom zaten vol verdriet en vol wrok. Toen mijn ouders een paar maanden later toch sinterklaas wilde vieren voor mijn broertje dat nog in Sinterklaas geloofde, verbraken zij het contact. Zij wilden op geen enkele manier meer contact met ons gezin.

Afwijzing op afwijzing

We woonden in een twee-onder-één-kap huis, dus geen contact was onmogelijk. Afwijzing op afwijzing volgde. Mijn tante waar ik een goede band mee had, draaide haar hoofd om als ze me zag. Mijn neef keek weg als hij aan kwam rijden en me tegenkwam. Mijn broertje die naar mijn oom riep of hij de bal terug wilde gooien werd straal genegeerd. Toen zijn vriendje echter riep, pakte mijn oom de bal en gaf die aan het vriendje van mijn broertje. Mijn moeder ging kapot van binnen aan dit alles. Ze wilde zo graag haar kinderen een fijn leven geven, maar dit lukte hier gewoon niet. We hebben er nog drie jaar zo gewoond. Die drie jaar waren voor ons hele gezin een hel vol afwijzing.

Knokken als een soldaat

In die jaren ging mijn soldier on. Ik ging een rol spelen. Ik werd een boze meid met een grote mond. Jammer genoeg was ik van binnen juist vaak alleen maar bang. Maar dit liet ik aan niemand meer zien. Zelfs in mijn dagboeken uit die tijd ben ik niet eerlijk tegen mezelf, maar schrijf ik vanuit mijn soldatenrol. Ik werd een onhandelbare tiener die naar niemand meer luisterde. Ik zocht contact met mijn biologische vader omdat ik hoopte daar een thuis zonder pijn en verdriet te vinden. Maar ik ging van de regen in de drup. Na een half jaar contact kon ik niet anders dan het contact verbreken. Mijn vader wilde geen contact met mij om mij, maar om mijn moeder weer lastig te kunnen vallen. Dat wilde ik niet op mijn geweten hebben en dus kapte ik het resoluut af.

Van tiener naar volwassenheid

De jaren die volgden stelden me regelmatig voor grote uitdagingen. Zo verloor ik drie keer mijn kindje vroeg in de zwangerschap voor ik mijn oudste dochter kreeg. Dit was een intens verdriet en gaf mij een intens gevoel van afwijzing. Afwijzing? Ja afwijzing want het voelde voor mij alsof ik afgewezen werd om moeder te kunnen zijn. Alsof bepaald werd dat ik niet goed genoeg was. Toen dan acht jaar na mijn eerste zwangerschap mijn oudste dochter geboren werd, kon ik mijn geluk niet op. Maar tegelijkertijd werd ik angstiger dan ooit. Hoe kon ik ervoor zorgen dat dit meisje wel een leven vol geluk en liefde zou kennen? Hoe kon ik ervoor zorgen dat ze niet haar leven lang hoefde te knokken? Dat kon ik niet.

Soldier on

Ik leerde door de jaren heen dat ik op mezelf kon vertrouwen. Ik wist inmiddels dat ik sterk was en dat ik mezelf door moeilijke tijden heen kon knokken. En moeilijke tijden kwamen eraan. Jaren waarin het kunnen vechten en knokken goed uitkwam, want dat hield me op de been. Hoe graag ik mijn meiden ook wilde beschermen voor moeilijke tijden, de moeilijke tijden kwamen toch ook voor hen. Ik zag hoe zij hun soldier on moesten zetten om te overleven. De kracht die ik in me had en heb, hebben zij ook. Maar wat deed het me pijn om te zien dat ze hun soldier on moesten zetten.

Van soldier on naar soldier off

En dan ineens lijkt het alsof die heftige storm die mijn leven was, is gaan liggen. Even twijfel ik nog of ik toch niet in het oog van de orkaan zit en dit maar tijdelijk is. Maar langzaamaan besef ik dat de storm is gaan liggen. Nog wat onwennig doe ik mijn uniform uit en leg ik mijn wapenuitrusting op de grond. Ik zie mijn meiden hetzelfde doen. Want als mama zegt dat het veilig is, dan kan het. Ik zie nu dat zij dit pas konden doen als ik het zou doen. Maar ik zie ook dat ze de kracht in zichzelf kennen nu en weten dat zij hun soldier on kunnen zetten als het nodig is. Nu leren we dat die soldier ook off mag als het niet meer nodig is. Ik voel geen drang meer om te vechten. Ik voel geen onveiligheid. Ik voel alleen maar liefde. Liefde voor de man die er altijd voor me is geweest sinds mijn vijftiende. Liefde voor mijn prachtige meiden. Liefde voor mijn moeder die zo hard voor me heeft gevochten. Liefde voor het leven dat ik mag leiden. En ik voel dat het goed is. Mijn soldier mag off.

Van angst en controle naar kracht en loslaten

Ik ben mijn hele leven al angstig geweest. Ik kan me eigenlijk niet anders herinneren dan dat ik angstig was. Op een verjaardagsfeest van mijn tante ging ik als peuter onder de stoel van mijn moeder slapen omdat ik bang was dat ik anders daar moest blijven logeren als ik in slaap viel. Ik sliep altijd met mijn gezicht naar de deur zodat ik de klink in de gaten kon houden. Als ik naar de w.c. moest in de nacht deed en liet ik (tot grote irritatie van mijn ouders) alle lichten aan om naar beneden te gaan. Daar trok ik in één seconde door en rende ik naar de trap omdat ik door het geluid van de w.c. ik niet kon horen of er iemand aan kwam. Dan rende ik met drie treden tegelijk de trap op en sprong van verre mijn bed in zodat niemand mij van onder het bed kon grijpen. Met een hartslag van tweehonderd slagen per minuut probeerde ik dan weer de slaap te vatten.

Angstig vechten

Angst loopt als een rode draad door mijn leven. Eigenlijk al in de baarmoeder is dit begonnen. Mijn moeder doorstond angstige momenten tijdens haar zwangerschap van mij en ook mijn geboorte ging gepaard met gevoelens van angst. Ik werd zeven weken te vroeg geboren en moest sondevoeding krijgen. Het lukte de verpleging echter niet om die sonde bij mij in te houden omdat ik die sonde met mijn zeven weken te vroeg geboren lijfje eigenwijs uit mijn neus bleef trekken. “Dat is een vechtertje”, werd toen tegen mijn moeder gezegd. En dat klopt. Ik ben een vechter. Maar lange tijd heb ik enkel en alleen gevochten vanuit angst. Angst om er niet bij te horen, angst om pijn gedaan te worden, angst om alles eigenlijk. Ik was zo gewend aan angstig zijn dat ik het niet eens meer opmerkte als angst. De angst was onderdeel van mij geworden net als het vechten. Bij moeilijke momenten moest ik gewoon iets harder mijn best doen en wat harder knokken, was mijn diepe overtuiging.

De angst voorbij

Vanochtend liep ik een rondje door mijn favoriete stukje natuur in mijn woonplaats. Dit stukje natuur heeft een grote rol gespeeld bij het herstel van mijn burn out. Ik merkte destijds hoe fijn ik het vond om in stilte in de natuur te zijn. Echter bleef de angst mij parten spelen. Ik kiende uit hoe ik kon lopen zodat ik altijd gezien kon worden. Bij de komst van een jogger sloeg mijn hart een paar slagen over. Overal voelde ik gevaar. Vaak niet eens bewust, maar mijn lichaam reageerde volledig automatisch op iedere kans op gevaar. Ik stond eigenlijk altijd in staat van paraatheid. Ik zat ook altijd op het puntje van mijn stoel. Klaar om te vluchten. Maar ik zette door omdat ik voelde hoe goed de natuur me deed. Toch bleef dat hyper-alerte gevoel aanwezig. Vanochtend liep ik in datzelfde stukje bos en luisterde ik naar het geluid van de vogeltjes. Ik genoot van de zon op mijn gezicht. En ineens voelde ik het, of beter gezegd: ik voelde het niet. Er was geen angst. Ik kon gewoon wandelen zonder verhoogde hartslag en in het moment zijn. Niet beducht op gevaar, maar genietend van de natuur.

Wauw

Dit gevoel kwam op een diepgaand niveau bij me binnen. Wauw. Wat kan het leven anders zijn zonder angst. Er is een zin uit het lied ‘Oceaan’ van Racoon dat me diep raakte toen het liedje uitkwam. “Het leven jaagt geen angst meer aan. Het laatste stuk zal ook wel gaan, tot ik ga staan.” De afgelopen jaren heeft deze tekst steeds op verschillende momenten diep geresoneerd bij me. Ik weet het moment nog dat ik nog kroop maar het gevoel kreeg dat ik zou kunnen gaan staan. Ik weet het moment nog dat ik ging staan. En ik beleef nu het moment dat ik rechtop mag lopen door het leven.

Hoe dan?

En dan komt natuurlijk de hamvraag. Hoe is dit zo veranderd? Allereerst was het nodig dat ik inzicht kreeg in hoe ik mezelf had leren omgaan met mijn angst. Dit was voor mij heel duidelijk: CONTROLE! Ik was een absolute controlfreak. Mijn begaafde hoofd was hierin eerder een wapen tegen mij dan voor mij. Want analyseren kan ik als de beste en dus probeerde ik alles met mijn hoofd onder controle te krijgen. Een aantal sessies cognitieve therapie versterkte dit nog voor mij. Want nu probeerde ik controle te krijgen over mijn gedachten. Helemaal dol werd ik ervan. Denken, denken en nog meer denken. Ik leefde compleet vanuit mijn hoofd. Mijn lijf voelde ik alleen wanneer het pijn ging doen. En dat ging het door de jaren heen steeds vaker doen.

Hé, ik heb ook nog een lijf

Oh ja, een lijf. Dat had ik ook nog. Dat lijf is een belangrijk onderdeel geweest van het leren leven zonder die allesoverheersende angst. Dat lijf hield er namelijk mee op toen ik burn out raakte. Ik had al eerder een hoop signalen gekregen van mijn lijf dat het niet goed ging, maar deze had ik amper opgemerkt. Bloeddruk die ineens veel hoger dan ooit was, benen die constant trilden, het ene virus na het andere virus oplopen en ga zo maar door. Ik vond het alleen maar lastig. Maar weer eens naar de huisarts of hij dit niet kon fiksen. Lastig, zo’n lijf dat niet meewerkt. Maar daar had ik het mis. Dat lijf was niet lastig. Dat lijf was mijn redding.

Leren voelen

Aangezien reguliere therapie niet veel meer voor mij deed dan mijn hoofd nog harder laten werken, besloot ik een andere weg in te slaan. Ik ging een individueel mindfulness traject aan. Door meditatie leerde ik contact maken met mezelf. Ik leerde weer te voelen. Tijdens de sessies kon ik soms precies voelen hoe mijn hoofd vocht tegen het contact maken. Ik begrijp nu dat het mij wilde beschermen en echt denkt dat ik door nog meer denken veilig ben. Maar ik kan nu voorbij dat punt komen. En de enige manier om dat te doen is loslaten. Dit bleek mijn thema te zijn: loslaten en vertrouwen. Dit staat natuurlijk haaks op angst en controle. Door te leren mijn angst recht in de ogen aan te kijken en helemaal te doorvoelen kwam er ruimte voor loslaten. Een belangrijke vraag om mezelf te stellen bij angstige momenten zoals een moeilijk gesprek aangaan was: ‘Ga ik hier dood aan?’ Het klinkt misschien banaal, maar die vraag hielp mij enorm. Zo lang ik er niet dood aan zou gaan, zou ik het toch sowieso kunnen proberen.

Laat het los

Loslaten deed ik. Nog steeds komt mijn oude beschermingsmechanisme wel eens om de hoek kijken bij stressvolle situaties. Mijn hoofd gaat dan in “overdrive.” Mijn coach omschreef mij wel eens als een soort TGV trein en gaf aan dat een sneltrein ook goed is. Inmiddels weet ik dat ik nu eenmaal die TGV trein ben, maar dat het misgaat wanneer ik op vijf sporen tegelijk wil rijden. Ik doe dat wanneer ik controle probeer te pakken over dingen waar geen controle over te pakken is. Zodra ik dit bij mezelf bemerk dwing ik mezelf om af te remmen en de stilte op te zoeken. Ik zoek de stilte op en laat bewust los. Telkens weer voelt dat alsof er ineens een zware last van me afvalt. En ik weet dat het vaag klinkt, maar dan gaat alles weer stromen. Dingen gaan ineens vanzelf. Inmiddels is dit al zo vaak gebeurd, dat ik hierop durf te vertrouwen. Ik weet dat mijn hoofd nog anders daarover denkt en dus mijn “overdrive” zal willen aanzetten. Maar als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. En dus geef ik mijn beschermende hoofd een liefdevolle aai over haar bol en zeg dat ik weet wat ze voor me probeert te doen, maar dat het niet werkt. Ik laat het los. En vertrouw.

Een beetje verliefd op Dabrowski

Wat ging er vooraf?

Vier jaar geleden maakte ik kennis met de positieve desintegratie theorie van prof. Dabrowski. De ontmoeting volgde nadat eerst mijn beide dochters hoogbegaafd waren getest en later ikzelf volgde. Ik ging mezelf in het onderwerp verdiepen. Eerst uit persoonlijke interesse en later uit professionele interesse. Hoe dieper ik namelijk in het onderwerp dook, hoe meer ik wilde leren en weten over dit onderwerp. Dit leidde uiteindelijk tot mijn omscholing en het gaan werken als specialist hoogbegaafdheid.

De kennismaking

Na de ontdekking dat ik hoogbegaafd was, vielen er steeds meer puzzelstukjes op zijn plek. Toch waren er ook nog wel een hoop puzzelstukjes kwijt of niet passend in mijn ogen. Ik begreep al wel wat meer van mezelf, maar veel was toch ook echt nog een raadsel voor me. En toen was daar die dag. Ik zie mezelf nog zitten aan mijn bureau. Een bericht kwam voorbij over de positieve desintegratie theorie. Mijn ogen werden gezogen naar de tekst en ademloos las ik die eerste tekst. Dit leek wel over mij geschreven!

Liefde op het eerste gezicht

Zoals dat vaak gaat met liefde op het eerste gezicht, viel ik eerst op de mooie en opvallende buitenkant. In dit geval zijn dat de overexcitabilities, ook wel intensiteiten of hyperprikkelbaarheden genoemd. Ik las over emotionele intensiteit en het leek of ik in een spiegel keek. Dit was ik! Intens en rijkgeschakeerd voelend. Diepe dagen en hoge pieken. Ik las verder en kwam bij de intellectuele intensiteit. Een grote leerhonger, een drang tot weten, analytisch sterk; het waren wederom eigenschappen die ik op een heel diep level herkende. De psychomotorische intensiteit is bij mij te zien aan mijn intense drive, mijn snelle praten en (in het verleden) mijn nimmer stoppende gefriemel bij zenuwen. De zintuiglijke intensiteit herken ik aan mijn diepe beleving van mijn zintuigen. Zeer diep geraakt kunnen worden door muziek, enorm blij worden van een regenboog, maar ook gek kunnen worden van een naadje in mijn sok. De verbeeldende intensiteit is bij mij zichtbaar in mijn drang tot nieuwe dingen ontwikkelen, nieuwe dingen bedenken, maar ook in het in mijn hoofd al filmpjes zien van dingen die misschien zouden kunnen gebeuren. Dit laatste kan zowel een vloek als een zegen zijn.

De liefde verdiept

De intensiteiten resoneerden bij mij op een diep niveau. Ik herkende mezelf in alle vijf de intensiteiten en ook bij mijn dochters zag ik dit terug. Dit stimuleerde mij om verder te gaan “daten” met deze theorie. Ik gaf hem veel aandacht en hij gaf mij er veel (zelf)inzicht voor terug. Ik moest wel moeite doen, want de theorie speelde voor mij af en toe behoorlijk “hard to get.” Letterlijk. Vaak moest ik steeds opnieuw stukken lezen om het echt te begrijpen. En zo kwam ik bij de diepere laag en eigenlijk de kern van de theorie, de meerlagigheid. En hier was het dat ik mijn hart compleet verloor. Wauw, wat was dit een prachtige manier van kijken naar menselijke ontwikkeling. Ik wist uit ervaring dat de vele diepe dalen die ik overwonnen had me gevormd hadden tot een sterker mens. Maar door deze theorie leerde ik hoe dit proces in zijn werk ging. En net toen ik dacht dat we niet dieper verliefd konden worden, kwam er een punt waarop ik niet meer alleen de theorie begreep maar hem ook ten volste kon ervaren en voelen..

Van liefhebben naar nodig hebben

Ik raakte burn-out. “Huh, hoe kon dit nu gebeuren? Ik leefde toch vanuit mijn hart? Ik leefde toch vanuit autonomie?” dacht ik. Maar nee, ik bleek nog ten volste te worden gestuurd door twee factoren: de biologische en sociale factoren. Ik was wel degelijk een dame die in niveau twee bleef rondzwemmen met de neiging om dan maar weer diep naar niveau één te duiken wanneer ze dacht dat aanpassen toch de beste weg was als je er niet helemaal bij hoort. Hoe dit kwam? Door mijn gevoeligheid voor afwijzing (rejection sensitivity) die ik in de jaren ontwikkeld had. Ik was enorm sterk ingesteld op de persoon zijn die ik dacht dat anderen wilden dat ik was. Ik dacht dat ik autonoom leefde, maar in werkelijkheid leefde ik als slaaf van mijn afwijzingssensitiviteit. Zolang ik iedereen tevreden stelde dacht ik me goed te voelen en autonoom en zelfsturend te zijn. Maar dat was ik natuurlijk niet. Ik had zelfs geen idee wat ik écht zelf wilde of voelde. Toen ik niets meer kon en dus totaal niet meer kon voldoen aan mijn idee over wie ik moest zijn, werd ik daar keihard mee geconfronteerd. Er bleef ineens niets van me over toen ik niet meer de kracht had om te zijn wie ik voor anderen wilde zijn. En laat dat nu net de desintegratie zijn. Helemaal uiteenvallen. Al voelde ik die toen nog niet als positief.

Mijn liefde als reddingsboei

Door mijn burn out werd ik gedwongen heel diep bij mezelf naar binnen te gaan. Ik zag dat ik weliswaar al die intensiteiten had en dat dit kon duiden op een groot ontwikkelingspotentieel, maar doordat ik niet bij de derde factor van die autonome groei kon komen, bleef ik maar terug van die berg afdonderen naar beneden. De clou zat voor mij in de angst voor afwijzing. Tijdens mijn burn out ben ik actief op zoek gegaan naar manieren waarop ik dichter bij mezelf kon komen. Wie was ik nou eigenlijk? Waarom dacht ik dat ik niet genoeg was? Ik maakte kennis met Acceptance and Commitment Therapy en met mindfulness. Ik leerde mijn gedachten en gevoelens herkennen. Ik duwde ze niet meer weg maar leerde ze te ervaren. Zo kwam ik steeds een stapje dichter bij mezelf tot ik echt helemaal mijn eigen weg durfde te gaan lopen door te vertrouwen op mijn eigen hart. Die autonome groei stuwde mij naar de volgende laag in mijn ontwikkeling. Zo werd mijn desintegratie een positieve desintegratie. Tijdens dit hele proces heeft de theorie mij geholpen om mezelf te begrijpen en mezelf te steunen. Het voelde als een reddingsboei waar ik mezelf aan mocht vasthouden om boven water te blijven.

Liefde verspreiden

In het jaar erna ben ik mijn eigen praktijk begonnen als coach en trainer. Mijn grote liefde heeft hierin een belangrijke plaats. In mijn werk met kinderen, met jongeren en met volwassenen maak ik gebruik van de positieve desintegratie theorie. Ik geef trainingen aan professionals in jeugdzorg en onderwijs over de theorie. Ze loopt als een rode draad door mijn werk en privé. Het verspreiden van de theorie zie ik als een missie. De theorie heeft letterlijk en figuurlijk mijn leven veranderd. Ik weet uit ervaring hoeveel het voor iemand kan betekenen om zijn eigen intensiteit te leren begrijpen en vooral te omarmen. Om het proces te leren begrijpen van positieve desintegratie. Mensen met een sterke intensiteit op meerdere gebieden horen vaak hun hele leven dat ze té zijn voor anderen. Leren dat juist deze intensiteit kans op groei geeft, is vaak een enorme eye-opener.

Zij zijn niet té, wij zijn gewoon onszelf. Sensitief, Authentiek en Sterk!

Wanneer is het genoeg?

Niet goed genoeg

Ik maak me zorgen. Overal om me heen zie ik mensen van jong tot oud worstelen. Telkens komt hun strijd neer op dezelfde overtuiging: ik ben niet goed genoeg. Deze zin hoor ik steeds weer opnieuw uitgesproken worden. Zowel door een kind in groep vier als door een volwassen man van veertig jaar. Hoe kan het dat zo’n grote groep mensen deze overtuiging deelt? Is het onderdeel van ons mens zijn? Hebben we daarom zo’n grote behoefte aan meten hoeveel iemand waard is? Want meten is weten ten slotte.

Je waarde meten

Ik zie zowel in het onderwijs als in het leven van de werkende mens een enorme behoefte aan meten. We beginnen al op jonge leeftijd bij het consultatiebureau met meten of een mens wel in de curve past. Zo niet, dan moet er ingegrepen worden. Op de basisschool trekken we deze lijn door. We gaan nu verder met het meten van kinderen door ze telkens weer te toetsen. Ook al is er inmiddels veel weerstand tegen deze manier van werken; scholen hebben geen keuze. Ze moeten wel, ook al voelt het niet goed voor veel leerkrachten en schoolleiders. Veel kinderen lopen vast en bezwijken onder de zware druk tot presteren. De enorme wachtrijen in de jeugdhulpverlening spreken hierin voor zich. Er wordt dan maar weer eens een mindset training er tegenaan gegooid.

Maakbare mindset

Want een groeimindset is belangrijk. Daar is iedereen het over eens. Het gaat niet om de prestatie, maar of je je best ervoor gedaan hebt. Je inzet, dat is wat telt. Maar op het moment dat een kind keihard gewerkt heeft voor een toets en een zes haalt, is het ineens niet meer de inzet die telt. Het kind dat niets hoeft te doen en toch een negen haalt, dat wordt beloond. Sommige scholen werken zelfs in de klas met een scorebord. Dit is verdeeld in drie kleuren, groen, geel en rood. Er worden nog smileys aan verbonden om het nog duidelijker te maken.Je raadt het al; de rode kleur krijgt een smiley met de mond naar beneden gebogen.. En zo kan het dat het kind dat het meeste werk verzet heeft onderaan in het rode schema komt te staan. En daar misschien wel altijd blijft omdat het simpelweg worstelt met de schoolse vaardigheden. Waar ik me zorgen om maak is wat deze manier van werken doet met het zelfbeeld van een kind. Want als ik een kind vraag wat het het allerliefst zou willen, krijg ik als antwoord: “ik zou wel eens voor één keer in het groen willen staan en geen “rood kindje” zijn. Mijn hart slaat dan een slag over omdat ik tegelijkertijd boos en verdrietig ben om wat we kinderen aandoen.

In de war

Ik zie overal de posters voor groeimindset hangen. Prachtige teksten staan erop. Niet het einddoel telt, maar je weg ernaartoe. Inzet, hard werken en doorzetten, dat is wat belangrijk is. Maar kinderen zijn toch niet gek? We zeggen dit, maar tegelijkertijd duwen we ze toets na toets door hun keel. Kinderen raken vooral enorm in de war van dit alles, is mijn idee. Als je inzet belangrijk vindt, dan moet je dat belonen. Maar dat is niet zo makkelijk. En dus gaat het uiteindelijk maar om één ding en dat is de prestatie. Want die is meetbaar. Als ik in gesprek ben met een middelbare school over een meisje van veertien dat na een depressie en schooluitval terug wil keren naar school, wordt de vraag gesteld of het mogelijk is voor de mentor om even te vragen hoe het met haar gaat na de eerste les. Hier wordt direct op gereageerd dat dit echt niet mogelijk is. Een docent heeft enkel tijd om zijn lesstof af te draaien, maar kan niet zo’n vraag aan een leerling stellen. Daar is simpelweg geen tijd voor. En weer raakt het kind in de war. Want bij de aanmelding is gezegd dat het welzijn van ieder kind voorop staat. Het is belangrijk hoe jij je voelt in deze school. We hebben alleen geen tijd om het aan je te vragen…

Van klein naar groot

Deze lijn zetten we natuurlijk als volwassenen gewoon door. We meten als volwassenen voornamelijk in één ding hoe hoog je op de ladder staat, namelijk met geld. Het is belangrijk dat je gaat studeren, zodat je hoger opgeleid bent en dus een betere baan kunt krijgen. Hoe meer geld je verdient, hoe meer je waard bent. Maar ja, hoe zit dat dan wanneer je gewoon veel meer praktisch ingesteld bent? Wat als jij super met je handen kunt werken? Dat verdient niet het aanzien en dus zitten we met een maatschappij die een VMBO schooladvies zelfs per rechter aanvecht. Ik heb een meisje gesproken van twaalf jaar dat eigenlijk al in de brugklas van het VMBO vond dat zij nooit zou slagen in het leven. Met VMBO bereik je toch niks, zei ze. Ik ben gewoon dom.

Burgemeester

Mijn opa zei het vroeger al: “Niet iedereen kan de burgemeester worden, dan functioneert een stad niet.” Je hebt alles nodig om een stad of maatschappij te laten slagen. Van bakker tot advocaat, van agent tot accountant, van bouwvakker tot bankier, van leerkracht tot professor en van automonteur tot dokter. We hebben ze allemaal nodig om een maatschappij te kunnen laten draaien. Maar ergens zijn tot de conclusie gekomen dat die bakker, bouwvakker, automonteur minder waard zijn dan de advocaat of bankier. We betalen de mensen die hun leven wagen voor anderen veel minder geld dan iemand die verantwoordelijk is voor ons geld. Dat zegt al wel iets toch? We noemen mensen lager opgeleid en dit heeft tot gevolg dat kinderen allemaal theoretisch opgeleid willen worden. Wie wil er nu in zijn tienertijd al als “lager” bestempeld worden? Wie of wat heeft bepaald wat lager of hoger is? En dus zie ik kinderen worstelen op de HAVO en het HBO om toch maar te komen waar ze denken te moeten zijn om te slagen in het leven. Om genoeg te zijn..

Zorgen en hoop

Ik maak me zorgen. Zorgen om wat we elkaar aan het aandoen zijn. Op deze manier gaat het toch niet goed? Een grote groep volwassenen die bezwijkt onder de druk en met burn outklachten kampt. Een grote groep kinderen die door de druk allerlei gedrag laat zien en de hulpverlening in komt met problemen die worden veroorzaakt doordat ook zij bezwijken onder de druk. Wat als we nu eens het meten van elkaar loslaten en van een basis uitgaan dat ieder mens evenveel waard is? Dat een bakker niet minder waard is dan een advocaat. Dat we opleiden in allerlei richtingen waarbij we het hoger en lager vervangen door praktisch en theoretisch zoals al vaak is voorgesteld? Want we hebben nu eenmaal praktisch en theoretisch opgeleide mensen nodig om onze maatschappij te kunnen laten draaien. Je kunt wel in theorie weten hoe je een huis bouwt, maar als je het niet kunt doen, kom je niet zo ver. Wat als we inzetten op ons als mens ontwikkelen? Leren hoe we empathisch met elkaar om kunnen gaan zodat iedereen een even goed gevoel kan hebben over zichzelf? Zouden we dan goed genoeg zijn? Ik heb hoop. Ik hoor zoveel mensen die zien dat dit niet werkt en die het anders willen voor zowel de kinderen als de volwassenen. Ik heb hoop dat we dit kunnen gaan veranderen. Ik heb hoop. En hoop doet leven.

Gaan staan

Het leven jaagt geen angst meer aan. Ik heb al zo ver moeten kruipen. Het laatste stuk zal ook wel gaan tot ik ga staan.

Racoon; oceaan

Kruipen

Deze ochtend werd ik in Italië om zeven uur wakker met het lied ‘Oceaan’ van Racoon in mijn hoofd. Dit specifieke stuk uit de tekst van ‘Oceaan’ van Racoon heeft me altijd al diep geraakt. Het omschrijft exact het gevoel dat ik lange tijd heb gehad in het leven. Het gevoel het leven kruipend door te moeten gaan vanuit angst. Het leven kostte me moeite, meer dan nodig zou moeten zijn. Het voelde alsof ik kroop terwijl ik toch echt twee gezonde benen had om mee te lopen. Waarom lukte het dan niet om op te gaan staan? Waarom koos ik voor een leven dichtbij de grond? Omdat ik mezelf had wijsgemaakt dat dit de veilige plek was. Onzichtbaar maakt onkwetsbaar, dat was mijn idee. En zo kroop ik verder, steeds lager bij de grond tot ik al tijgerend uiteindelijk niet meer kon. Ik had mezelf vast geworsteld in de aarde en kon zo niet meer verder. Maar hoe kwam ik hier?

Onzichtbaar

Op jonge leeftijd maakte ik een aantal traumatische ervaringen mee. Ik ben een kind uit een huwelijk gekenmerkt door huiselijk geweld door mijn vader. Gelukkig besloot mijn moeder te vluchten en hebben we een nieuw leven zonder geweld gekregen, maar het feit dat ik naar mijn idee voor 50% bestond uit “slechtheid΅ heeft me lange tijd enorm verward. Mijn “daddy issues” maakte mij een makkelijke prooi voor mannen die niet het beste met me voor hadden en zo kwam ik voor mijn tiende al in situaties terecht waarin misbruik van me werd gemaakt. Na de laatste keer was ik ervan overtuigd dat het aan mij lag. Iets in mij trok dit aan, dat kon toch niet anders. Wie overkomt dit nu drie keer? Dan is er toch iets mis met je? Zo ontstond mijn behoefte aan onzichtbaar zijn. Ik ging over tot kruipen in plaats van lopen. Zo lang ik mezelf zo onzichtbaar mogelijk zou maken, zou ik niet meer gekwetst worden.

Innerlijke strijd

Dat kruipen ging me niet altijd makkelijk af. Soms kwam mijn “echte ik” te veel naar boven en werd ik zichtbaar. Vanaf dat moment werd weglopen toegevoegd aan mijn repertoire. Als ik ineens gezien werd, bijvoorbeeld door mijn intelligentie, dan rende ik snel weg van de situatie. Ik durfde het niet aan mezelf echt uit te dagen en ging steeds verder weg van mezelf. Ik ging na 3 HAVO van de middelbare school af na veel strijd met mijn ouders. Een lange weg van 12 opleidingen en 13 banen volgde. Van kappersschool tot ziekenverzorgende, van personeelsmanagement tot fabrieksmedewerker, van bedrijfsleider tot customer service medewerker, van sociaal pedagogisch hulpverlener tot gastouder. Telkens als iets te dichtbij kwam of het risico op falen om de hoek kwam kijken, rende ik snel verder. Opleidingen stopte omdat ik de functie waar ik voor opgeleid werd al kreeg aangeboden tijdens de opleiding. Ik maakte me razendsnel nieuwe vaardigheden en kennis eigen, maar ik was als de dood om ervoor opgeleid te worden en misschien wel weer te falen. Ik was bang om te moeten gaan leren wat ik al kon en deed. Dan zouden ze er namelijk wel achter komen dat ik eigenlijk niets kon. Zo werd ik mijn eigen grens. Het voelde alsof ik door zo’n legernet gedwongen werd om laag bij de grond te blijven tijgeren. Niet mijn hoofd boven het maaiveld uitsteken want dan zou dat er geheid af worden gehakt.

Gastouderopvang Sassebas

Ik was vierendertig jaar en inmiddels ervan overtuigd dat er iets mis met me was. Ik had enorm veel moeite met groepen en met mensen in het algemeen; ik liep telkens vast in vriendschappen en banen. Zo was ik intens verlegen in een groep, maar had ik het hoogste woord als ik me veilig voelde bij mensen. Ik heb menig lunchpauze op mijn werk of school op de toilet doorgebracht omdat ik niet wist naast wie ik kon gaan zitten, terwijl ik in het weekend op een podium van een discotheek stond te dansen met vriendinnen. Ik was me constant pijnlijk bewust van mezelf en ontzettend gespannen als ik me onveilig voelde. Dit bracht me bij mijn eerste keer overspannen raken op mijn drieëntwintigste. Ik werkte destijds als customer servicemedewerker bij een sportmerk en verveelde me stierlijk enerzijds en was constant gespannen om fouten te maken of om samen te lunchen anderzijds. De overspannenheid leidde tot mijn inmiddels sterk aangeleerde truc: ik liep ervoor weg. Nieuwe baan dus. Maar ook dit bracht me natuurlijk niet verder. Na dit pad nog meerdere malen te hebben gelopen besloot ik om gastouder te worden. Thuis in eigen omgeving, veilig met jonge kinderen die niet meer van me eisten dan mijn aandacht en liefde. Die had ik gelukkig in overvloed. 

Gelukkig

Ik was oprecht gelukkig in mijn eigen gastouderopvang. Ik genoot van het werken met jonge kinderen. Het leken wel kleine sponsjes die alles in zich opnamen wat ik ze te leren had. Ik vond de vrijheid van het zelf vorm kunnen geven aan mijn opvang geweldig. Ik nam de kinderen mee naar buiten en leerde ze over de natuur. Ik vergeet nooit meer dat ik een berichtje kreeg van een moeder van een peutermeisje dat ik in de opvang had. Ze was de eendjes gaan voeren met haar dochter. Ze zei tegen haar dochter dat dit eendjes waren en haar dochter zei hierop: “Nee hoor mama, dit is een waterhoen en kijk, dat is een meerkoet. Dat heb ik van Saskia geleerd”. Onderweg naar huis wees ze een paarse plant aan en zei: “Kijk mama, dat is “avendel”. Ik vond het geweldig om dit te horen en om op deze manier iets toe te kunnen voegen aan de jonge leventjes van “mijn” opvangkinderen.

Hoogbegaafdheid

In deze tijd kwam hoogbegaafdheid ons leven in door mijn dochters en ging ik alles lezen wat er maar te vinden was over dit onderwerp. Allerlei kwartjes begonnen in een recordtempo op hun plaats te vallen. Achter in mijn hoofd klonk een klein stemmetje dat zei: “Sas, dit lijkt ook wel heel erg veel bij jou te passen..” Maar die drukte ik snel weg. Ik had niet eens de universiteit gedaan. Ik was zeker niet hoogbegaafd. Toch? Moet je kijken hoe ik keer op keer gefaald had. Dat doet een hoogbegaafde toch zeker niet? Hoogsensitief was ik wel, maar hoogbegaafd? Dat leek me sterk.

Life changing moment

En toen kwam 7 oktober 2012. We kwamen terug van een verjaardag en ik vond een briefje van de politie op mijn deurmat. Of ik direct contact op wilde nemen met hen. Ik schrok me helemaal wezenloos toen ik dit deed. Er werd gezegd dat mijn biologische vader overleden was en omdat ik zijn enige dochter was, was ik als enige verantwoordelijk voor eigenlijk alles. Het lichaam ligt daar en daar, zeiden ze. Verder konden ze me niet helpen. Ik had in al die jaren slechts een paar maanden contact gehad met mijn vader in mijn tienerjaren en nu was ik ineens verantwoordelijk voor het gehele afhandelen van zijn leven. Een diep intense tijd volgde waarin ik dit proces voluit aanging. Ik was me ervan bewust dat ik dit maar één keer zou kunnen doen. Ik wilde het met heel mijn hart doen. Ik regelde alles wat er geregeld moest worden zonder dat ik met een geldschuld zou komen te zitten. Ik gaf mijn vader een mooie en waardige begrafenis. Na zijn dood dook ik in zijn leven om op deze manier de man te leren kennen waar ik heel mijn leven al nieuwsgierig naar was. Ik leerde dat hij in de laatste jaren van zijn leven zijn leven had omgedraaid. Geen alcohol meer en voor het eerst een echte baan. Hij was de afgelopen zeven jaar werkzaam conciërge in een muziekschool en hij werd daar oprecht gemist. Het voor hem ingerichte soort altaar met foto, kaarsen en een condoleanceboek maakte dat ik voor het eerst met een trots gevoel naar mijn vader kon kijken en hem kon zien als mens, naast de daden uit zijn verleden. Juridisch zocht ik alles zelf uit omdat er geen geld was voor een notaris.  Ik vertikte het om een euro te moeten betalen van geld van mijn gezin voor iemand die zijn hele leven geen cent voor mij betaald had. Het lukte me om dit alles helemaal zelf te doen. Toen ik het uiteindelijk kort liet checken bij een notaris voor het naar de rechtbank moest, bood hij mij een baan aan! Hij had het zelf niet beter kunnen doen, zei hij. Dat was het moment waarop het fluisterende stemmetje steeds luider ging roepen in mijn oor. Misschien was ik toch wel tot meer in staat dan ik had gedacht al die tijd?

Geen weg terug

Hoe intens de periode ook was, hij bracht me ontzettend veel. Ik leerde over mezelf dat ik veel meer kon dan ik ooit had gedacht. Zo had ik bijvoorbeeld gesproken op de begrafenis wat voorheen voor mij ondenkbaar was. Na deze periode kon ik niet meer terug naar gewoon gastouder zijn. Ik had gevoeld wat het met me deed om echt uitgedaagd te worden. Ik had me levend gevoeld, op het toppen van mijn kunnen. Ik wilde niet meer terug naar tijgeren onder het net. Ik ging me omscholen en doorliep de opleidingen als een speer. Ik ging naast mijn opvang werken als consulente en kindercoach bij een gastouderbureau. Ik ging trainingen geven aan de gastouders. Mijn hoogbegaafdheid werd in deze tijd vastgesteld en zo dook ik in het werk dat ik tot op heden met veel plezier doe: coachen en trainen als specialist in begaafdheid en hoogsensitiviteit. Eindelijk viel alles op zijn plaats. Dacht ik. Want langzaamaan kwam het kruipen terug en het kruipen werd weer tijgeren. Tot ik mezelf compleet uitgeput vond onder het net in de modder: burn out.

Gevoeligheid voor afwijzing

Wat had mij nu terug naar de grond gebracht? Mijn gevoeligheid voor afwijzing. Door een blog van mijn gerespecteerde collega Xandra van Hooff las ik exact wat er bij mij gebeurd was. Als hoogsensitief persoon heb je sterke antennes die kunnen voelen: vind ik dit oké? Het bekende stop en check-systeem. Maar door allerlei omstandigheden kun je een rejection sensitivity ontwikkelen: gevoeligheid voor afwijzing. Nu gaan die antennes anders staan; ze krijgen een heel andere functie. Niet langer ‘vind ik dit oké’ is belangrijk, maar ‘vind jij mij oké?’ is nu de vraag die met stip op één staat. Mijn hele zijn stond nog steeds ingesteld op niet afgewezen worden. Toen ik weer vol het werkveld in dook en steeds meer collega’s kreeg, lukte het me niet meer om bij al die mensen zeker te weten dat ze me niet zouden afwijzen. Dus ging ik terug naar wat ik goed kon: kruipen en proberen mezelf zo te maken dat niemand me zou afwijzen. Héél hard mijn best doen, maar van binnen voelde ik dat het nooit genoeg zou zijn. Er was een vernislaagje om me heen gekomen doordat ik wist wat ik kon nu. Maar ik wist nog steeds niet wie ik was, los van wat ik kon. Mijn burn out kwam om me duidelijk te maken dat dit niet langer het pad was voor mij.

Gaan staan

“Het leven jaagt geen angst meer aan. Ik heb al zo lang moeten kruipen, het laatste stuk zal ook wel gaan tot ik ga staan”. Dit gevoel kwam over me heen tijdens mijn burn out. Ik had al zoveel doorgemaakt en overleefd, dit zou ik ook echt wel kunnen. Maar ik zou moeten gaan staan om niet weer hetzelfde pad steeds opnieuw te blijven gaan. Niet meer leven vanuit angst, maar vanuit kracht. Ik ging intens met mezelf aan de slag. Ik leerde over mezelf en ik kreeg bruikbare handvatten hoe ik met mijn ervaringen in het leven kon omgaan. Niet om ze achter me te laten of weg te redeneren, maar om ze een gepaste plaats in mij te geven. Ik liep er niet langer voor weg, maar ik kwam tot de acceptatie dat ze bij mij hoorden. Voor altijd. En dat is oké. In plaats van voor mijn verleden weg te rennen, stopte ik en draaide ik om, om het verleden recht in de ogen aan te kijken. Het is namelijk wat het is; dit is mijn lot. Net zoals ieder ander zijn of haar eigen lot heeft. Daarna draaide ik om want wie met zijn gezicht naar het verleden blijft staan, staat met zijn rug naar de toekomst. Dit zorgde ervoor dat ik kon gaan staan. Niet langer wegduiken voor het leven, maar er vol in gaan staan. Struikelen, vallen, hard op mijn bek gaan en dan weer opstaan. Kruipen ga ik nooit meer doen, voor niemand. Ik ga me niet meer kleiner maken om anderen zich beter te laten voelen zodat ze me niet kunnen afwijzen. Dit is het, dit is wie ik ben. Met al mijn intens en “té” zijn. Met al mijn bagage die ik niet langer achter me aansleep, maar nu in zo’n superhandig opvouwbaar tasje in mijn zak heb. Ik ben er trots op. Niet op wat ik doe of gedaan heb, maar op wie ik ben. Een mens met het recht om voluit te leven en rechtop te lopen, net zoals ieder ander mens. De evolutie is er tenslotte niet voor niets, toch? Wie ben ik om me daartegen te verzetten? 😉 Het leven jaagt me geen angst meer aan; kom maar op met dat leven!

Wat als plagen als pesten voelt?

Pesten of plagen

De afgelopen tijd ben ik regelmatig in aanraking gekomen met kinderen en jongeren die gepest worden. Tenminste, dat vinden ze zelf. Hun omgeving brengt vaak de nuance aan dat ze vinden dat het kind het gevoel heeft dat het gepest wordt. Het is immers vaak helemaal niet zo bedoeld en het kind vat gewoon alles zo persoonlijk op. Het kind is er gewoon erg gevoelig voor. En ja, het kind is sowieso wel erg gevoelig. Dus conclusie: het kind zou minder gevoelig moeten worden en moeten kijken naar de intentie. Maar is dat wel zo? Frank de Mink heeft het mooi verwoord in zijn presentatie: “Het verschil tussen pesten en plagen zit niet in de intentie, maar in het gevoel dat het de ander geeft”. Als we er op die manier naar kijken, geeft dat ineens een totaal ander beeld.

Het is niet zo bedoeld

Wat veel volwassenen doen zodra een kind aangeeft dat het gepest wordt, is de situatie gaan terughalen en analyseren. We willen graag weten wat er precies gebeurd is, wat er is gezegd en door wie en ga zo maar door. Op basis van de door ons volwassenen verzamelde informatie vellen we dan het oordeel of het wel of geen pesten is geweest en wat er moet gebeuren. Zo kan het zijn dat het oordeel is dat het niet zo bedoeld is door het andere kind en dat er dus geen sprake is van pesten. Ergo: jouw gevoel klopt niet en mag er eigenlijk niet zijn. Punt. Of het kan zijn dat het andere kind verbaal veel sterker is en een draai geeft aan het verhaal waarbij de rollen worden omgedraaid. Een kind dat bijvoorbeeld stiekem een ander kind treitert tot het punt dat het kind ontploft en boos wordt. Het laatste wordt gezien waarbij het kind dat getreiterd wordt eindigt met straf. Doordat het boos is en vol emotie lukt het niet om uit te leggen dat het eerst getreiterd is. Ergo: jouw gedrag klopt niet en mag er niet zijn. Punt.

Eenzaam

Veel kinderen eindigen met een eenzaam en onveilig gevoel in bovenstaande situaties. Als we uitgaan van het principe dat het pesten is wanneer het zo voelt is dat heel begrijpelijk. Het kind voelt het als pesten, maar door de omgeving wordt gezegd dat het niet zo is en dat het zich dus niet zo hoeft te voelen. Verandert dat iets aan het gevoel? Nee. Maar toch is dat wat wij, volwassenen, verwachten. Dat het kind geen pijn meer voelt omdat wij zeggen dat het eigenlijk geen reden heeft om pijn te hebben. Vanuit goede bedoelingen natuurlijk, want we hopen echt dat het kind daardoor minder pijn heeft. Het gevolg is echter vaak dat een kind beslist om maar niets meer te zeggen. Zo was ik laatst met een meisje in gesprek dat al jaren gepest wordt. Ze zei me dat het tegenwoordig minder pijn doet dan eerst omdat ze inmiddels gewend is om deze pijn te voelen. Mijn hart breekt wanneer ik een kind zoiets hoor zeggen.

Gevoeligheid en pesten

Het verschil tussen hooggevoelige kinderen en minder gevoelige kinderen is natuurlijk onder andere hun gevoeligheid. Het feit dat er een verschil is, wordt door veel gevoelige kinderen geïnterpreteerd als: ‘ik ben anders’. Als we er vanuit gaan dat ca. 15-20% van de mensen (en dus ook van de kinderen) hooggevoelig is, dan betekent dat automatisch dat de overige ca. 80% minder gevoelig is. Hun beleving van de wereld is verschillend. Het minder gevoelige kind kan anders tegen bepaalde uitspraken aankijken dan het gevoelige kind. Het gevoelige kind is vaak behept met een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel. Dit kan een rol spelen omdat het kind zal opkomen voor wat in zijn ogen eerlijk is. Daarnaast kan het gevoelige kind zich sterk inleven en kan het vaak precies voelen wat iemand anders voelt. Dit is een reden waarom zeggen dat het gewoon terug moet pesten of slaan vaak niet werkt. Ze weten als geen ander hoe het voelt en willen dit absoluut een ander kind niet aandoen. Zelfs niet hun pestkop. Dat maakt hen immers net zo slecht en dat willen ze niet. Soms gaan ze tegen ouders of anderen zeggen dat ze het nu terug zijn gaan doen terwijl dat niet waar is omdat ze hen ook niet willen teleurstellen. Je kunt je wel voorstellen hoe dit voelt voor het kind.

Gevoelig voor afwijzing

Wanneer een hooggevoelig kind in een omgeving vertoeft die het als onveilig ervaart, is het mogelijk dat het een afwijzingsgevoeligheid ontwikkelt. (rejection sensitivity) Dit is iets dat ik vaak zie bij kinderen die gepest zijn. Hierdoor ontwikkelt het kind eigenlijk een soort “angst voor afwijzing”- bril dat het niet meer kan afzetten. Een hooggevoelig kind heeft normaal gezien sterke antennes waarmee het de wereld waarneemt en de informatie die binnenkomt wordt diepgaand verwerkt. Met die antennes voelt het: vind ik dit oké? Vind ik jou oké? Vind ik deze situatie oké? Op het moment dat de angst voor afwijzing-bril opgaat verandert de stand van deze antennes. Ze zijn vanaf dan ingesteld op: vind jij mij oké? Omdat er al sprake is van een onveilig beeld is de verwachting van het kind dat anderen hem of haar vast niet oké zullen vinden. De informatie die waargenomen wordt, wordt nu gekleurd door die verwachting.

Angst voor afwijzing-bril

De kunst om subtiele signalen op te kunnen vangen die past bij hooggevoeligheid wordt nu ingezet met dit doel. Door de bril echter worden die signalen anders geïnterpreteerd. Het kind gaat overal signalen zien die bevestigen dat anderen hem of haar niet oké vinden. Zoals een oud gezegde luidt: “Als je een hamer bent, zie je overal spijkers”. Dit is precies wat er bij het kind gebeurt. En zo ontstaan er steeds meer situaties waarin het kind de pijn voelt van gepest of achtergesteld worden maar anderen dit anders zullen beoordelen. Wat ook logisch is, want het kind heeft daadwerkelijk een andere beleving van de wereld die het waarneemt dan anderen. Echter kan het kind hier niets aan doen; het neemt daadwerkelijk dit waar. Als je dan te horen krijgt, keer op keer, dat je het verkeerd ziet zonder dat je begrijpt waarom, word je zo nog meer bevestigd in het feit dat anderen jou niet oké vinden. En zo komt het kind steeds vaster te zitten en meer en meer alleen te staan.

Waarom SoVa-training dan niet helpt

Wat veel gedaan wordt bij deze kinderen is ze een SoVa- training geven, want als ze maar wat sociaal vaardiger zouden zijn zouden ze zich niet zo snel gepest voelen. Of als ze wat beter voor zichzelf op zouden komen, dan voelen ze zich minder gepest. Dit is echter alleen gericht op vaardigheden aanleren. Het gaat voorbij aan het feit dat dit kind op een veel dieper level hulp nodig heeft. Het kind mag weer leren dat het helemaal oké is zoals het is. Zolang het kind dat niet leert, zal alles wat aan goed bedoelde trainingen zoals SoVa, Kanjer of Rots en Water, gewoon lijken af te ketsen op het kind. Het komt niet binnen en er verandert niets. En niet alleen dat, het zal het kind ook nog verder bevestigen in dat het niet goed genoeg is. Het moet immers kennelijk van alles leren. Het kind moet echter niet leren om sociaal vaardiger te worden, maar het kind mag leren van zichzelf te houden. Dit gaat eigenlijk net zo op voor de pester als het gepeste kind, want pesten komt vaak niet zomaar uit het niets. Wat als we deze kinderen niet zouden aanleren hoe ze zich sociaal moeten gedragen, maar wat als we kinderen leren om van zichzelf te houden en op die manier vanuit respect voor jezelf en de ander leert handelen? Zouden dan die sociale vaardigheden niet automatisch daaruit voortvloeien?

Goed genoeg

Ik behandel in mijn praktijk zowel kinderen als volwassenen. Wat mij enorm opvalt is dat bij bijna alle cliënten het vaak neerkomt op één en hetzelfde thema: ‘ik ben niet goed genoeg’. Ik kijk gisteren in de hitlijst van het moment en een groot gedeelte van de goed scorende liedjes gaan over hetzelfde thema: ik ben niet goed genoeg, ik hoor er niet bij of ik ben anders. Het is een menselijke worsteling die in het tijdperk van social media alleen maar groter en groter lijkt te worden. We richten ons steeds meer op erbij horen en raken daardoor de echte verbinding met elkaar kwijt. Zoals Brene Brown zo mooi aangeeft is erbij horen het tegenovergestelde van verbinding maken. Gevoelige mensen zijn juist op zoek naar die verbinding en daarvoor moet je dus het erbij willen horen loslaten. Dit veroorzaakt een flinke innerlijke strijd die vaak tot diep in de volwassenheid doorloopt. Het gevoel niet goed genoeg te zijn is een hele grote factor in het ontwikkelen van een burn out. Wat als we op jonge leeftijd al mee gaan geven dat iedereen anders is? Dat juist dat je doel is hier op aarde: het vorm geven aan jouw unieke anders zijn. Dat iedereen zich anders voelt en dat juist dat gegeven ons juist weer hetzelfde maakt: menselijk. We zijn allemaal anders en tegelijkertijd zijn we allemaal mens. Punt.

Vakantie is gezellig! Toch..?

We lopen samen richting de boulevard van Bloemendaal. Nou ja, samen.. Mijn man, mijn oudste dochter en ik lopen samen. Mijn jongste dochter loopt tien meter achter ons. Die wil niet bij ons lopen want ze is boos. Zij wil bij de caravan blijven en spelletjes doen. Wij willen naar de boulevard om gezellig een drankje te doen en daar te kijken naar de zon die ondergaat in de zee. Tja, dat is vrij vaak het woord willen en dat is precies waar deze blog over gaat; het hebben van een sterke wil. Die sterke wil is namelijk dik bezaaid in ons gezin, net als gevoeligheid en dat is niet altijd het beste recept voor gezelligheid.

Vakantie = gezellig

“Waarom gaat het nu weer zo? Waarom is het nou nooit eens gewoon gezellig op vakantie? Waarom is het of de een of de ander van de kinderen die boos is? Waarom stopt ze nu niet gewoon met boos doen? Het is ook altijd hetzelfde Tjonge jonge, ik vind dit niet leuk!!!!” Dit zijn gedachten die door mijn hoofd spoken wanneer mijn dochter boos achter ons gaat lopen en niet langer met ons wenst te praten of op enigerlei wijze contact met ons te hebben. Gedachten van mij die eigenlijk helemaal niet reëel zijn want we hebben een hele gezellige dag gehad. Maar mijn intense emotionele beleving gaat met me aan de haal waardoor ik ineens die “oh wat ben ik toch een zielige mama-bui” kan inschieten. Zeker als het een bepaalde tijd van de maand is, ligt die bui gewoon wat dichter aan de oppervlakte en dit is juist die bepaalde tijd van de maand.

Afstand

Als ik langzamer ga lopen, gaat zij nog wat langzamer lopen want ze wil gewoon die afstand tussen ons in hebben nu. Ik vind dat lastig want ik ben van het uitpraten en oplossen. Wij zijn erg close en deze afstand vind ik in eerste instantie lastig. Maar die afstand helpt uiteindelijk niet alleen haar maar ook mij, want ik besluit om wat ik aan anderen leer nu maar weer eens zelf in de praktijk te brengen. Afstand nemen en waarnemen wat je denkt en voelt. Kun je hier met mildheid naar kijken? Ik adem diep in en registreer met afstand wat er allemaal in mij gebeurt. Wat denk ik? Wat voel ik? Ik voel me ongemakkelijk tegenover de andere mensen die op de stoep lopen. Ik voel me schuldig dat ik niet gewoon bij de caravan wilde blijven want dat kind vindt dat nu eenmaal zo gezellig. Ik denk dat ik alles verkeerd aanpak. Ik voel me als moeder en jeugdhulpverlener tekort schieten met een boze dochter die niet bij mij wil lopen. Hmm, dat is wel erg veel ik.. Die bepaalde tijd van de maand speelt hier vast ook een rol in. Waarom mag mijn dochter niet gewoon even boos zijn? Omdat het vakantie is? Dat is toch een belachelijke reden. En ineens voel ik me kalmer worden. Ik zie mijn eigen overtuiging die mij in de weg zit en ik besluit om niet mijn automatische piloot in te schieten. Ik hoef dit niet op te lossen of weg te poetsen. Het mag er gewoon zijn.

Sterke wil

Mijn jongste dochter is een hooggevoelig meisje met een enorm sterke wil. Het is een heerlijk blije spring in het veld die precies weet wat ze wil en wat ze niet wil. Ze houdt van kneuteren en gezellig spelletjes doen. Samen met zijn viertjes spelletjes spelen; je kan haar niet gelukkiger maken. Het is een meisje dat lekker in haar vel zit, leuke vriendinnen heeft en plezier heeft in het naar school gaan. Ze heeft een heel sterk inlevingsvermogen en maakt het graag anderen naar de zin. Hier loopt ze zichzelf wel eens in voorbij. Het is een zorgzaam meisje. Zo af en toe komt haar sterke wil er even keihard uit. Zeker nu ze de tienerleeftijd heeft bereikt, merk ik verschil in haar gedrag. Ze heeft veel humor en kan heerlijk gek doen, maar haar grapjes kunnen nu wel eens op het randje of net eroverheen zijn. Ze weet precies wat ze wel en niet wil en je kan lullen als brugman, maar een nee wordt geen ja en vice versa.

Ik hoor niet bij jullie

Die heerlijk blije spring in het veld lijkt op dit moment meer op een donderwolk. Ze loopt met haar hoofd naar beneden. Haar lange haren als bescherming voor haar gezicht. Alles straalt uit: ik ben er niet en ik hoor zeker niet bij die drie! Nadat ik bij mezelf heb kunnen vaststellen wat er in mij gebeurt, lukt het me om afstand te nemen van mijn overtuigingen en vooral van het idee over mijn tekortkomingen. Ik ben geen slechte moeder, ik heb gewoon een boze dochter van tien jaar op dit moment. Hierdoor zakt bij mij de emotie. Ik ben ook een hooggevoelige dame met een sterke wil en dat kan in de weg zitten als moeder, heb ik gemerkt. Maar zij heeft ook recht op een boze bui en dus besluit ik haar die bui te gunnen in plaats van te proberen haar eruit te trekken. Dat laatste heeft trouwens toch geen enkele zin maar is toch wat ik anders wel gedaan zou kunnen hebben. Het riedeltje afwerken van “nou, doe eens gewoon gezellig want we zijn op vakantie” naar “als je hier niet mee ophoudt dan heeft het gevolgen”. Pedagogisch niet heel sterk en vaak de laatste strohalm van deze mama.. Tja, die machteloosheid als ouder hè.. niet altijd even makkelijk.

Veiligheid

Ze blijft structureel achter ons aanlopen en met mijn man spreek ik af om haar deze bui te gunnen en ons er niet in mee te laten zuigen. Wanneer we een drukke weg over moeten steken, stop ik waardoor zij ook stopt. ‘Lieve schat, ik weet dat je niet wilt praten of bij ons wilt lopen en dat is prima. Maar als we oversteken, wil ik zien dat dit veilig gebeurt dus ik wacht even hier.’ En jawel, ze passeert me zonder me een blik waardig te gunnen, maar ze is veilig aan de overkant. Daarna pakken we de “ik hoor niet bij jullie-routine” weer op en gaat ze weer achter ons lopen. Ik merk dat ik totaal anders met de situatie kan omgaan als ik met afstand en met mildheid naar mijn eigen overtuigingen kan kijken. De situatie is nu gewoon wat die is, waarbij ik weet dat die niet blijvend zal zijn. Ik kan zonder schuldgevoel of minderwaardigheidsgevoel kletsen met mijn man en met mijn andere dochter. Ik hoef dit niet op te lossen. Haar boosheid mag er zijn, maar ik hoef er niet iets mee te doen en het zegt niets over mij.

De zonsondergang

We nemen plaats op een heerlijk loungebed aan het strand. Onze boze dame gaat op een bed achter ons zitten. Stiekem moeten mijn man en ik een beetje lachen om haar volharding. We bestellen drankjes en kletsen lekker met zijn drieën over de vakantie. Mijn oudste dochter vraagt of ik een foto wil maken als zij omhoog springt met de ondergaande zon op de achtergrond. Na een aantal pogingen lukt het en heeft ze de foto die ze graag wil. We lopen terug en mijn dochter tikt me aan. ‘Kijk mama, ze zit al op de hoek van ons loungebed.’ Ze is inderdaad richting ons loungebed gekomen en zit met de haren voor haar gezicht wapperend in de wind naar beneden te kijken. Onze oudste dochter heeft dit soort buien al tig keer gehad dus ze weet hoe haar zusje zich voelt. ‘Ik denk dat ze er bijna uit is, mama’, zegt ze. En inderdaad, ze kijkt langzaam omhoog. ‘Mag ik ook wat drinken alsjeblieft? vraagt ze. We bestellen wat te drinken en ze komt bij ons zitten. Ze wil ook graag een “springfoto”, dus papa gaat met haar mee. En dan zitten we op ons loungebed met zijn vieren en jawel: het is vakantie en het is gezellig!

Oh, wat een jaar!

Moment stilstaan

Ieder jaar op 11 april neem ik een moment om stil te staan, een moment om terug te kijken en te zien waar ik nu sta. Dit is ontstaan toen ik op 11 april 2002 voor de derde keer een miskraam kreeg. Mijn droom om moeder te worden leek toen onbereikbaar geworden en zo werd 11 april een datum die in mijn hoofd gegrift staat. Mijn wereld stortte een beetje in op die dag. Mijn hele leven was ik al dol op kinderen. Het gevoel nooit moeder te zullen worden was zo overweldigend dat ik er keihard van weg ben gerend. Ik zou dit wel weer even naar het positieve buigen. Later dat jaar kreeg ik steeds meer lichamelijke klachten. Na een rondje artsen kwam ik uiteindelijk bij de reumatoloog die de diagnose fibromyalgie stelde. Dit betekende dat ik mijn werk niet meer kon doen. Een weg langs ergotherapie en revalidatietherapie volgde. Nog een domper, en nog een ervaring om ver van weg te rennen. Ik besloot dat dit op mijn pad kwam om mijn dromen waar te maken en zo schreef ik me in voor de HBO opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Als ik dan mijn lichaam niet meer zo goed zou kunnen gebruiken, dan maar meer werken met mijn hoofd.

Van het een naar het ander

Er volgde een weg langs allerlei andere punten waar ik niet heen wilde, want weglopen voor mezelf bleek moeilijker dan gedacht. Maar ik rende gestaag door. Ik werkte eerst als begeleider bij een woonvoorziening voor mensen met een beperking en bijkomende psychiatrische problematiek. Op school kreeg ik het steeds lastiger. Er was nog niet veel veranderd voor me sinds de middelbare school. In de les bloeide ik op en deed ik actief mee. Maar in de pauzes worstelde ik met mezelf omdat ik me zo sociaal ongemakkelijk voelde. Dit alles koste me bergen spanning en uiteindelijk mocht ik intern doorgroeien waardoor ik kon stoppen met school. Zo, weer een berg ontweken.. Ik werkte inmiddels als persoonlijk begeleider en deed dit met veel plezier. Wel ging ik ieder jaar naar een andere groep want verveling kwam toch wel erg snel om de hoek kijken. En toen kwam daar het moment waarop we toch weer gingen nadenken over een kindje. Op vakantie in Turkije zag ik een vallende ster waarop ik in stilte de wens uitsprak om mama te mogen worden. Ongelooflijk, de sterren bleken ons goed gezind want het lukte gewoon gelijk! Ik raakte zwanger van mijn oudste dochter. Op 11 april 2006 kon ik ineens met een totaal ander gevoel deze datum beleven! Wat was dat een intens gelukkig gevoel. Het gevoel dat mijn allergrootste wens in vervulling was gegaan.

Niet hetzelfde meer.

Ik werkte inmiddels op een woonvoorziening met cliënten met gedragsproblematiek. Hier lag mijn voorkeur omdat ik dat een grotere uitdaging vond. Ik had hier ook niet eerder problemen mee gehad. Ik was overgestapt naar een andere werkgever met een locatie in mijn woonplaats. Dit bleek geen verstandige beslissing. Ik werkte met een cliënt met hevige gedragsproblematiek. Toen ik hem lopend met de kinderwagen tegenkwam in de stad, was dit geen pretje. Hij bedreigde me en alles in me schreeuwde dat ik weg moest rennen. Dit was het einde van mijn baan daar. Na een heftige crisissituatie ging deze cliënt naar een gesloten woonvoorziening, maar voor mij lukte het niet meer om me prettig te voelen op mijn werk. Ik heb het nog geprobeerd bij mijn oude werkgever in een andere plaats, maar de lange tijd onder hoge spanning en met angst werken had mijn werkplezier verknald.

11 april 2008

Ik had besloten om uit de zorg weg te gaan. Ik ging “normaal” werken met normale werktijden, want dat was makkelijker als moeder. Ik kletste mezelf een bedrijf binnen als office manager. Ik was verantwoordelijk voor de gehele administratie en later voor het personeelsmanagement. Ik had eigenlijk de ballen verstand hiervan, maar ik leer snel en houd wel van een uitdaging dus in no time had ik me de functie eigen gemaakt en werd het routine. Ik verveelde me dood in een “normale” baan. Sleurde me vaak naar het werk. Van continu alert en op mijn hoede zijn kwam ik nu in een baan waar de grootste alertheid bestond uit het zorgen dat de printer niet leeg raakte en het koffieapparaat gevuld bleef. Natuurlijk chargeer ik nu, maar dit was wel mijn gevoel daar. We gingen op vakantie met ons inmiddels twee-jarige dochter en daar aan het zwembad viel ons iets op. Waar andere kinderen speelden met broertjes of zusjes was ons meisje alleen met ons. Zouden we het lot durven tarten? Zouden we durven proberen om nogmaals een zwangerschap aan te gaan? Met duidelijke afspraken om onszelf te beschermen tegen te veel pijn gingen we het nog één keer aan. Jawel hoor, ik raakte direct zwanger en op 11 april 2009 kon ik stil staan bij het leven met mijn jongste meisje vier dagen oud in mijn armen. Ik heb me nog nooit rijker gevoeld dan toen.

11 april 2017

De jaren gingen verder. Omdat ik graag bij mijn meiden wilde zijn en niet meer terug naar mijn “normale” baan wilde, besloot ik om als gastouder te gaan werken. Op deze manier kon ik thuis zijn voor mijn eigen meiden en toch ook nog werken vanuit mijn sociaal pedagogische achtergrond. Ik sloot me aan bij een bureau en zo ontstond Kinderopvang Sassebas. Het was een pittige baan, maar ik genoot met volle teugen van het moeder zijn en alle kindjes om me heen. Daarnaast genoot ik van de vrijheid; het werken zonder baas paste me als een handschoen. Ik kreeg uiteindelijk een vaste club opvangkinderen die samen opgroeiden met mijn kinderen. In 2014 ging ik naast de opvang werken bij het bureau omdat ik toch wel echt behoefte kreeg aan weer een baan buiten mijn eigen huis. Nadat mijn oudste dochter hoogbegaafd was getest, ging ik me verder scholen om juist deze kinderen te kunnen gaan helpen. Dit lukte en ik kreeg een baan als specialist hoogbegaafdheid. Ik had een enorm plezier in mijn werk als specialist hoogbegaafdheid en op 11 april 2017 keek ik met een trotse blik terug op het voorgaande jaar. Ik had mijn faalangst overwonnen en deed waar ik altijd van gedroomd had: kinderen en hun ouders helpen. Ik verloor me echter in mijn baan en begin 2018 resulteerde dit in een fikse burn out.

11 april 2018

Op 11 april 2018 keek ik vertwijfeld terug op het voorgaande jaar. Ik had mezelf verloren in mijn baan en was mezelf compleet kwijtgeraakt. De faalangst bleek niet echt overwonnen, maar vooral onderdrukt. Ik had me een masker aangemeten dat me een zelfverzekerde uitstraling gaf en ik ging iedere uitdaging aan. Niet om me te ontwikkelen, maar om me te bewijzen. Dat is een wereld van verschil, weet ik nu. Op 11 april 2018 zag mijn leven er niet bepaald rooskleurig uit. Ik was voortdurend moe, prikkelbaar, emotioneel labiel, angstig, razendsnel overprikkeld en ik had geen idee hoe nu verder te gaan. Alles wat ik altijd leuk had gevonden, lukte nu niet meer. Een feestje, een dag naar een pretpark, de kermis; ik ging er allemaal snel huilend vandaan. Zwaar overprikkeld. Toch was het ook een mooie tijd. Het mooie in deze tijd was dat al mijn persoonlijke relaties verdiepten. Nu ik ineens niet meer constant aan het werk was, werd ik weer aanspreekbaar. Misschien wel liggend op de bank, maar ik was er wel weer. Zo kreeg mijn persoonlijke leven een soort face-lift. Ik was intens gelukkig en dankbaar met mijn privéleven, maar dat werkend leven dan? Ik besloot dat ik eerst de relatie met mezelf wilde gaan verbeteren. Niet meer wegrennen of vluchten in een nieuwe uitdaging; eerst de diepte in met mezelf. In een individuele mindfulness-trainer vond ik de hulpverlener die ik nodig had. Waar voorheen niemand echt bij me binnen kwam, lukte dit hem wel. Ik leerde over de werking van mijn brein en over mezelf op een dieper level dan ooit. Langzaam kwam mijn power terug en besloot ik dat het nu tijd was voor mij om mijn eigen pad te gaan lopen. Niet meer mezelf bewijzen, niet meer denken dat ik niet genoeg ben, maar heel cliché “in mijn eigen kracht” gaan staan. Al krijg ik altijd spontaan een allergische reactie van die woorden, ze bleken voor mij wel van toepassing.

11 april 2019

Zo komen we dan nu bij 11 april van dit jaar. Jeetje, ik kan haast niet geloven waar ik nu sta. Ik had vorig jaar nooit durven dromen, laat staan denken, dat mijn leven er nu zo uit zou zien. Ik had niet gedacht mij ooit weer zo vol energie te voelen. Maar het lijkt wel of ik een nieuw leven heb gekregen. Een nieuw leven met mijn eigen praktijk en zonder de constante angst voor afwijzing die zo diep geworteld zat in mij. Afgelopen week werd me duidelijk hoe anders het nu is. Ik raakte flink verkouden vorige week en lag vrijdagmiddag ziek op bed. Op zaterdag verwachtten we 35 man visite voor de verjaardag van mijn jongste dochter en met een snotterig hoofd en keelpijn lukte het me toch om van al die lieve familie en vrienden om me heen te genieten. Ze gaven me energie in plaats van dat ze energie kostten. Op zondag waren we vroeg uit de veren en om 9 uur was ons huis weer helemaal spic en span. Ineens kwamen de meiden met het idee om naar de Efteling te gaan. Mijn man en ik keken elkaar aan en toen naar het prachtige weer buiten en jawel, we gingen naar de Efteling! De kinderen waren euforisch en wij ook. Naar de Efteling gaan lukte vorig jaar niet, terwijl we dat normaal ieder jaar doen. Ik raakte al van slag van een speeltuin. Maar nu liep ik met een grote glimlach op mijn gezicht stralend door de Efteling heen. Ik genoot van de blije koppies van mijn meiden, van het zonnetje op mijn gezicht en van mijn nieuwe leven. Ik genoot van het feit dat ik genoot. Wat een bijzondere ervaring. Het geeft me enorm veel hoop. Hoop dat het leven altijd weer anders kan lopen dan je verwacht. Ik ben benieuwd hoe ik 11 april 2020 zal gaan beleven. Maar nu eerst genieten van deze tijd!