Blog

Gaan staan

Het leven jaagt geen angst meer aan. Ik heb al zo ver moeten kruipen. Het laatste stuk zal ook wel gaan tot ik ga staan.

Racoon; oceaan

Kruipen

Deze ochtend werd ik in Italië om zeven uur wakker met het lied ‘Oceaan’ van Racoon in mijn hoofd. Dit specifieke stuk uit de tekst van ‘Oceaan’ van Racoon heeft me altijd al diep geraakt. Het omschrijft exact het gevoel dat ik lange tijd heb gehad in het leven. Het gevoel het leven kruipend door te moeten gaan vanuit angst. Het leven kostte me moeite, meer dan nodig zou moeten zijn. Het voelde alsof ik kroop terwijl ik toch echt twee gezonde benen had om mee te lopen. Waarom lukte het dan niet om op te gaan staan? Waarom koos ik voor een leven dichtbij de grond? Omdat ik mezelf had wijsgemaakt dat dit de veilige plek was. Onzichtbaar maakt onkwetsbaar, dat was mijn idee. En zo kroop ik verder, steeds lager bij de grond tot ik al tijgerend uiteindelijk niet meer kon. Ik had mezelf vast geworsteld in de aarde en kon zo niet meer verder. Maar hoe kwam ik hier?

Onzichtbaar

Op jonge leeftijd maakte ik een aantal traumatische ervaringen mee. Ik ben een kind uit een huwelijk gekenmerkt door huiselijk geweld door mijn vader. Gelukkig besloot mijn moeder te vluchten en hebben we een nieuw leven zonder geweld gekregen, maar het feit dat ik naar mijn idee voor 50% bestond uit “slechtheid΅ heeft me lange tijd enorm verward. Mijn “daddy issues” maakte mij een makkelijke prooi voor mannen die niet het beste met me voor hadden en zo kwam ik voor mijn tiende al in situaties terecht waarin misbruik van me werd gemaakt. Na de laatste keer was ik ervan overtuigd dat het aan mij lag. Iets in mij trok dit aan, dat kon toch niet anders. Wie overkomt dit nu drie keer? Dan is er toch iets mis met je? Zo ontstond mijn behoefte aan onzichtbaar zijn. Ik ging over tot kruipen in plaats van lopen. Zo lang ik mezelf zo onzichtbaar mogelijk zou maken, zou ik niet meer gekwetst worden.

Innerlijke strijd

Dat kruipen ging me niet altijd makkelijk af. Soms kwam mijn “echte ik” te veel naar boven en werd ik zichtbaar. Vanaf dat moment werd weglopen toegevoegd aan mijn repertoire. Als ik ineens gezien werd, bijvoorbeeld door mijn intelligentie, dan rende ik snel weg van de situatie. Ik durfde het niet aan mezelf echt uit te dagen en ging steeds verder weg van mezelf. Ik ging na 3 HAVO van de middelbare school af na veel strijd met mijn ouders. Een lange weg van 12 opleidingen en 13 banen volgde. Van kappersschool tot ziekenverzorgende, van personeelsmanagement tot fabrieksmedewerker, van bedrijfsleider tot customer service medewerker, van sociaal pedagogisch hulpverlener tot gastouder. Telkens als iets te dichtbij kwam of het risico op falen om de hoek kwam kijken, rende ik snel verder. Opleidingen stopte omdat ik de functie waar ik voor opgeleid werd al kreeg aangeboden tijdens de opleiding. Ik maakte me razendsnel nieuwe vaardigheden en kennis eigen, maar ik was als de dood om ervoor opgeleid te worden en misschien wel weer te falen. Ik was bang om te moeten gaan leren wat ik al kon en deed. Dan zouden ze er namelijk wel achter komen dat ik eigenlijk niets kon. Zo werd ik mijn eigen grens. Het voelde alsof ik door zo’n legernet gedwongen werd om laag bij de grond te blijven tijgeren. Niet mijn hoofd boven het maaiveld uitsteken want dan zou dat er geheid af worden gehakt.

Gastouderopvang Sassebas

Ik was vierendertig jaar en inmiddels ervan overtuigd dat er iets mis met me was. Ik had enorm veel moeite met groepen en met mensen in het algemeen; ik liep telkens vast in vriendschappen en banen. Zo was ik intens verlegen in een groep, maar had ik het hoogste woord als ik me veilig voelde bij mensen. Ik heb menig lunchpauze op mijn werk of school op de toilet doorgebracht omdat ik niet wist naast wie ik kon gaan zitten, terwijl ik in het weekend op een podium van een discotheek stond te dansen met vriendinnen. Ik was me constant pijnlijk bewust van mezelf en ontzettend gespannen als ik me onveilig voelde. Dit bracht me bij mijn eerste keer overspannen raken op mijn drieëntwintigste. Ik werkte destijds als customer servicemedewerker bij een sportmerk en verveelde me stierlijk enerzijds en was constant gespannen om fouten te maken of om samen te lunchen anderzijds. De overspannenheid leidde tot mijn inmiddels sterk aangeleerde truc: ik liep ervoor weg. Nieuwe baan dus. Maar ook dit bracht me natuurlijk niet verder. Na dit pad nog meerdere malen te hebben gelopen besloot ik om gastouder te worden. Thuis in eigen omgeving, veilig met jonge kinderen die niet meer van me eisten dan mijn aandacht en liefde. Die had ik gelukkig in overvloed. 

Gelukkig

Ik was oprecht gelukkig in mijn eigen gastouderopvang. Ik genoot van het werken met jonge kinderen. Het leken wel kleine sponsjes die alles in zich opnamen wat ik ze te leren had. Ik vond de vrijheid van het zelf vorm kunnen geven aan mijn opvang geweldig. Ik nam de kinderen mee naar buiten en leerde ze over de natuur. Ik vergeet nooit meer dat ik een berichtje kreeg van een moeder van een peutermeisje dat ik in de opvang had. Ze was de eendjes gaan voeren met haar dochter. Ze zei tegen haar dochter dat dit eendjes waren en haar dochter zei hierop: “Nee hoor mama, dit is een waterhoen en kijk, dat is een meerkoet. Dat heb ik van Saskia geleerd”. Onderweg naar huis wees ze een paarse plant aan en zei: “Kijk mama, dat is “avendel”. Ik vond het geweldig om dit te horen en om op deze manier iets toe te kunnen voegen aan de jonge leventjes van “mijn” opvangkinderen.

Hoogbegaafdheid

In deze tijd kwam hoogbegaafdheid ons leven in door mijn dochters en ging ik alles lezen wat er maar te vinden was over dit onderwerp. Allerlei kwartjes begonnen in een recordtempo op hun plaats te vallen. Achter in mijn hoofd klonk een klein stemmetje dat zei: “Sas, dit lijkt ook wel heel erg veel bij jou te passen..” Maar die drukte ik snel weg. Ik had niet eens de universiteit gedaan. Ik was zeker niet hoogbegaafd. Toch? Moet je kijken hoe ik keer op keer gefaald had. Dat doet een hoogbegaafde toch zeker niet? Hoogsensitief was ik wel, maar hoogbegaafd? Dat leek me sterk.

Life changing moment

En toen kwam 7 oktober 2012. We kwamen terug van een verjaardag en ik vond een briefje van de politie op mijn deurmat. Of ik direct contact op wilde nemen met hen. Ik schrok me helemaal wezenloos toen ik dit deed. Er werd gezegd dat mijn biologische vader overleden was en omdat ik zijn enige dochter was, was ik als enige verantwoordelijk voor eigenlijk alles. Het lichaam ligt daar en daar, zeiden ze. Verder konden ze me niet helpen. Ik had in al die jaren slechts een paar maanden contact gehad met mijn vader in mijn tienerjaren en nu was ik ineens verantwoordelijk voor het gehele afhandelen van zijn leven. Een diep intense tijd volgde waarin ik dit proces voluit aanging. Ik was me ervan bewust dat ik dit maar één keer zou kunnen doen. Ik wilde het met heel mijn hart doen. Ik regelde alles wat er geregeld moest worden zonder dat ik met een geldschuld zou komen te zitten. Ik gaf mijn vader een mooie en waardige begrafenis. Na zijn dood dook ik in zijn leven om op deze manier de man te leren kennen waar ik heel mijn leven al nieuwsgierig naar was. Ik leerde dat hij in de laatste jaren van zijn leven zijn leven had omgedraaid. Geen alcohol meer en voor het eerst een echte baan. Hij was de afgelopen zeven jaar werkzaam conciërge in een muziekschool en hij werd daar oprecht gemist. Het voor hem ingerichte soort altaar met foto, kaarsen en een condoleanceboek maakte dat ik voor het eerst met een trots gevoel naar mijn vader kon kijken en hem kon zien als mens, naast de daden uit zijn verleden. Juridisch zocht ik alles zelf uit omdat er geen geld was voor een notaris.  Ik vertikte het om een euro te moeten betalen van geld van mijn gezin voor iemand die zijn hele leven geen cent voor mij betaald had. Het lukte me om dit alles helemaal zelf te doen. Toen ik het uiteindelijk kort liet checken bij een notaris voor het naar de rechtbank moest, bood hij mij een baan aan! Hij had het zelf niet beter kunnen doen, zei hij. Dat was het moment waarop het fluisterende stemmetje steeds luider ging roepen in mijn oor. Misschien was ik toch wel tot meer in staat dan ik had gedacht al die tijd?

Geen weg terug

Hoe intens de periode ook was, hij bracht me ontzettend veel. Ik leerde over mezelf dat ik veel meer kon dan ik ooit had gedacht. Zo had ik bijvoorbeeld gesproken op de begrafenis wat voorheen voor mij ondenkbaar was. Na deze periode kon ik niet meer terug naar gewoon gastouder zijn. Ik had gevoeld wat het met me deed om echt uitgedaagd te worden. Ik had me levend gevoeld, op het toppen van mijn kunnen. Ik wilde niet meer terug naar tijgeren onder het net. Ik ging me omscholen en doorliep de opleidingen als een speer. Ik ging naast mijn opvang werken als consulente en kindercoach bij een gastouderbureau. Ik ging trainingen geven aan de gastouders. Mijn hoogbegaafdheid werd in deze tijd vastgesteld en zo dook ik in het werk dat ik tot op heden met veel plezier doe: coachen en trainen als specialist in begaafdheid en hoogsensitiviteit. Eindelijk viel alles op zijn plaats. Dacht ik. Want langzaamaan kwam het kruipen terug en het kruipen werd weer tijgeren. Tot ik mezelf compleet uitgeput vond onder het net in de modder: burn out.

Gevoeligheid voor afwijzing

Wat had mij nu terug naar de grond gebracht? Mijn gevoeligheid voor afwijzing. Door een blog van mijn gerespecteerde collega Xandra van Hooff las ik exact wat er bij mij gebeurd was. Als hoogsensitief persoon heb je sterke antennes die kunnen voelen: vind ik dit oké? Het bekende stop en check-systeem. Maar door allerlei omstandigheden kun je een rejection sensitivity ontwikkelen: gevoeligheid voor afwijzing. Nu gaan die antennes anders staan; ze krijgen een heel andere functie. Niet langer ‘vind ik dit oké’ is belangrijk, maar ‘vind jij mij oké?’ is nu de vraag die met stip op één staat. Mijn hele zijn stond nog steeds ingesteld op niet afgewezen worden. Toen ik weer vol het werkveld in dook en steeds meer collega’s kreeg, lukte het me niet meer om bij al die mensen zeker te weten dat ze me niet zouden afwijzen. Dus ging ik terug naar wat ik goed kon: kruipen en proberen mezelf zo te maken dat niemand me zou afwijzen. Héél hard mijn best doen, maar van binnen voelde ik dat het nooit genoeg zou zijn. Er was een vernislaagje om me heen gekomen doordat ik wist wat ik kon nu. Maar ik wist nog steeds niet wie ik was, los van wat ik kon. Mijn burn out kwam om me duidelijk te maken dat dit niet langer het pad was voor mij.

Gaan staan

“Het leven jaagt geen angst meer aan. Ik heb al zo lang moeten kruipen, het laatste stuk zal ook wel gaan tot ik ga staan”. Dit gevoel kwam over me heen tijdens mijn burn out. Ik had al zoveel doorgemaakt en overleefd, dit zou ik ook echt wel kunnen. Maar ik zou moeten gaan staan om niet weer hetzelfde pad steeds opnieuw te blijven gaan. Niet meer leven vanuit angst, maar vanuit kracht. Ik ging intens met mezelf aan de slag. Ik leerde over mezelf en ik kreeg bruikbare handvatten hoe ik met mijn ervaringen in het leven kon omgaan. Niet om ze achter me te laten of weg te redeneren, maar om ze een gepaste plaats in mij te geven. Ik liep er niet langer voor weg, maar ik kwam tot de acceptatie dat ze bij mij hoorden. Voor altijd. En dat is oké. In plaats van voor mijn verleden weg te rennen, stopte ik en draaide ik om, om het verleden recht in de ogen aan te kijken. Het is namelijk wat het is; dit is mijn lot. Net zoals ieder ander zijn of haar eigen lot heeft. Daarna draaide ik om want wie met zijn gezicht naar het verleden blijft staan, staat met zijn rug naar de toekomst. Dit zorgde ervoor dat ik kon gaan staan. Niet langer wegduiken voor het leven, maar er vol in gaan staan. Struikelen, vallen, hard op mijn bek gaan en dan weer opstaan. Kruipen ga ik nooit meer doen, voor niemand. Ik ga me niet meer kleiner maken om anderen zich beter te laten voelen zodat ze me niet kunnen afwijzen. Dit is het, dit is wie ik ben. Met al mijn intens en “té” zijn. Met al mijn bagage die ik niet langer achter me aansleep, maar nu in zo’n superhandig opvouwbaar tasje in mijn zak heb. Ik ben er trots op. Niet op wat ik doe of gedaan heb, maar op wie ik ben. Een mens met het recht om voluit te leven en rechtop te lopen, net zoals ieder ander mens. De evolutie is er tenslotte niet voor niets, toch? Wie ben ik om me daartegen te verzetten? 😉 Het leven jaagt me geen angst meer aan; kom maar op met dat leven!

Wat als plagen als pesten voelt?

Pesten of plagen

De afgelopen tijd ben ik regelmatig in aanraking gekomen met kinderen en jongeren die gepest worden. Tenminste, dat vinden ze zelf. Hun omgeving brengt vaak de nuance aan dat ze vinden dat het kind het gevoel heeft dat het gepest wordt. Het is immers vaak helemaal niet zo bedoeld en het kind vat gewoon alles zo persoonlijk op. Het kind is er gewoon erg gevoelig voor. En ja, het kind is sowieso wel erg gevoelig. Dus conclusie: het kind zou minder gevoelig moeten worden en moeten kijken naar de intentie. Maar is dat wel zo? Frank de Mink heeft het mooi verwoord in zijn presentatie: “Het verschil tussen pesten en plagen zit niet in de intentie, maar in het gevoel dat het de ander geeft”. Als we er op die manier naar kijken, geeft dat ineens een totaal ander beeld.

Het is niet zo bedoeld

Wat veel volwassenen doen zodra een kind aangeeft dat het gepest wordt, is de situatie gaan terughalen en analyseren. We willen graag weten wat er precies gebeurd is, wat er is gezegd en door wie en ga zo maar door. Op basis van de door ons volwassenen verzamelde informatie vellen we dan het oordeel of het wel of geen pesten is geweest en wat er moet gebeuren. Zo kan het zijn dat het oordeel is dat het niet zo bedoeld is door het andere kind en dat er dus geen sprake is van pesten. Ergo: jouw gevoel klopt niet en mag er eigenlijk niet zijn. Punt. Of het kan zijn dat het andere kind verbaal veel sterker is en een draai geeft aan het verhaal waarbij de rollen worden omgedraaid. Een kind dat bijvoorbeeld stiekem een ander kind treitert tot het punt dat het kind ontploft en boos wordt. Het laatste wordt gezien waarbij het kind dat getreiterd wordt eindigt met straf. Doordat het boos is en vol emotie lukt het niet om uit te leggen dat het eerst getreiterd is. Ergo: jouw gedrag klopt niet en mag er niet zijn. Punt.

Eenzaam

Veel kinderen eindigen met een eenzaam en onveilig gevoel in bovenstaande situaties. Als we uitgaan van het principe dat het pesten is wanneer het zo voelt is dat heel begrijpelijk. Het kind voelt het als pesten, maar door de omgeving wordt gezegd dat het niet zo is en dat het zich dus niet zo hoeft te voelen. Verandert dat iets aan het gevoel? Nee. Maar toch is dat wat wij, volwassenen, verwachten. Dat het kind geen pijn meer voelt omdat wij zeggen dat het eigenlijk geen reden heeft om pijn te hebben. Vanuit goede bedoelingen natuurlijk, want we hopen echt dat het kind daardoor minder pijn heeft. Het gevolg is echter vaak dat een kind beslist om maar niets meer te zeggen. Zo was ik laatst met een meisje in gesprek dat al jaren gepest wordt. Ze zei me dat het tegenwoordig minder pijn doet dan eerst omdat ze inmiddels gewend is om deze pijn te voelen. Mijn hart breekt wanneer ik een kind zoiets hoor zeggen.

Gevoeligheid en pesten

Het verschil tussen hooggevoelige kinderen en minder gevoelige kinderen is natuurlijk onder andere hun gevoeligheid. Het feit dat er een verschil is, wordt door veel gevoelige kinderen geïnterpreteerd als: ‘ik ben anders’. Als we er vanuit gaan dat ca. 15-20% van de mensen (en dus ook van de kinderen) hooggevoelig is, dan betekent dat automatisch dat de overige ca. 80% minder gevoelig is. Hun beleving van de wereld is verschillend. Het minder gevoelige kind kan anders tegen bepaalde uitspraken aankijken dan het gevoelige kind. Het gevoelige kind is vaak behept met een zeer sterk rechtvaardigheidsgevoel. Dit kan een rol spelen omdat het kind zal opkomen voor wat in zijn ogen eerlijk is. Daarnaast kan het gevoelige kind zich sterk inleven en kan het vaak precies voelen wat iemand anders voelt. Dit is een reden waarom zeggen dat het gewoon terug moet pesten of slaan vaak niet werkt. Ze weten als geen ander hoe het voelt en willen dit absoluut een ander kind niet aandoen. Zelfs niet hun pestkop. Dat maakt hen immers net zo slecht en dat willen ze niet. Soms gaan ze tegen ouders of anderen zeggen dat ze het nu terug zijn gaan doen terwijl dat niet waar is omdat ze hen ook niet willen teleurstellen. Je kunt je wel voorstellen hoe dit voelt voor het kind.

Gevoelig voor afwijzing

Wanneer een hooggevoelig kind in een omgeving vertoeft die het als onveilig ervaart, is het mogelijk dat het een afwijzingsgevoeligheid ontwikkelt. (rejection sensitivity) Dit is iets dat ik vaak zie bij kinderen die gepest zijn. Hierdoor ontwikkelt het kind eigenlijk een soort “angst voor afwijzing”- bril dat het niet meer kan afzetten. Een hooggevoelig kind heeft normaal gezien sterke antennes waarmee het de wereld waarneemt en de informatie die binnenkomt wordt diepgaand verwerkt. Met die antennes voelt het: vind ik dit oké? Vind ik jou oké? Vind ik deze situatie oké? Op het moment dat de angst voor afwijzing-bril opgaat verandert de stand van deze antennes. Ze zijn vanaf dan ingesteld op: vind jij mij oké? Omdat er al sprake is van een onveilig beeld is de verwachting van het kind dat anderen hem of haar vast niet oké zullen vinden. De informatie die waargenomen wordt, wordt nu gekleurd door die verwachting.

Angst voor afwijzing-bril

De kunst om subtiele signalen op te kunnen vangen die past bij hooggevoeligheid wordt nu ingezet met dit doel. Door de bril echter worden die signalen anders geïnterpreteerd. Het kind gaat overal signalen zien die bevestigen dat anderen hem of haar niet oké vinden. Zoals een oud gezegde luidt: “Als je een hamer bent, zie je overal spijkers”. Dit is precies wat er bij het kind gebeurt. En zo ontstaan er steeds meer situaties waarin het kind de pijn voelt van gepest of achtergesteld worden maar anderen dit anders zullen beoordelen. Wat ook logisch is, want het kind heeft daadwerkelijk een andere beleving van de wereld die het waarneemt dan anderen. Echter kan het kind hier niets aan doen; het neemt daadwerkelijk dit waar. Als je dan te horen krijgt, keer op keer, dat je het verkeerd ziet zonder dat je begrijpt waarom, word je zo nog meer bevestigd in het feit dat anderen jou niet oké vinden. En zo komt het kind steeds vaster te zitten en meer en meer alleen te staan.

Waarom SoVa-training dan niet helpt

Wat veel gedaan wordt bij deze kinderen is ze een SoVa- training geven, want als ze maar wat sociaal vaardiger zouden zijn zouden ze zich niet zo snel gepest voelen. Of als ze wat beter voor zichzelf op zouden komen, dan voelen ze zich minder gepest. Dit is echter alleen gericht op vaardigheden aanleren. Het gaat voorbij aan het feit dat dit kind op een veel dieper level hulp nodig heeft. Het kind mag weer leren dat het helemaal oké is zoals het is. Zolang het kind dat niet leert, zal alles wat aan goed bedoelde trainingen zoals SoVa, Kanjer of Rots en Water, gewoon lijken af te ketsen op het kind. Het komt niet binnen en er verandert niets. En niet alleen dat, het zal het kind ook nog verder bevestigen in dat het niet goed genoeg is. Het moet immers kennelijk van alles leren. Het kind moet echter niet leren om sociaal vaardiger te worden, maar het kind mag leren van zichzelf te houden. Dit gaat eigenlijk net zo op voor de pester als het gepeste kind, want pesten komt vaak niet zomaar uit het niets. Wat als we deze kinderen niet zouden aanleren hoe ze zich sociaal moeten gedragen, maar wat als we kinderen leren om van zichzelf te houden en op die manier vanuit respect voor jezelf en de ander leert handelen? Zouden dan die sociale vaardigheden niet automatisch daaruit voortvloeien?

Goed genoeg

Ik behandel in mijn praktijk zowel kinderen als volwassenen. Wat mij enorm opvalt is dat bij bijna alle cliënten het vaak neerkomt op één en hetzelfde thema: ‘ik ben niet goed genoeg’. Ik kijk gisteren in de hitlijst van het moment en een groot gedeelte van de goed scorende liedjes gaan over hetzelfde thema: ik ben niet goed genoeg, ik hoor er niet bij of ik ben anders. Het is een menselijke worsteling die in het tijdperk van social media alleen maar groter en groter lijkt te worden. We richten ons steeds meer op erbij horen en raken daardoor de echte verbinding met elkaar kwijt. Zoals Brene Brown zo mooi aangeeft is erbij horen het tegenovergestelde van verbinding maken. Gevoelige mensen zijn juist op zoek naar die verbinding en daarvoor moet je dus het erbij willen horen loslaten. Dit veroorzaakt een flinke innerlijke strijd die vaak tot diep in de volwassenheid doorloopt. Het gevoel niet goed genoeg te zijn is een hele grote factor in het ontwikkelen van een burn out. Wat als we op jonge leeftijd al mee gaan geven dat iedereen anders is? Dat juist dat je doel is hier op aarde: het vorm geven aan jouw unieke anders zijn. Dat iedereen zich anders voelt en dat juist dat gegeven ons juist weer hetzelfde maakt: menselijk. We zijn allemaal anders en tegelijkertijd zijn we allemaal mens. Punt.

Vakantie is gezellig! Toch..?

We lopen samen richting de boulevard van Bloemendaal. Nou ja, samen.. Mijn man, mijn oudste dochter en ik lopen samen. Mijn jongste dochter loopt tien meter achter ons. Die wil niet bij ons lopen want ze is boos. Zij wil bij de caravan blijven en spelletjes doen. Wij willen naar de boulevard om gezellig een drankje te doen en daar te kijken naar de zon die ondergaat in de zee. Tja, dat is vrij vaak het woord willen en dat is precies waar deze blog over gaat; het hebben van een sterke wil. Die sterke wil is namelijk dik bezaaid in ons gezin, net als gevoeligheid en dat is niet altijd het beste recept voor gezelligheid.

Vakantie = gezellig

“Waarom gaat het nu weer zo? Waarom is het nou nooit eens gewoon gezellig op vakantie? Waarom is het of de een of de ander van de kinderen die boos is? Waarom stopt ze nu niet gewoon met boos doen? Het is ook altijd hetzelfde Tjonge jonge, ik vind dit niet leuk!!!!” Dit zijn gedachten die door mijn hoofd spoken wanneer mijn dochter boos achter ons gaat lopen en niet langer met ons wenst te praten of op enigerlei wijze contact met ons te hebben. Gedachten van mij die eigenlijk helemaal niet reëel zijn want we hebben een hele gezellige dag gehad. Maar mijn intense emotionele beleving gaat met me aan de haal waardoor ik ineens die “oh wat ben ik toch een zielige mama-bui” kan inschieten. Zeker als het een bepaalde tijd van de maand is, ligt die bui gewoon wat dichter aan de oppervlakte en dit is juist die bepaalde tijd van de maand.

Afstand

Als ik langzamer ga lopen, gaat zij nog wat langzamer lopen want ze wil gewoon die afstand tussen ons in hebben nu. Ik vind dat lastig want ik ben van het uitpraten en oplossen. Wij zijn erg close en deze afstand vind ik in eerste instantie lastig. Maar die afstand helpt uiteindelijk niet alleen haar maar ook mij, want ik besluit om wat ik aan anderen leer nu maar weer eens zelf in de praktijk te brengen. Afstand nemen en waarnemen wat je denkt en voelt. Kun je hier met mildheid naar kijken? Ik adem diep in en registreer met afstand wat er allemaal in mij gebeurt. Wat denk ik? Wat voel ik? Ik voel me ongemakkelijk tegenover de andere mensen die op de stoep lopen. Ik voel me schuldig dat ik niet gewoon bij de caravan wilde blijven want dat kind vindt dat nu eenmaal zo gezellig. Ik denk dat ik alles verkeerd aanpak. Ik voel me als moeder en jeugdhulpverlener tekort schieten met een boze dochter die niet bij mij wil lopen. Hmm, dat is wel erg veel ik.. Die bepaalde tijd van de maand speelt hier vast ook een rol in. Waarom mag mijn dochter niet gewoon even boos zijn? Omdat het vakantie is? Dat is toch een belachelijke reden. En ineens voel ik me kalmer worden. Ik zie mijn eigen overtuiging die mij in de weg zit en ik besluit om niet mijn automatische piloot in te schieten. Ik hoef dit niet op te lossen of weg te poetsen. Het mag er gewoon zijn.

Sterke wil

Mijn jongste dochter is een hooggevoelig meisje met een enorm sterke wil. Het is een heerlijk blije spring in het veld die precies weet wat ze wil en wat ze niet wil. Ze houdt van kneuteren en gezellig spelletjes doen. Samen met zijn viertjes spelletjes spelen; je kan haar niet gelukkiger maken. Het is een meisje dat lekker in haar vel zit, leuke vriendinnen heeft en plezier heeft in het naar school gaan. Ze heeft een heel sterk inlevingsvermogen en maakt het graag anderen naar de zin. Hier loopt ze zichzelf wel eens in voorbij. Het is een zorgzaam meisje. Zo af en toe komt haar sterke wil er even keihard uit. Zeker nu ze de tienerleeftijd heeft bereikt, merk ik verschil in haar gedrag. Ze heeft veel humor en kan heerlijk gek doen, maar haar grapjes kunnen nu wel eens op het randje of net eroverheen zijn. Ze weet precies wat ze wel en niet wil en je kan lullen als brugman, maar een nee wordt geen ja en vice versa.

Ik hoor niet bij jullie

Die heerlijk blije spring in het veld lijkt op dit moment meer op een donderwolk. Ze loopt met haar hoofd naar beneden. Haar lange haren als bescherming voor haar gezicht. Alles straalt uit: ik ben er niet en ik hoor zeker niet bij die drie! Nadat ik bij mezelf heb kunnen vaststellen wat er in mij gebeurt, lukt het me om afstand te nemen van mijn overtuigingen en vooral van het idee over mijn tekortkomingen. Ik ben geen slechte moeder, ik heb gewoon een boze dochter van tien jaar op dit moment. Hierdoor zakt bij mij de emotie. Ik ben ook een hooggevoelige dame met een sterke wil en dat kan in de weg zitten als moeder, heb ik gemerkt. Maar zij heeft ook recht op een boze bui en dus besluit ik haar die bui te gunnen in plaats van te proberen haar eruit te trekken. Dat laatste heeft trouwens toch geen enkele zin maar is toch wat ik anders wel gedaan zou kunnen hebben. Het riedeltje afwerken van “nou, doe eens gewoon gezellig want we zijn op vakantie” naar “als je hier niet mee ophoudt dan heeft het gevolgen”. Pedagogisch niet heel sterk en vaak de laatste strohalm van deze mama.. Tja, die machteloosheid als ouder hè.. niet altijd even makkelijk.

Veiligheid

Ze blijft structureel achter ons aanlopen en met mijn man spreek ik af om haar deze bui te gunnen en ons er niet in mee te laten zuigen. Wanneer we een drukke weg over moeten steken, stop ik waardoor zij ook stopt. ‘Lieve schat, ik weet dat je niet wilt praten of bij ons wilt lopen en dat is prima. Maar als we oversteken, wil ik zien dat dit veilig gebeurt dus ik wacht even hier.’ En jawel, ze passeert me zonder me een blik waardig te gunnen, maar ze is veilig aan de overkant. Daarna pakken we de “ik hoor niet bij jullie-routine” weer op en gaat ze weer achter ons lopen. Ik merk dat ik totaal anders met de situatie kan omgaan als ik met afstand en met mildheid naar mijn eigen overtuigingen kan kijken. De situatie is nu gewoon wat die is, waarbij ik weet dat die niet blijvend zal zijn. Ik kan zonder schuldgevoel of minderwaardigheidsgevoel kletsen met mijn man en met mijn andere dochter. Ik hoef dit niet op te lossen. Haar boosheid mag er zijn, maar ik hoef er niet iets mee te doen en het zegt niets over mij.

De zonsondergang

We nemen plaats op een heerlijk loungebed aan het strand. Onze boze dame gaat op een bed achter ons zitten. Stiekem moeten mijn man en ik een beetje lachen om haar volharding. We bestellen drankjes en kletsen lekker met zijn drieën over de vakantie. Mijn oudste dochter vraagt of ik een foto wil maken als zij omhoog springt met de ondergaande zon op de achtergrond. Na een aantal pogingen lukt het en heeft ze de foto die ze graag wil. We lopen terug en mijn dochter tikt me aan. ‘Kijk mama, ze zit al op de hoek van ons loungebed.’ Ze is inderdaad richting ons loungebed gekomen en zit met de haren voor haar gezicht wapperend in de wind naar beneden te kijken. Onze oudste dochter heeft dit soort buien al tig keer gehad dus ze weet hoe haar zusje zich voelt. ‘Ik denk dat ze er bijna uit is, mama’, zegt ze. En inderdaad, ze kijkt langzaam omhoog. ‘Mag ik ook wat drinken alsjeblieft? vraagt ze. We bestellen wat te drinken en ze komt bij ons zitten. Ze wil ook graag een “springfoto”, dus papa gaat met haar mee. En dan zitten we op ons loungebed met zijn vieren en jawel: het is vakantie en het is gezellig!

Oh, wat een jaar!

Moment stilstaan

Ieder jaar op 11 april neem ik een moment om stil te staan, een moment om terug te kijken en te zien waar ik nu sta. Dit is ontstaan toen ik op 11 april 2002 voor de derde keer een miskraam kreeg. Mijn droom om moeder te worden leek toen onbereikbaar geworden en zo werd 11 april een datum die in mijn hoofd gegrift staat. Mijn wereld stortte een beetje in op die dag. Mijn hele leven was ik al dol op kinderen. Het gevoel nooit moeder te zullen worden was zo overweldigend dat ik er keihard van weg ben gerend. Ik zou dit wel weer even naar het positieve buigen. Later dat jaar kreeg ik steeds meer lichamelijke klachten. Na een rondje artsen kwam ik uiteindelijk bij de reumatoloog die de diagnose fibromyalgie stelde. Dit betekende dat ik mijn werk niet meer kon doen. Een weg langs ergotherapie en revalidatietherapie volgde. Nog een domper, en nog een ervaring om ver van weg te rennen. Ik besloot dat dit op mijn pad kwam om mijn dromen waar te maken en zo schreef ik me in voor de HBO opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Als ik dan mijn lichaam niet meer zo goed zou kunnen gebruiken, dan maar meer werken met mijn hoofd.

Van het een naar het ander

Er volgde een weg langs allerlei andere punten waar ik niet heen wilde, want weglopen voor mezelf bleek moeilijker dan gedacht. Maar ik rende gestaag door. Ik werkte eerst als begeleider bij een woonvoorziening voor mensen met een beperking en bijkomende psychiatrische problematiek. Op school kreeg ik het steeds lastiger. Er was nog niet veel veranderd voor me sinds de middelbare school. In de les bloeide ik op en deed ik actief mee. Maar in de pauzes worstelde ik met mezelf omdat ik me zo sociaal ongemakkelijk voelde. Dit alles koste me bergen spanning en uiteindelijk mocht ik intern doorgroeien waardoor ik kon stoppen met school. Zo, weer een berg ontweken.. Ik werkte inmiddels als persoonlijk begeleider en deed dit met veel plezier. Wel ging ik ieder jaar naar een andere groep want verveling kwam toch wel erg snel om de hoek kijken. En toen kwam daar het moment waarop we toch weer gingen nadenken over een kindje. Op vakantie in Turkije zag ik een vallende ster waarop ik in stilte de wens uitsprak om mama te mogen worden. Ongelooflijk, de sterren bleken ons goed gezind want het lukte gewoon gelijk! Ik raakte zwanger van mijn oudste dochter. Op 11 april 2006 kon ik ineens met een totaal ander gevoel deze datum beleven! Wat was dat een intens gelukkig gevoel. Het gevoel dat mijn allergrootste wens in vervulling was gegaan.

Niet hetzelfde meer.

Ik werkte inmiddels op een woonvoorziening met cliënten met gedragsproblematiek. Hier lag mijn voorkeur omdat ik dat een grotere uitdaging vond. Ik had hier ook niet eerder problemen mee gehad. Ik was overgestapt naar een andere werkgever met een locatie in mijn woonplaats. Dit bleek geen verstandige beslissing. Ik werkte met een cliënt met hevige gedragsproblematiek. Toen ik hem lopend met de kinderwagen tegenkwam in de stad, was dit geen pretje. Hij bedreigde me en alles in me schreeuwde dat ik weg moest rennen. Dit was het einde van mijn baan daar. Na een heftige crisissituatie ging deze cliënt naar een gesloten woonvoorziening, maar voor mij lukte het niet meer om me prettig te voelen op mijn werk. Ik heb het nog geprobeerd bij mijn oude werkgever in een andere plaats, maar de lange tijd onder hoge spanning en met angst werken had mijn werkplezier verknald.

11 april 2008

Ik had besloten om uit de zorg weg te gaan. Ik ging “normaal” werken met normale werktijden, want dat was makkelijker als moeder. Ik kletste mezelf een bedrijf binnen als office manager. Ik was verantwoordelijk voor de gehele administratie en later voor het personeelsmanagement. Ik had eigenlijk de ballen verstand hiervan, maar ik leer snel en houd wel van een uitdaging dus in no time had ik me de functie eigen gemaakt en werd het routine. Ik verveelde me dood in een “normale” baan. Sleurde me vaak naar het werk. Van continu alert en op mijn hoede zijn kwam ik nu in een baan waar de grootste alertheid bestond uit het zorgen dat de printer niet leeg raakte en het koffieapparaat gevuld bleef. Natuurlijk chargeer ik nu, maar dit was wel mijn gevoel daar. We gingen op vakantie met ons inmiddels twee-jarige dochter en daar aan het zwembad viel ons iets op. Waar andere kinderen speelden met broertjes of zusjes was ons meisje alleen met ons. Zouden we het lot durven tarten? Zouden we durven proberen om nogmaals een zwangerschap aan te gaan? Met duidelijke afspraken om onszelf te beschermen tegen te veel pijn gingen we het nog één keer aan. Jawel hoor, ik raakte direct zwanger en op 11 april 2009 kon ik stil staan bij het leven met mijn jongste meisje vier dagen oud in mijn armen. Ik heb me nog nooit rijker gevoeld dan toen.

11 april 2017

De jaren gingen verder. Omdat ik graag bij mijn meiden wilde zijn en niet meer terug naar mijn “normale” baan wilde, besloot ik om als gastouder te gaan werken. Op deze manier kon ik thuis zijn voor mijn eigen meiden en toch ook nog werken vanuit mijn sociaal pedagogische achtergrond. Ik sloot me aan bij een bureau en zo ontstond Kinderopvang Sassebas. Het was een pittige baan, maar ik genoot met volle teugen van het moeder zijn en alle kindjes om me heen. Daarnaast genoot ik van de vrijheid; het werken zonder baas paste me als een handschoen. Ik kreeg uiteindelijk een vaste club opvangkinderen die samen opgroeiden met mijn kinderen. In 2014 ging ik naast de opvang werken bij het bureau omdat ik toch wel echt behoefte kreeg aan weer een baan buiten mijn eigen huis. Nadat mijn oudste dochter hoogbegaafd was getest, ging ik me verder scholen om juist deze kinderen te kunnen gaan helpen. Dit lukte en ik kreeg een baan als specialist hoogbegaafdheid. Ik had een enorm plezier in mijn werk als specialist hoogbegaafdheid en op 11 april 2017 keek ik met een trotse blik terug op het voorgaande jaar. Ik had mijn faalangst overwonnen en deed waar ik altijd van gedroomd had: kinderen en hun ouders helpen. Ik verloor me echter in mijn baan en begin 2018 resulteerde dit in een fikse burn out.

11 april 2018

Op 11 april 2018 keek ik vertwijfeld terug op het voorgaande jaar. Ik had mezelf verloren in mijn baan en was mezelf compleet kwijtgeraakt. De faalangst bleek niet echt overwonnen, maar vooral onderdrukt. Ik had me een masker aangemeten dat me een zelfverzekerde uitstraling gaf en ik ging iedere uitdaging aan. Niet om me te ontwikkelen, maar om me te bewijzen. Dat is een wereld van verschil, weet ik nu. Op 11 april 2018 zag mijn leven er niet bepaald rooskleurig uit. Ik was voortdurend moe, prikkelbaar, emotioneel labiel, angstig, razendsnel overprikkeld en ik had geen idee hoe nu verder te gaan. Alles wat ik altijd leuk had gevonden, lukte nu niet meer. Een feestje, een dag naar een pretpark, de kermis; ik ging er allemaal snel huilend vandaan. Zwaar overprikkeld. Toch was het ook een mooie tijd. Het mooie in deze tijd was dat al mijn persoonlijke relaties verdiepten. Nu ik ineens niet meer constant aan het werk was, werd ik weer aanspreekbaar. Misschien wel liggend op de bank, maar ik was er wel weer. Zo kreeg mijn persoonlijke leven een soort face-lift. Ik was intens gelukkig en dankbaar met mijn privéleven, maar dat werkend leven dan? Ik besloot dat ik eerst de relatie met mezelf wilde gaan verbeteren. Niet meer wegrennen of vluchten in een nieuwe uitdaging; eerst de diepte in met mezelf. In een individuele mindfulness-trainer vond ik de hulpverlener die ik nodig had. Waar voorheen niemand echt bij me binnen kwam, lukte dit hem wel. Ik leerde over de werking van mijn brein en over mezelf op een dieper level dan ooit. Langzaam kwam mijn power terug en besloot ik dat het nu tijd was voor mij om mijn eigen pad te gaan lopen. Niet meer mezelf bewijzen, niet meer denken dat ik niet genoeg ben, maar heel cliché “in mijn eigen kracht” gaan staan. Al krijg ik altijd spontaan een allergische reactie van die woorden, ze bleken voor mij wel van toepassing.

11 april 2019

Zo komen we dan nu bij 11 april van dit jaar. Jeetje, ik kan haast niet geloven waar ik nu sta. Ik had vorig jaar nooit durven dromen, laat staan denken, dat mijn leven er nu zo uit zou zien. Ik had niet gedacht mij ooit weer zo vol energie te voelen. Maar het lijkt wel of ik een nieuw leven heb gekregen. Een nieuw leven met mijn eigen praktijk en zonder de constante angst voor afwijzing die zo diep geworteld zat in mij. Afgelopen week werd me duidelijk hoe anders het nu is. Ik raakte flink verkouden vorige week en lag vrijdagmiddag ziek op bed. Op zaterdag verwachtten we 35 man visite voor de verjaardag van mijn jongste dochter en met een snotterig hoofd en keelpijn lukte het me toch om van al die lieve familie en vrienden om me heen te genieten. Ze gaven me energie in plaats van dat ze energie kostten. Op zondag waren we vroeg uit de veren en om 9 uur was ons huis weer helemaal spic en span. Ineens kwamen de meiden met het idee om naar de Efteling te gaan. Mijn man en ik keken elkaar aan en toen naar het prachtige weer buiten en jawel, we gingen naar de Efteling! De kinderen waren euforisch en wij ook. Naar de Efteling gaan lukte vorig jaar niet, terwijl we dat normaal ieder jaar doen. Ik raakte al van slag van een speeltuin. Maar nu liep ik met een grote glimlach op mijn gezicht stralend door de Efteling heen. Ik genoot van de blije koppies van mijn meiden, van het zonnetje op mijn gezicht en van mijn nieuwe leven. Ik genoot van het feit dat ik genoot. Wat een bijzondere ervaring. Het geeft me enorm veel hoop. Hoop dat het leven altijd weer anders kan lopen dan je verwacht. Ik ben benieuwd hoe ik 11 april 2020 zal gaan beleven. Maar nu eerst genieten van deze tijd!

Weet jij wat jouw Zinto nodig heeft?

Zinto met de gesprekskaartjes

Prikkels

Er zijn meerdere gebieden waarop je een prikkelgevoeligheid of wel overprikkelbaarheid kunt hebben. De zintuiglijke prikkelgevoeligheid is daar de meest bekende van. Veel ouders en leerkrachten weten inmiddels dat je zintuiglijk overprikkeld kunt raken. De vele koptelefoons en studybuddies die tegenwoordig in de klas zichtbaar zijn, zijn daar een duidelijk voorbeeld van. Dit zijn hulpmaterialen om overprikkeling te verminderen of voorkomen. Iets minder bekend, maar ook steeds bekender aan het worden is zintuiglijke onderprikkeling. In de klas zien we steeds vaker tangles, fidgetcubes en wiebelkussens. Dit zijn zintuiglijk prikkelende materialen. We weten dus inmiddels steeds meer over prikkels en prikkelverwerking. Het boek ‘Wiebelen en friemelen’ heeft daar voor veel ouders en leerkrachten bij geholpen. Er zijn echter veel meer prikkels dan alleen de zintuiglijke prikkels en dus ook meer gebieden waarop je overprikkeld en onderprikkeld kunt raken met allerlei gedragingen tot gevolg.

Vijf gebieden van overprikkelbaarheden

Binnen de theorie over positieve desintegratie van prof. Dabrowski onderscheidt hij vijf gebieden waarop mensen overprikkelbaar zijn: emotioneel, intellectueel, beeldend, sensorisch en psychomotorisch. Om deze theorie meer toegankelijk te maken voor kinderen heb ik die vijf gebieden vertaald naar vijf draakjes: de Intenso’s. De draakjes bezitten de kenmerken van de vijf overprikkelbaarheden. Door aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen kunnen zij meer inzicht krijgen in hun eigen overprikkelbaarheid. Maar wat wordt er nu eigenlijk bedoeld met ‘overprikkelbaarheid’?

Wat zijn nu eigenlijk overprikkelbaarheden?

De zogenaamde overprikkelbaarheden – ook bekend onder de Engelse term ‘over excitabilities’ – betreffen een sterk verhoogde of meer dan gemiddelde responsiviteit van het centrale zenuwstelsel op stimuli. Er zijn vijf verschillende overprikkelbaarheden die zich elk al op jonge leeftijd herkenbaar manifesteren. Dabrowski noemde deze overprikkelbaarheden ook wel ‘een tragische gave’ . De levensweg van mensen met overprikkelbaarheden is er zelden een zonder kuilen en hobbels, en overprikkelbaarheden gaan vaak gepaard met een complexe, intense, veelzijdige realiteitservaring die niet zelden tot innerlijke conflicten leidt. De intense beleving kan gepaard gaan met een potentie tot grote hoogtepunten en diepe dalen, tot grootse creatieve en maatschappelijke prestaties maar ook tot heftige interne conflicten en stress.

Bron: www.positievedesintegratie.nl

Iemand reageert dus sterker of meer dan gemiddeld op stimuli op de vijf verschillende gebieden. Iedereen heeft één of meer overprikkelbaarheden; zij het dat ze bij de een sterker aanwezig zijn dan bij de ander. Bij hoogsensitiviteit en (hoog)begaafdheid zien we vaker sterk aanwezige overprikkelbaarheden. Met name de emotionele, intellectuele en beeldende overprikkelbaarheid zien we vaak sterk aanwezig. Dit zijn ook de overprikkelbaarheden die kunnen leiden tot een groter ontwikkelingspotentieel. Het leren omgaan met je overprikkelbaarheden en het leren ze te kanaliseren speelt een belangrijke rol bij je persoonlijke ontwikkeling. Dit is de reden dat ik ze vertaald heb naar de Intenso’s om zo kinderen al op jongere leeftijd handvatten aan te reiken om met hun overprikkelbaarheden om te gaan. Maar om te leren hoe je ermee om moet gaan, moet je eerst weten dat je ze hebt! Dat is waarom ik de gesprekskaartjes heb ontwikkeld. Hiermee kun je met kinderen in gesprek over hun overprikkelbaarheden. Deze week stel ik iedere dag van de week een Intenso aan je voor zodat jullie ze kunnen leren kennen. Vandaag begin ik met Zinto; zij staat symbool voor de sensorische/zintuiglijke overprikkelbaarheid.

Zinto

Zinto is het oranje draakje van de Intenso vijfling. In het kinderboek komen de kenmerken van Zinto naar voren, als ook de interactie tussen Zinto en haar broers en zussen. Maar wat zijn nu dan die kenmerken van de zintuiglijke prikkelgevoeligheid? Hiervoor heb ik de vragenlijst OEQ-II vrij vertaald naar gesprekskaartjes voor kinderen. Ik zal de kenmerken opnoemen:

  • Ik kan sterk reageren op het spelen met klei, zand en water
  • Ik ben goed in het opmerken van verschillen in wat ik proef en ruik
  • Ik voel muziek in mijn hele lijf en mijn hele lijf reageert op muziek
  • Ik kan helemaal meegezogen worden in het kijken naar kunst of films
  • Ik kan genieten van alle verschillende kleuren en geluiden
  • Ik houd niet van hard lawaai of van dingen die vervelend aanvoelen op mijn huid
  • Ik ben dol op het luisteren naar geluiden uit de natuur
  • Ik kan sommige smaken intens lekker of vies vinden
  • Ik kan intens genieten van de natuur, zoals de zonsondergang of mooie wolken
  • Ik voel en friemel graag aan dingen die ik prettig vind aanvoelen

Meer dan zintuiglijke prikkels

Zoals je kunt zien in de opsomming is een sensorische overprikkelbaarheid veel meer dan alleen een sterke zintuiglijke waarneming. Zien, horen, aanraken en aangeraakt worden, proeven, beelden, muziek, objecten en kunstbeleving geven een heftige en rijke zintuiglijke reactie. In het middelpunt van de aandacht staan kan als prettig worden ervaren. Bij emotionele spanning kan er sprake zijn van een verlaagde irritatiegrens, concentratieproblemen en impulsiviteit. Er wordt bij emotionele spanning vaak een gerichtheid op zichzelf waargenomen: prinsen en prinsessengedrag. Het kan ook zorgen voor een soort “rupsje nooit genoeg”-gedrag; sterk gericht zijn op behoeftebevrediging zoals lekker eten en shoppen.

In de praktijk

In de praktijk heb ik hier een aantal duidelijke voorbeelden van mogen zien. Een meisje van acht jaar dat ging verhuizen, zowel van huis als van school. Het meisje is altijd wel licht zintuiglijk prikkelgevoelig geweest, maar nu de verhuizing steeds dichterbij komt, lijkt dit wel veel sterker te worden. Het is zelfs zo dat op den duur eigenlijk nog maar twee kledingstukken draaglijk aanvoelen voor haar, tot grote frustratie van haar moeder die niet begrijpt waar dit ineens vandaan komt. Een ander meisje van tien jaar verandert dermate in gedrag bij emotionele spanning dat haar ouders denken aan autisme. Ze is immers sterk op zichzelf gericht en lijkt zich niet in te kunnen leven in anderen. Op andere momenten echter is het juist een heel gevoelig en zorgzaam meisje dat sterk empathisch gedrag laat zien. Een jongen van zeven jaar kan intens genieten van lekker eten; hij geniet als een echte fijnproever van alle heerlijke smaken die er zijn. Bij emotionele spanning lukt het hem echter niet meer om op de rem te trappen en vinden zijn ouders regelmatig de verpakkingen van allerlei eten onder zijn bed en op andere verstopplekken.

Mijn eigen ervaring

Ik heb een hoop Zinto’s in me. Ik kan intens genieten van mooie kleuren. Een regenboog maakt mij als een kind zo blij. Maar ook mooie wolken, een zonsondergang of de natuur kan me ontroeren. Muziek de me raakt, raakt me dan ook diep. Mijn favoriete liedjes zoals Pia Douwes met ‘Mijn leven is van mij’, Willemijn Verkaik met ‘Ik lach om zwaartekracht’ en Barbra Streisand (ik weet het, guilty pleasure) met ‘Where is it written’ zijn allemaal liedjes die ik niet moet luisteren terwijl ik probeer mijn oogmake up aan te brengen.. Ze lijken wel recht in mijn hart binnen te komen. Ik kan intens genieten van mijn Zinto’s. Ik kan echter ook echt hartstikke overprikkeld raken door mijn Zinto’s. Dit vertaalt zich bij mij in geïrriteerdheid en de neiging om te gaan snaaien. Door het te herkennen kan ik kiezen hoe ik ermee omga. Mediteren of toch maar die reep Milka.. 😉 Door mijn Zinto’s te kennen en herkennen kan ik ze beter kanaliseren. Zo kan ik ervoor kiezen om even een rustmoment te pakken in een druk pretpark of tussen veel afspraken door tijd voor mezelf alleen in te plannen. Dit is wat ik kinderen nu ook leer met de Intenso’s. Zoals je leest hangt veel nauw samen met de emotionele overprikkelbaarheid. Morgen stelt dan ook Voelo zich graag aan jullie voor.

Vecht je tegen je pijn of tegen jezelf?

Moe van het vechten

Toen ik mijn burn out in knalde, besloot ik die burn out aan te pakken zoals ik alles aanpakte: keihard werken. Gewoon even een tandje bijzetten en dan is dit zo wel over. Hup, boeken bestellen over burn out. Hmm, dat is lastig; ik kan nu kennelijk geen boeken meer lezen. Na iedere bladzijde was ik het verhaal kwijt. Oké dan, wandelen! Ik kan wel proberen om tien kilometer te lopen, toch? Hmm, dit werkt ook niet. Ik kan mezelf nu helemaal niet meer bewegen. Ander werk bedenken dan? Hup, ga eens nadenken Sas. Wat wil je nu eigenlijk? Hmm, dat nadenken lukte ook niet meer. Jeetje, hoe moet ik dit nu doen dan? Vechten lukt niet meer, maar dat is wat ik altijd gedaan heb. Dat had me toch zo ver gebracht? Ja precies, bij een burn out..

Een openbaring

Voor mij was het lezen van de boeken van Eckhart Tolle een openbaring die mijn leven compleet veranderde. Het gekke was dat ik een aantal jaar eerder begonnen was in ‘De kracht van het NU’ en ik het toen maar een hoop “mambojambo” vond. Ik begreep er eerlijk gezegd geen bal van en legde het boek snel aan de kant. Maar nu, een paar maanden in mijn burn out, begonnen zijn woorden ineens wel echt binnen te komen bij me. Ik lees normaal een boek in een paar dagen, maar dat lukte nu sowieso niet. Ik moest het boek telkens wegleggen na een paar bladzijden. Constant met mijn verstand proberen te begrijpen wat er stond, zat me soms in de weg. De woorden niet met mijn verstand proberen te pakken, maar ze binnen laten komen bij me; dat kostte tijd.

De kracht van het NU

De basis van de kracht van het NU is dat er geen andere tijd is dan nu. Je leeft altijd in het huidige moment. De mens is het enige wezen, voor zover nu bekend, die door het denken in taal in staat is om in gedachten te leven in het verleden of de toekomst. Onze negatieve emoties die verbonden kunnen zijn aan de gedachten aan wat geweest is of wat nog komen gaat, spelen voor veel mensen een grote rol in het ervaren van welzijn. We kunnen ons namelijk precies zo voelen als we denken. Wij kunnen op maandag al veel last hebben van een moeilijke taak die op vrijdag gepland staat. Hierbij staat één gedachte vaak bovenaan: het zou niet zo mogen zijn. We zijn in verzet tegen wat is, ook al is het gewoon wat het is. Of we ons daar nu tegen verzetten of niet.

Wat is je probleem nu?

Een van de belangrijkste vragen die ik mezelf leerde stellen was: ‘wat is het probleem nu?’ Dit kwam voor het eerst echt aan bod toen ik vorig jaar zomer op vakantie was in Kroatië. Op de eerste dag van mijn vakantie kwam er een vervelend bericht binnen wat mijn stemming tot het nulpunt liet dalen. Ik schoot direct in doe-stand. Ik moet dit oplossen. Ik dook in mijn telefoon en ging alles opzoeken over dit onderwerp. Het bericht zorgde ervoor dat ik het gevoel had de controle over mijn toekomst te gaan verliezen en dus wilde ik die (schijn)controle terugpakken. En toen, ineens, kwam die vraag die Eckhart Tolle stelt in mijn hoofd: wat is het probleem NU, Sas? Ik zit in een heerlijk land met mijn gezin; de zon schijnt volop. Op dit moment is er geen probleem, maar in de toekomst zou dit bericht een probleem kunnen geven. Maar daar kan ik nu toch helemaal niks aan doen. Ik kan er mijn vakantie door laten verpesten, maar dan nog weet ik niet hoe dit gaat aflopen. Zowaar kwamen deze woorden helemaal bij me binnen. Ik legde de telefoon aan de kant en ging genieten van mijn vakantie.

Controle loslaten

Zo komen we bij een van de grootste oorzaken van stress: onze behoefte aan controle! Wij willen enorm graag controle over alles in ons leven. Loslaten is voor veel mensen enorm lastig. Ik was zelf een mega control freak. Ik ben goed in problemen oplossen, dus ieder probleem dat op mijn pad kwam,werd beloond met heel veel aandacht. Denken, denken en nog meer denken. Loste het iets op? Vaak niet echt. Ik sloeg vaak een stap over, waardoor ik direct in oplos-stand ging staan en verder rende naar de oplossing. Was dit echt een oplossing of gewoon een heel sterk staaltje vermijden? Ik weet nu dat het absoluut vermijden was. Maar het voelde goed, want ik leek alles onder controle te hebben. Ik dealde echter niet echt met de pijn of het probleem, maar was een kei geworden in het om de berg heen rennen.

Vechten tegen wat is

Ik leerde dat vechten tegen wat is nutteloos is. Ik moest eerst leren te accepteren dat het is wat het is. Moet je dan maar accepteren dat je in de modder zit en alles over je heen laten komen? Nee, dat is gelatenheid en duwt je juist in de slachtofferrol. Acceptatie betekent dat je accepteert dat je nu bent waar je bent en dat de situatie is zoals die is. Je moet eerst beseffen dat je in de modder zit, voordat je probeert eruit te komen. Ik probeerde constant de modder uit te komen zonder eerst te accepteren dat ik in de modder zat. Mijn burn out dwong me om te beseffen dat ik in de modder zat; je hebt simpelweg niet de energie om door te rennen om die berg heen. Niet dat ik het niet geprobeerd heb, hoor. Natuurlijk wel. Maar mijn oude strategie werkte niet meer. En zo kwam ik bij acceptatie van mijn burn out zijn. Dit voelde als een opluchting. Ik liet los hoe lang dit zou duren. Ik liet los hoe dit zou gaan aflopen op werkgebied. Ik richtte me op de situatie zoals die was en keek met mildheid naar mezelf. Voor het eerst stopte ik met vechten tegen de realiteit, maar besloot ik mee te gaan met wat is. Wandelen, rust pakken, mediteren, kleine geluksmomentjes beleven. Niet om beter te worden, maar om er op dat moment van te kunnen genieten. En zo vond ik langzaamaan mijn kracht en kwam ik tot herstel.

Beter word je toch door hard te werken?

Dit is wel een beetje het beeld van onze huidige maatschappij. Alles is mogelijk als je er maar hard genoeg je best voor doet, ook gelukkig zijn. Je best doen betekent voor veel mensen: denken. Ons brein is een prima middel om externe problemen op te lossen. Het is echter minder geschikt om problemen van onze binnenwereld op te lossen. Binnen de Acceptance en Commitment Therapy wordt hier een mooie metafoor voor gebruikt. Stel je voor dat je jezelf in een kuil hebt ingegraven en je hebt als gereedschap een schop voorhanden. Probleem moet worden opgelost en dus is iets doen beter dan niets doen en je begint fanatiek te scheppen. Het gevolg is dat je jezelf steeds verder ingraaft. Als mensen hulp gaan zoeken hopen ze vaak op een grotere schop, oftewel manieren om nog harder te kunnen vechten. Door eerst te leren stoppen met graven, kun je erna iets anders gaan proberen. Het voelt echter haast tegennatuurlijk om te stoppen met vechten. Vechten bestaat vaak uit vermijden; we willen weg van het probleem. Hiervoor worden drie methoden ingezet: voorkomen (om de berg heen lopen), afleiden (ik ga hard iets anders doen en dan is die berg er helemaal niet) of verdoven. (ik drink een wijntje, ik ga bingewatchen op Netflix of ik ga shoppen en dan denk ik er niet aan). Eerst moest ik inzicht krijgen in mijn methoden zodat ik me er bewust van werd. Accepteren dat ik die methoden inzette om te knokken tegen de pijn, zorgde ervoor dat ik het knokken kon loslaten. Van daaruit ging ik heel andere keuzes maken. Niet meer om de pijn heen, maar er dwars doorheen.

Piranha in de Efteling

Stap ik nu nooit meer in mijn eigen valkuil? Ben ik nu nooit meer geneigd om te gaan vechten? Natuurlijk stap ik er nog wel eens flink in. Ik betrap mezelf echter op het dieper scheppen in mijn valkuil, waardoor ik kan ingrijpen en mijn schop aan de kant kan leggen. Hard werken en veel denken zit bij mij diep verankerd. Maar ik weet dat dit zo is en kan dit accepteren. Ik maak vaak de vergelijking met de Piranha in de Efteling. Je gedachten en emoties kunnen een wildwaterbaan zijn. Het constant hiertegen vechten is als proberen te zwemmen in die wildwaterbaan. Je wordt telkens kopje onder getrokken en het kost enorm veel moeite. Door mindfulness, de Acceptance en Commitment Therapy en de boeken van Echhart Tolle heb ik mijn Piranha bootje kunnen bouwen. Natuurlijk bots ik nog wel eens tegen de kant of krijg ik een straal koud water over me heen, maar ik heb niet meer het gevoel dat ik bijna verzuip of keihard moet vechten om boven water te blijven.

Grenzen aangeven? Welke grens? Ik voel er geen!

Grenzen aangeven

Mijn huisarts stelde dat ik burn-out was. Hij zei me dat het nummer één advies bij burn out was om te leren je grenzen aan te geven. Met je vuist op tafel kunnen slaan en ‘nee’ leren zeggen. Dit was een prima advies, alleen kon ik er niet zoveel mee omdat ik geen idee had waar mijn grenzen lagen, laat staan dat ik ze kon aangeven. Het probleem was niet zozeer dat ik geen grenzen aangaf; het probleem was dat ik geen idee had waar mijn grenzen lagen. Ik voelde ze namelijk helemaal niet.

Grenzen voelen

Dit is iets dat ik in de praktijk steeds terug zie; mensen die helemaal geen grenzen voelen. Het is niet dat ze niet weten hoe ze de grens moeten aangeven, al is dat zeker ook niet hun sterke kant. Maar om grenzen aan te geven moet je in de eerste plaats je grens kunnen voelen. Omdat ze die niet voelen, komen ze helemaal niet tot het punt van grenzen aangeven. Mijn eigen ervaring komt hierin overeen met de ervaringen van cliënten die ik spreek.

Niet willen voelen

Zo kom ik bij wat naar mijn idee de basis is van burn out kunnen raken: niet willen voelen. Om burn-out te kunnen raken moet je gedurende lange tijd over je eigen grenzen gaan. Alle signalen die je lichaam op den duur aangeeft dat die grens bereikt is, worden genegeerd. Voor de meeste mensen komt het moment van burn-out zijn vaak als een donderslag bij heldere hemel. Het lijkt plots op je pad te zijn gekomen. Toch blijkt achteraf vaak dat er al lange tijd allerlei waarschuwingssignalen zijn geweest. Deze worden echter niet opgevat als waarschuwingssignalen, maar worden weggeduwd. Precies dat wordt ook gedaan met het voelen van “moeilijke” emoties zoals angst en verdriet. Men zet als het ware een slot op het hart om dit niet te voelen waardoor het contact met zichzelf steeds verder vermindert.

Copingstretegie: wegrennen!

Vaak zie ik dat mensen dezelfde strategie hebben ontwikkeld om te leren omgaan met moeilijke gevoelens. Deze strategie is alles ver wegstoppen en zo hard mogelijk bezig blijven om niet te hoeven nadenken over moeilijke dingen of moeilijke emoties te voelen. Niet lullen maar poetsen is een mentaliteit die je bij de meeste mensen die burn out raken terug ziet. Daarom hebben ze vaak zoveel moeite om hun burn out te accepteren. Hun hele zelfbeeld, dat bestaat uit altijd de persoon zijn die alles aankan en voor iedereen klaar staat, knalt nu onderuit. Wat blijft er dan over als je niet meer die persoon bent? Als je alleen nog maar kunt zijn omdat je simpelweg niet meer in staat bent om te doen. Dit is een harde confrontatie voor velen, maar het is ook een geweldige kans om juist dat beeld van jezelf niet meer op te hangen aan wat je doet of kunt, maar gewoon aan wie jij bent. Jij bent namelijk precies goed zoals je bent, ook als je niets doet.

Weer gaan voelen

Begeleiding bij burn out is vaak gericht op efficiënter leren werken of op beter time management. Naar mijn idee is dat een verkeerde weg om te gaan. Wat je deze mensen leert is dan hoe ze nog meer op hun schouders kunnen gaan nemen. Je gaat echter niet kijken naar het waarom van het burn out raken: het niet kunnen voelen van je grenzen. Leren hoe je weer kunt voelen, de “moeilijke” emoties die er nog zitten echt aangaan en leren omgaan hiermee is volgens mij de (blijvende) weg uit burn out zijn. Dit is zeker geen gemakkelijke weg, maar het is wel de weg die je een compleet ander leven kan opleveren, kan ik uit ervaring zeggen.

Hoe dan?

Hoe ga je nu weer voelen? Dit doe je door weer in contact te komen met je lijf. Meditatie, wandelen, bewegen kunnen je hierbij helpen. Niet je hoofd volproppen met afleiding, maar juist de stilte en de leegte opzoeken. Daarin ontstaat dan ruimte. Vervolgens ga je onderzoeken waarom je ervoor kiest om niet te voelen. Dit betekent dat je op zoek gaat naar juist die gevoelens die je al die tijd probeert weg te drukken. In mijn ervaring gaat het hierbij vaak om angst en verdriet. Dit kan zijn door allerlei oorzaken. Door niet langer weg te lopen maar juist vol deze emoties aan te gaan, kun je een nieuwe strategie ontwikkelen om met moeilijke emoties om te gaan. De principes uit mindfulness en de Acceptance and Commitment Therapy kunnen hier enorm helpend bij zijn. Zij bieden praktische handvatten hoe je kunt omgaan met de emoties en de bijbehorende gedachten. Deze gedachten zijn er, de emoties zijn er en je hoeft ze niet weg te drukken. Je hoeft ze ook niet te vervangen door positieve gedachten, want dit blijkt in de praktijk vaak niet te werken. Je gaat leren accepteren wat je voelt en denkt, je gaat het leren begrijpen en je gaat hiermee leren omgaan. Je hoeft dan niet meer weg te rennen maar kunt contact maken met jezelf. Je zult dan ook merken dat die emoties of gedachten hevig kunnen zijn, maar dat dit ook altijd weer wegzakt. Je angst voor de emoties of gedachten is vaak heftiger dan de emoties of gedachten zelf blijken te zijn.

En dan is ie daar: de grens!

En dan ineens ga je je bewust worden van de signalen die je lichaam je geeft om aan te geven dat jouw grens bereikt is of overschreden wordt. Bij de een is dit hoofdpijn, bij de ander een zoemend gevoel in het hoofd of druk achter de ogen. Voor iedereen kan dit anders zijn. Feit is dat je lichaam je duidelijke signalen geeft. Dat vervelende gevoel in je buik tijdens een gesprek waarbij de ander over je grenzen gaat, dat drukkende gevoel in je hoofd terwijl je nog even af wilt maken wat voor jouw gevoel echt niet meer kan wachten. Dit zijn signalen om je te helpen. Zodra je je bewust bent van deze signalen kun je naar de volgende stap, je grenzen aangeven. Dit blijkt in de praktijk een even moeilijke stap voor velen. Iemand die nooit eerder grenzen aangegeven heeft, heeft hierdoor bijvoorbeeld bepaalde verwachtingen gecreëerd bij anderen. Het idee om niet meer te voldoen aan (jouw idee van) de verwachtingen van anderen is voor veel mensen een belemmering in het aangeven van grenzen. Dit is dan ook een volgende stap in je weg naar volledig herstel.

Aan de slag!

Eerst op zoek naar je grenzen voelen en dan naar je grenzen aangeven. Op het moment dat je je grens echt voelt, zal het steeds lastiger zijn om die te negeren. Hoe meer je in contact staat met jezelf en hoe meer je van jezelf houdt, hoe minder nonsens je zult tolereren. Je gaat met respect voor jezelf en voor de ander je eigen pad volgen. Over het grenzen aangeven, de angst voor afwijzing en de weg naar leven vanuit je hart in plaats van angst, kun je meer lezen in het volgend blog.

Van onmacht naar vol in je kracht

Machteloos

Machteloosheid is een gevoel dat iedereen die (bijna) in een burn-out zit of heeft gezeten zal herkennen. Het is een intens gevoel dat zorgt dat je niet kunt stoppen wanneer eigenlijk je hele wezen doorheeft dat wat je doet niet goed voor je is.

Voor mij was dit niet anders. Een intens gevoel van machteloosheid dat zorgde dat ik maar over mijn grenzen bleef gaan. Het kon nu eenmaal niet anders. Toch? Dit was precies hoe ik het voelde; ik moet gewoon door, het kan niet anders. En om die reden beslist je lichaam op den duur voor je dat het zo niet meer kan.

Avicii

De documentaire van Avicii maakte diepe indruk op me. Ik bekeek hem een week voor zijn overlijden, toen ik zelf nog aan het herstellen was van mijn burn-out. Het intens beklemmende gevoel van controle over je eigen leven kwijt zijn, kwam diep bij me binnen. Bij een ander zien wat je zelf zo ervaren hebt, maakte veel bij mij los. Dit was precies wat ik gevoeld had in die maanden voor mijn uitvallen. Ik moest door; ik had geen keuze en geen controle. Alsof de macht over mezelf niet meer bij mezelf lag. Rejection sensitivity (gevoeligheid voor afwijzing) speelde voor mij hierin een grote rol. De angst voor afwijzing was zo groot dat ik de macht over mezelf uit handen had gegeven. Ik leefde in dienst van anderen. Had geen idee meer wie ik zelf was, welke behoeftes ik had of welke grenzen.

Kracht zoeken

Het gekke is dat toen ik uitviel en eigenlijk niks meer kon, er tegelijkertijd een oerkracht in me naar boven kwam die zorgde dat ik voor mezelf ging opkomen. Heel tegenstrijdig. Maar doordat ik zo diep onderuit ging, werd ik gedwongen om naar binnen te kijken. De pauzeknop lijkt ingedrukt te worden, en daar op de bank onder mijn dekentje, leek het alsof er ineens schellen van mijn ogen vielen en ik zonder rejection sensitivity filter naar mijn leven kon kijken. Wat ik zag maakte me niet blij. Alle vertrouwen in mezelf was ik kwijt geraakt. Ik twijfelde aan alles; zag vooral wat ik niet kon of niet had. Het niet universitair geschoold zijn was voor mij hierin lange tijd een punt van onzekerheid en schaamte. De bedrijfsarts zei het zo mooi tegen mij tijdens mijn eerste bezoek: : “Saskia, jouw hele leven was een grote leerschool om mensen te kunnen helpen. Jij hebt zoveel meegemaakt en ook weer overkomen dat jij alleen maar contact hoeft te maken met je hart om echt contact met mensen te kunnen maken. Vertrouw op jezelf”. Ik hoef jullie niet uit te leggen hoe dit binnen kwam bij mij. Het hielp me bij de keuze om mijn studie te stoppen en te gaan vertrouwen op wat ik te bieden heb. Ik ben geen wetenschapper en waarschijnlijk zal ik dit ook nooit worden. Dit maakt mij niet meer of minder, het maakt mij enkel geen wetenschapper. Dit heb ik niet alleen geaccepteerd maar voluit omarmd. Ik wilde namelijk juist mijn hoofd met mijn hart verbinden en niet meer enkel vanuit hoofd, kennis en denken leven.

Van onmacht naar kracht

Ik ben me gaan verdiepen in het leren verbinden met mijn hart.

Eckhart Tolle

Ik verslond de boeken van Eckhart Tolle. Steeds werd het me een beetje duidelijker dat het leven zoveel meer is dan ons hoofd en ons denken. Ik leerde over het ego, over de keuzes die gemaakt worden vanuit ego en hierdoor kon ik leren vergeven. In de stilte hoor je het meest. Leren om in die stilte te verblijven en contact te maken met mezelf heeft me geleerd wie ik ben. Niet wat ik kan of welke diploma’s of andere dingen mij definiëren, maar wie ik echt ben. Wat mij mij maakt is mijn hart. Ik kan vanuit mijn hart verbinden met andere mensen en hen echt zien. Dit kan ik koppelen aan mijn theoretische kennis, praktijkervaring en levenservaring. Dat maakt mij de coach die ik ben. Mijn onmacht (mijn jeugd, mijn moeizame weg door scholen, mijn eeuwige leerhonger die nooit op school gestild werd, mijn weg langs vele banen) werd zo mijn kracht. Ik zal nooit iedereens cup of tea zijn en dat mag. Ik heb namelijk mijn rejection sensitivity kunnen loslaten. Ik heb haar niet meer nodig. Ik begrijp dat zij er was om mij te beschermen. Maar het werd een harnas dat zijn doel voorbij schoot.

Een kado om door te geven

De lessen die ik geleerd heb in mijn leven door alles wat ik overwonnen heb, zijn lessen die ik door kan geven. Het voelt alsof ik een kado heb gekregen, waarvan het de bedoeling is dat ik het doorgeef. Ik gun iedereen een leven zonder rejection sensitivity. Ik gun iedereen dat hij of zij zichzelf niet alleen echt leert kennen, maar vooral ook voluit durft te omarmen. Precies zoals het in bovenstaande quote beschreven staat:

accepteer alles van jezelf- ik bedoel alles. Jij bent jij, dat is het begin en het eind. Geen verontschuldigingen en geen spijt.

Henry A.Kissinger

Dit is de reden dat ik doe wat ik doe: ik wil anderen helpen om zichzelf te leren kennen en voluit van zichzelf te durven houden. Leren leven vanuit je hart is dan ook mijn slogan geworden. Volwassene of kind; iedereen verdient dit. Hiervoor koppel ik hoofd, hart en handen. Inzicht vergroten om te begrijpen en dan leren bij jezelf naar binnen te gaan om het los te durven gaan laten. De tools aanreiken om dit ook echt te gaan doen in je leven, want verandering komt pas wanneer je uit je hoofd gaat en ook echt gaat doen. Het is prachtig om te zien dat mensen steeds een beetje meer van zichzelf gaan begrijpen en dan steeds een beetje meer van zichzelf durven te gaan houden. Dat is het mooiste kado dat er is. En dat mag ik mijn werk noemen. Mijn leven heeft me hier gebracht en ik ga genieten met volle teugen van alles dat het nog op mijn pad brengt. Kom maar op met die levenservaringen!

Volg je hart, want dat klopt

Je hart volgen

Je hart volgen. Het lijkt zo’n makkelijk advies. Hoe moeilijk kan het zijn om naar je eigen hart te luisteren? Het is immers toch jouw eigen hart? En toch was het een van de moeilijkste dingen die ik heb moeten leren. Pas in een fikse burn-out leerde ik in contact te komen met dat hart van mij. Mijn lichaam en geest leken me op deze manier tot stilstand te dwingen, want vanuit stilte kun je pas luisteren naar je hart. Deze blog gaat over mijn verhaal hoe ik leerde naar mijn hart te luisteren. Ik hoop dat het anderen kan helpen om naar de soms fluisterende signalen van hun hart te leren luisteren voordat je lichaam en geest je geen andere keuze meer geven dan naar je hart te luisteren.

Een jaar geleden

Nu een jaar geleden probeerde ik te genieten van de kerstvakantie. Dit lukte echter voor geen meter. Ik was zo ontzettend moe dat ik de dagen zonder verplichtingen zonder uitzondering in bed heb doorgebracht. Mijn hele lichaam deed pijn en ik voelde me alsof ik een marathon had gelopen. Iedere dag.. Het lukte me maar niet om bij te rusten. Ik voelde me schuldig naar de kinderen toe omdat dit nu net eindelijk mijn tijd met hen was. Maar ik moest ook studeren voor dat tentamen dat ik in de vakantie had gepland zodat mijn werk er niet onder zou lijden. Mijn hoofd leek echter wel een vergiet; iedere gedachte die ik had vervloog voordat ik hem kon vastpakken. Laat staan dat ik de stof over persoonlijkheidsleer in mijn hoofd kon vasthouden. Ik voelde steeds meer wanhoop in me naar boven komen. Hoe zou ik dit ooit allemaal voor elkaar gaan krijgen? Nog een paar dagen en dan was de vakantie voorbij. Dan begon het werk weer met alle drukte die daarbij hoorde. Toch gaf ik mezelf niet gewonnen. Ik moest gewoon even doorbijten en wat rust pakken, dan kwam het vast vanzelf weer goed.

Weer aan het werk

Na in de vakantie toch nog het tentamen te hebben afgelegd, begon ik weer met werken. Ik had vakantie gehad, maar dit voelde totaal niet zo. Op het werk was het weer volle kracht vooruit. Maar die volle kracht van mij leek steeds minder op volle kracht. Het kostte me veel meer tijd om de dingen te doen dan anders. Ik maakte vreemde fouten. Zo las ik dan een email terug van mezelf en zag ik dat ik meerdere woorden gewoon vergeten was. Ook wilde ik vier deelnemers een certificaat toesturen en ging dit meerdere keren fout. Ik leek mijn eigen hoofd niet meer te kunnen vertrouwen. Ik werd meer en meer prikkelbaar en probeerde me af te sluiten voor de drukte om me heen. In een korte tijd waren we van een klein team naar een groot team gegroeid en ik had moeite met de drukte die daarbij hoorde. Af en toe ging ik even op de w.c. zitten en voelde de tranen drukken achter mijn ogen.

Thuis ook geen rust

Thuis ging de spanning gewoon door omdat daar naast twee kinderen mijn studie op me wachtte. Als ik studeerde voelde ik me schuldig omdat ik niet bij mijn kinderen was en als ik met mijn kinderen bezig was voelde ik me schuldig omdat ik niet aan het studeren was. Ik kon eigenlijk nergens meer echt van genieten, maar liep constant rond met het gevoel overal tekort te schieten. En toch, als iemand me toen zou vragen hoe het ging, zou ik gezegd hebben dat het prima ging. Alles sluipt er zo geleidelijk in en ik stond al zo lang onder te hoge druk, dat ik eraan gewend was om me zo te voelen. In de zomervakantie voelde ik me ook al zo en in de meivakantie eigenlijk ook al. Ik dacht dat het bij het ouder worden hoorde. Misschien kwam de overgang er al vroeg aan? Misschien had ik iets onder de leden? Het was nu eenmaal hoe het was, dus ik accepteerde het. Geen seconde heb ik gedacht dat ik op een burn-out aan het afstevenen was. Maar toen ik later de laatste maanden onder de loep nam, kon ik wel degelijk alle waarschuwingssignalen zien. Mijn ijzeren wil drukte die signalen echter compleet weg. Ik wilde zo graag mezelf bewijzen in werk en studie dat die drang voor alles ging. Dit alles kwam natuurlijk vanwege een diepgeworteld gevoel niet genoeg te zijn..

Signalen

Ik heb in een eerder blog al de waarschuwingssignalen gedeeld. Ik ga hier mijn eigen signalen nog een keer herhalen omdat als ik geweten had dat mijn klachten signalen zouden zijn van een naderende burn-out, dan had ik ze veel serieuzer genomen. Hoe eerder je ingrijpt, hoe minder hard je onderuit hoeft te knallen en hoe sneller je aan de slag kunt met de andere kant op gaan werken: van een burn-out vandaan.

De waarschuwingssignalen bij mij:

  • Vermoeidheid. Een vermoeidheid die niet vermindert na een goede nachtrust.
  • Slecht slapen. Moeite met inslapen door een te druk hoofd. Moeite met doorslapen, regelmatig wakker.
  • Virusjes. Ik kreeg regelmatig last van allerlei virusjes terwijl ik voorheen een goede weerstand had. Veel last van buikklachten.
  • Verhoogde bloeddruk terwijl ik van nature een lage bloeddruk heb.
  • Moeite met eten. Ik kreeg moeite met het eten van de warme maaltijd. Zeker als ik thuis kwam van een drukke werkdag en het eten rook. De geur alleen al overprikkelde me dan. Ook leek het wel te vermoeiend om een warme maaltijd te eten. Later, tijdens de burn-out kreeg ik ook moeite met vast voedsel. At ik pap, soep of vla.
  • Paniekaanvallen. Ik had regelmatig paniekaanvallen in de nacht. Ik droomde dan dat ik ineens besefte dat ik een verkeerde keuze had gemaakt en dat ik nu dus zeker te weten dood ging en schrok compleet in paniek wakker. Ook overdag kreeg ik last van paniekaanvallen. Ik kreeg dan ineens het gevoel flauw te gaan vallen. Dit resulteerde een keer in de auto naast te kant zetten en een ontzettende huilbui omdat ik zo bang was.
  • Moeite met nadenken. Ik leek gedachten niet goed meer te kunnen vastpakken met mijn aandacht. Ze vervlogen gelijk nadat ik ze gedacht had.
  • Vreemde fouten maken. Denken zeker te weten iets goed gedaan te hebben en geen idee hebben hoe je die fout hebt kunnen maken.
  • Prikkelbaar zijn. Ik kreeg een kort lontje. Ik voelde me snel aangevallen. Mijn geduld nam ook steeds verder af.
  • Terugtrekken. Ik trok me steeds meer terug. Kon in de pauze op het werk bijvoorbeeld moeilijk deelnemen aan gesprekken.
  • Moeite met concentreren. Mijn concentratie kon ik niet vasthouden. Ik had moeite met focussen.
  • Snel overprikkeld

En toen ging het licht uit

Al deze signalen namen in de periode van een jaar steeds verder toe. Ze zijn er niet ineens allemaal in één keer. Telkens komt er iets bij. Het gaat geleidelijk en je accepteert die verschijnselen allemaal, want ja, je moet natuurlijk wel gewoon door. Mijn moeder vroeg me regelmatig of ik mezelf niet overvroeg. Ik reageerde daar een beetje geïrriteerd op. Er was helemaal niets aan de hand met mij. Wat lag ze nou toch te zeuren? Als ik nu foto’s zie van mezelf uit die tijd zie ik pas de kringen onder mijn ogen en hoe vlak mijn ogen staan. Er zat geen vonk meer in mijn ogen. Ik was aan het overleven in plaats van leven.

Het licht ging bij mij in etappes uit. Ik viel uit op een dinsdag eind januari. Ik kon alleen nog maar huilen en was zo ontzettend moe. Alles deed pijn en ik was echt helemaal op. Ik ben toen twee weken bezig geweest met rust nemen en vond dat het toen wel over moest zijn. Dit werkte natuurlijk niet zo. Ik probeerde boeken te lezen over herstellen bij burn-out, maar de tekst danste voor mijn ogen en mijn brein leek het niet op te kunnen nemen. Ik ging bewegen maar nog steeds in standje overdrive waardoor het niet ontspannend was, maar nog steeds inspannend. En zo kwam ik uiteindelijk tot volledige stilstand. Ik begreep dat dit echt een burn-out was zoals de huisarts had geconstateerd en niet gewoon burn-outklachten wat ik er zelf van gemaakt had. Zeker drie maanden volgden met complete stilstand. Ik kon zelfs niet meer in mijn normale tempo lopen; ik liep als een oud vrouwtje. De dagen bracht ik door op de bank en op bed. Het gedoe met Arbo-diensten die geen bal snappen van een burn-out hielp zeker niet mee. Maar ik bleef nu wel mijn grens aangeven, simpelweg omdat ik niet anders kon.

Het keerpunt

Het keerpunt kwam toen ik begon met meditatie. Door meditaties te gaan volgen op YouTube leerde ik de kracht van meditatie te kennen. Ik mediteerde wel een uur soms en ontdekte zo mijn eigen binnenwereld. Zo kwam ik steeds een beetje dichter bij mezelf. Ik leerde door meditatie dat ik niet mijn gedachten ben. Mijn kern kon nooit iemand van mij afpakken en dit hielp mij bij steeds duidelijker mijn grenzen aangeven. Ik ging vaker de natuur in en wandelde op mijn gemak een rondje. Niet meer proberen om tien kilometer te lopen, maar mijn lijf voelen en kijken wat het aankon. In het begin kon ik een paar minuten aan de waterkant zitten. Het liefst al met mijn telefoon in de hand. Maar steeds werd deze behoefte minder en uiteindelijk kon ik voor mijn plezier een half uur aan de waterkant zitten zonder afleiding. Gewoon genieten van de natuur en de rust.

Reïntegratie mislukte en ik besefte dat mijn pad een ander pad moest worden dan het pad dat ik voorheen bewandelde. Het roer moest om. Ik was al met mijn studie gestopt omdat die niet bracht wat ik nodig had. Lopend aan de waterkant kwam het idee voor Praktijk SAS bij me op. Ik wist inmiddels wat ik te bieden had en het leek me geweldig om helemaal vanuit mijn hart en eigen visie te kunnen werken. Maar ik wilde eerst leren nog steviger in mijn schoenen te staan. Dit heb ik geleerd door een individuele mindfulnesstraining te gaan volgen. Deze training is voor mij life changing geweest.

Kracht van mindfulness

Ik mediteerde natuurlijk inmiddels al, maar ik wilde me graag meer hierin verdiepen omdat ik het effect ervan duidelijk merkte. Ik had alle boeken van Eckhart Tolle gelezen en steeds meer lukte het me om in het nu te leven. Via mijn zorgverzekering kwam ik bij mindfulness training uit. Ik heb gekozen voor de individuele variant omdat ik meer de diepte in wilde kunnen gaan. En dat heb ik zeker gedaan. Ik heb inzichten in de training gekregen die mijn leven echt hebben veranderd. Ik zal enkele van die inzichten met jullie delen:

  • Je bent niet wat je denkt maar wat je doet. Dit was een ontzettende eye-opener voor mij. Ik geloofde namelijk alles wat ik dacht. Ik leerde dat wat ik deed niet zo verkeerd was, maar mijn gedachten matchten daar niet mee. Door die gedachten ging ik ver over mijn grenzen heen.
  • Je brein produceert gedachten, niet jij. Je gedachten zijn dus niet dé waarheid, het zijn gewoon gedachten. Jij kunt zelf kiezen hoeveel waarde je aan ze hecht.
  • Je brein is gericht op overleving. Het waarschuwt jou voor gevaar. Daarom zijn ca. 80% van je gedachten al negatief. Pas op, kijk uit etc. Je kunt je voorstellen dat in de prehistorie bij de groep horen van levensbelang was, dus ook daar zijn we alert op. Sensitieve mensen zijn hier hyperalert op omdat we nog sterker zijn in het lezen van signalen bij anderen. De interpretatie van die signalen hoeft echter helemaal niet te kloppen, want die wordt gekleurd door jouw beleving. Tel daar rejection sensitivity bij op en je kunt je een voorstelling maken van mijn gedachten..
  • Leef in het nu. Welk probleem heb je nu? Niet vandaag of deze middag, maar echt nu op dit moment. Je leeft alleen maar in het nu.
  • Je hoeft negatieve gedachten niet te vervangen door positieve gedachten. Je kunt ze waarnemen en zelf beslissen wat je ermee doet. Bepaalde gebeurtenissen en ervaringen in je leven die diepe indruk hebben gemaakt kunnen zorgen voor bepaalde gedachten. Bij mij zijn zowel ‘Ik ben niet genoeg’ en ‘Ik moet mezelf onzichtbaar maken om niet aangevallen te worden’ de twee aanjagers van negatieve gedachten. Mijn grote behoefte aan bevestiging omdat ik mezelf niet genoeg vond was in constante strijd met de behoefte mezelf onzichtbaar te maken. Je moet immers zichtbaar zijn om bevestiging te kunnen krijgen, maar dit maakt je ook kwetsbaar.
  • Ik leefde vanuit angst door de trauma’s die ik heb doorgemaakt. Dit begon al tijdens de zwangerschap waarin mijn moeder doodsangsten heeft uitgestaan. Ik heb me altijd zowel extrovert als introvert gevoeld, maar ik ben er achter gekomen dat de introverte kant is gevormd door trauma. Introvert was het onzichtbaar maken. Nu mijn trauma’s echt verwerkt zijn, merk ik dat voor het eerst in 42 jaar ik zonder angst leef. Het lijkt wel of ik een compleet nieuw leven heb gekregen, een leven vanuit vertrouwen en niet vanuit mijn angst.

Leven vanuit je hart

Voor mij was het nodig om mijn trauma’s te verwerken en mijn angsten volledig aan te gaan om uit te kunnen komen bij mijn kern. Ik las laatst dat iemand schreef dat stress (als veroorzaker bij burn-out) enkel angst is en daar ben ik het wel mee eens. Je angst om niet te voldoen bij anderen zorgt ervoor dat je over je eigen grenzen gaat. Volledig herstel van burn-out vereist het aangaan van je angsten. Dit is wat ik gedaan heb en ik kan het iedereen aanraden. Negen maanden nadat ik burn-out uitviel stond ik weer vol energie in het leven. Mijn energie stroomt weer omdat ik volledig vanuit mijn hart leef. Natuurlijk wil mijn hoofd het wel weer eens overnemen, maar ik weet nu wat ik moet doen om het contact met mijn hart niet te verliezen. Ik kan enorm genieten van mijn hoofd voluit inzetten met het ontwikkelen van methodieken, het schrijven van verhalen, het bedenken van spellen en het vormgeven van mijn eigen praktijk. Maar ik weet dat ik weer in mijn eigen valkuil zal stappen als ik niet op tijd op de rem ga staan. En ook al voel ik dan weerstand om op die rem te gaan staan want het voluit gaan voelt zo goed, ik weet ook dat mijn hoofd dan probeert controle te krijgen door alles zo goed mogelijk te willen doen. Door juist op de rem te gaan staan, een wandeling te gaan maken of een meditatie te doen, blijft mijn energie stromen en kan ik vanuit vertrouwen leven in plaats vanuit controle en angst. Dit gun ik iedereen, want het is oprecht een compleet nieuw leven.Een nieuw jaar nu waar ik enorm zin in heb. Als jij je herkent in de waarschuwingssignalen, ga dan op zoek naar die rem om bij je hart uit te komen. Het is het meer dan waard!