“Helpende gedachten helpen niet!”
Een hele poos geleden deed een meisje dat ik in begeleiding had deze uitspraak. Ik was net begonnen als begeleider van hoogbegaafde kinderen. Dit meisje was op school begeleid door de intern begeleider die haar de helpende gedachten had aangereikt. Het meisje verzuchtte bij mij “Dit helpt echt niet. Ik kan helemaal niet denken wanneer ik me zo voel. Maar ik vind het zo zielig voor de juf dat het niet helpt, dus ik zeg het maar niet. Ik vind het alleen wel superstom van mezelf dat ik dit nu ook alweer niet kan..”
Van de regen in de drup.
Zo kwam dit meisje van de regen in de drup. Ze was bij de intern begeleider gekomen omdat ze erg bang was om fouten te maken. Ze blokkeerde volledig bij met name de rekentoetsen. Het meisje kreeg aangepast werk en werd om die reden vooraf getoetst. Er wordt dan voorafgaand aan een nieuw blok de bloktoets afgenomen die normaal aan het eind van het blok wordt afgenomen. Op deze manier kan er gekeken worden wat een kind al weet of kan en hier kan dat het werk op worden aangepast. Zo wordt bijvoorbeeld onnodige herhaling voorkomen. Heel erg fijn natuurlijk, alleen betekent het dat je toetsen voor je krijgt met opdrachten die je misschien totaal niet kent.
Concentratie of angst probleem?
Dit meisje ging met de rekentoetsen om zich heen kijken en legde haar handen over haar oren. Ze gaf bij de juf aan dat ze heel veel last had van de prikkels in de klas en zich hierdoor niet kon concentreren. De juf dacht met haar mee en dit meisje mocht in een aparte ruimte werken aan haar toets. Zo waren er minder prikkels. Maar ook in de aparte ruimte bleef het meisje vaak wat gelaten om zich heen kijken. Het lukte haar niet om zich te concentreren op de toets, zei ze. Ze raakte continu afgeleid. Ze kreeg wel steeds meer stress omdat het niet lukte en uiteindelijk vond de juf haar volledig in tranen in de aparte ruimte.
Stressreacties
Zoals in een eerder blog beschreven zijn er meerdere stressreacties mogelijk wanneer het brein denkt dat er sprake is van gevaar:
- Vluchten
- Vechten
- Vrede bewaren
- Verlammen
Ons brein en zenuwstelsel werkt samen om ons veilig en in leven te houden. Ons reptielenbrein doet dit volledig autonoom. Net zoals ademen bijvoorbeeld. Als we eerst zouden moeten nadenken bij gevaar, kan het gevaar al dodelijk zijn geweest. Denken is daarom juist lastig wanneer de stressreacties het hebben overgenomen. Dit deel van je brein is minder actief omdat alles gaat richting je in leven houden. Bij de eerste drie ‘V’s schiet je in actie. Het zijn actieve reacties en je lijf wordt geactiveerd. Bij de laatste ‘V’ is dit juist niet. Je raakt als het ware “verlamd”. Bij het meisje in het voorbeeld kun je de ‘V’s terugzien.
Toets als levensgevaar
Ons brein is niet helemaal meegegaan met de tijd.. Het kan met een hevige stressreactie reageren op gevaren die helemaal niet levensgevaarlijk zijn. Zo kan het reageren op een toets zoals het in het verre verleden zou reageren op een sabeltandtijger. Je stressreacties worden ingeschakeld om je in leven te houden. Je brein heeft het beste met je voor, maar het kan op deze manier zelf het probleem worden.
Fixed mindset is een uitkomst niet een vereiste.
Ik ben ervan overtuigd dat het hele idee van een fixed en growth mindset niet meer dan een idee is. En niet eens een goed idee.. Ik zie namelijk ontzettend veel kinderen die volgens hun omgeving aan de slag moeten met hun mindset en juist hierdoor klachten ontwikkelen. De kinderen met een zogenaamde fixed mindset zijn in mijn ogen kinderen die stressreacties laten zien. Zij zetten de ‘V’s in. Ze proberen te vluchten door moeilijke opdrachten te vermijden, ze vechten door gedrag te laten zien waardoor ze onder de opdracht uitkunnen, ze proberen de vrede te bewaren door niemand teleur te stellen en als niets anders werkt komen ze in verlammen, zoals het meisje dat zei dat helpende gedachten niet helpen.
Growth mindset uitkomst van een kalm brein.
Wanneer een kind een kalm brein heeft, wil het van nature leren en ontwikkelen. Een kind dat zich veilig voelt, heeft een kalm brein. Een kind met een stressbrein zal gericht zijn op die veiligheid en dus de ‘V’s in gaan zetten. Dit zijn de kinderen die dan aangemeld worden voor mindset-trainingen. Deze trainingen beweren de kinderen een groeimindset aan te leren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het denken. Bijvoorbeeld door helpende gedachten in te zetten. Of door te leren wat iemand met een groeimindset zou denken. Maar een fixed mindset heeft overeenkomsten met een stressbrein en is gericht op veiligheid en controle. Een groeimindset past bij een kalm brein en is gericht op exploreren en ontdekken.
De trainingen kunnen prima helpen als er geen sprake is van een echt stressbrein, maar wanneer je stressreacties het hebben overgenomen is dit geen optie meer. Wanneer het stoplicht zogezegd op oranje staat kun je dit nog inzetten, maar als het op rood staat niet meer.
Falen in de mindsettraining.
Zo komen deze kinderen van een koude kermis thuis. De training heeft hen niet enkel niet geholpen, het heeft hun stress verhoogd. Zij hebben gefaald in de mindset-training want ze denken nog steeds als iemand met een fixed mindset. Ze gaan nog steeds uitdagingen uit de weg. Of ze komen zo in ‘vrede bewaren’ terecht dat ze voor de ander dingen gaan doen die intern nog heel slecht voelen. Ze gaan het alleen niet meer delen om anderen niet teleur te stellen. Dit kan weer allerlei andere klachten gaan geven.
Fixed en growth idee is hartstikke fixed!
Het idee van Carol Dweck is precies dat: een idee. Met name in het onderwijs en de hulpverlening is er in mijn ogen met dit idee aan de haal gegaan. Toen ik ermee werkte in mijn beginjaren als hulpverlener merkte ik al snel op dat het hele idee hartstikke fixed is. Natuurlijk wordt er van een soort spectrum gesproken, maar in het onderwijs en de mindset-methoden wordt er echt gekeken als Ăłf Ăłf. Dat is al per definitie een fixed idee.
Veiligheid geeft groei.
De kinderen die stress laten zien omdat ze toetsen moeten maken of met andere kinderen moeten samenwerken of wat dan ook hebben vaardigheden nodig om die stress te reguleren. Dat betekent dat ze serieus dienen te worden genomen. We zouden tegen een volwassene met hevige faalangst toch ook niet zeggen: “Nou denk maar als iemand die geen faalangst heeft en dan moet je doen wat die persoon zou doen.” Als het zo makkelijk was, had niemand faalangst.
Je moet je veilig voelen om te kunnen komen tot leren, fouten maken en ontwikkelen. En het ene kind heeft hier meer voor nodig dan het andere kind. Dit kan door allerlei oorzaken zijn. Laten we kinderen serieus nemen en hen helpen bij het leren reguleren van hun stress en niet hun stress verhogen met trainingen die valse beloften doen.
Zo kunnen er geen kinderen meer falen in de faalangsttraining!
