Behoefte van dé hoogbegaafde.
Bij hoogbegaafdheid wordt vaak aangegeven dat deze kinderen andere behoeften hebben. Om deze reden is bijvoorbeeld vorm gegeven aan onderwijs voor hoogbegaafde kinderen zoals een plusklas of het voltijds hoogbegaafden onderwijs. Dit onderwijs zou dan beter aansluiten bij de behoefte van de hoogbegaafde kinderen door bijvoorbeeld lesstof die meer uitdagend is.
Maar bestaat er zoiets als de behoefte van dé hoogbegaafde? Nee, die bestaat niet. Er bestaan immers allerlei personen met hoogbegaafde persoonskenmerken. Ieder persoon heeft daarnaast nog andere persoonskenmerken. Ieder persoon heeft ook weer andere behoeften. Zo kan het zijn dat het ene hoogbegaafde kind supergoed gedijt in het voltijds HB onderwijs of de plusklas en het andere kind juist helemaal niet. Het zijn namelijk allemaal mensen met eigen behoeften.
Behoefte aan verbinding.
Iets dat we vaak in de praktijk zien, is dat een kind bij de ene leerkracht totaal ander gedrag laat zien dan bij een andere leerkracht. Een schooljaar lijkt bij gevoelige hoogbegaafde kinderen vaak te vallen of staan bij wie er voor de klas staat. Het ene jaar lijkt alles vanzelf te gaan en krijgt het kind vleugels en het andere jaar lijkt niets te lukken. Hoe kan dit zo’n groot effect hebben? Wij denken dat het te maken heeft met de oprechte authentieke verbinding.
Scannen op authenticiteit.

Tessa Kieboom beschrijft in haar Zijns-luik als onderdeel van hoogsensitiviteit het vermogen van hoogbegaafde kinderen om mensen te scannen op authenticiteit. (Kieboom & Venderickx, 2017) Ze scannen eigenlijk of iemand écht zichzelf is. Wanneer een leerkracht om wat voor reden dan ook niet helemaal authentiek is, voelen deze kinderen dat aan. Dat klinkt heel heftig, niet authentiek zijn. Maar het is iets dat vaak gebeurt, bijvoorbeeld om onzekerheid te verbloemen.
Zo kan bijvoorbeeld iemand die onzeker is de rol aannemen van de niet onzekere leerkracht. Een hoogbegaafd kind prikt hier echter vaak snel doorheen. Het kind voelt dat het niet klopt, maar kan vaak niet duiden wat het voelt. Het voelt gewoon niet oké..
Stress-reacties.
Doordat de binnenkant en de buitenkant van de persoon niet matchen, geeft dit het kind een gevoel van onveiligheid. Bij de hoogsensitiviteit beschrijft Tessa Kieboom ook het kenmerk ‘eerdere confrontatie met gevaar en angst’. Het stressbrein raakt zogezegd sneller getriggerd.
Het getriggerde stressbrein en de stress-reacties nemen het nu over. Het ene kind trekt dan terug (vluchten) en krijgt bijvoorbeeld buikpijn of hoofdpijn. Het andere kind gaat de ideale leerling proberen te zijn (lijmen/onderwerpen). Weer een andere kind probeert onzichtbaar te zijn (bevriezen). En sommige kinderen gaan juist opstandig gedrag laten zien (vechten) en schoppen tegen het masker van de leerkracht aan.
Autoriteit en controle werken averechts.
Vaak zie je dan dat men vanuit autoriteit probeert om controle te pakken. Dit komt meestal doordat de docent ook in een vecht-reactie terechtkomt. Hoe meer autoriteit ingezet wordt, hoe harder de kinderen die al in een vecht-reactie zaten gaan schoppen tegen dat masker. Hoe meer het gevecht tussen de docent en deze kinderen toeneemt, hoe groter ook het onveiligheid gevoel wordt bij de kinderen die in een vlucht-, bevries of onderwerp-reactie zitten. Zij zullen in de klas weinig gedrag laten zien, maar thuis des te meer. Soms komen deze kinderen thuis dan in een vecht-reactie terecht of zij krijgen meer internaliserende klachten zoals somberheid, slecht slapen of fysieke klachten.
Voorbij het masker.
Meerdere malen heb ik dit afgelopen jaren zien gebeuren in de relatie tussen een klas en een docent. Een docent zei me eens dat ze nu gewoon even met harde hand die relschoppers aan moest pakken zodat ze erna kon inzetten op die meer teruggetrokken kinderen. Ik heb haar uitgelegd dat ze op deze manier beide groepen kwijt raakte.
Deze docent stond inmiddels volledig in haar vecht-reactie. Ze kreeg halverwege het schooljaar voor twee dagen per week deze groep omdat een docent plots uitviel. Ze had niet eerder gewerkt in het voltijds HB onderwijs. De kinderen bleken ook achter te lopen, dus ze kreeg de taak mee om even “gas te geven” met deze klas. Ze vond het spannend, maar uitte dit tegen niemand. Ze zette haar masker op dat zei: ik kan dit zelf. Maar de kinderen zagen door haar masker heen en zagen haar angst. Dit creëerde een gevoel van onveiligheid en hierdoor kwamen de kinderen in stress-reacties terecht.
Een gevecht zonder winnaars.
En zo begon het gevecht tussen de docent en de klas. Andere docenten zagen de worsteling en wilden ondersteunen, maar omdat ze haar masker ‘ik kan dit zelf’ op had staan, kon ze geen ondersteuning aannemen. Ze zei het zelfs helemaal niet nodig te hebben. Ouders begonnen aan de bel te trekken. Zij zagen dat het niet goed ging met hun kind op de dagen dat deze juf voor de klas stond.
De juf werd onzekerder en onzekerder en dus ging het masker meer en meer op. Ze verhardde en kwam steeds meer alleen te staan. Hoe meer zij haar masker opzette, hoe meer kinderen hierop gingen reageren. Hoe meer de kinderen en hun ouders gingen reageren, hoe meer het masker op ging. Tot ze niet langer meer kon en huilend de klas uitrende en zich ziek meldde. Ze was helemaal op.
Behoefte aan uitdaging.
In ‘HB-land’ wordt altijd veel aandacht gegeven aan de behoefte aan uitdaging die deze kinderen hebben. Onderwijs moet op maat gemaakt worden en moet uitdagend zijn. Alles is vaak gericht op de behoefte aan cognitieve uitdaging.
Maar is dit de basisbehoefte? Beide docenten uit het voorbeeld boden exact dezelfde uitdagende lesstof aan. Het resultaat was echter totaal verschillend.
Wij geloven dat de basisbehoefte verbinding is. Oprechte authentieke verbinding. Gezien, gehoord en erkend worden. Mogen zijn wie je bent, met je gevoelens van kwetsbaarheid. Vanuit verbinding komt dan de kans tot leren, ontwikkelen en uitdagen. Hier heb je eerst een basis van veiligheid voor nodig.
En het gevecht met de klas dan?
Er zou in onze ogen veel meer aandacht mogen zijn voor dit kenmerk van hoogbegaafdheid. Het kan namelijk enorm heftig zijn wanneer kinderen zo door je masker heen prikken. Dit doen ze niet alleen bij leerkrachten, maar ook bij hun ouders, hun familieleden, vrienden etc. Dit kan intense negatieve stress-patronen in de hand werken. De behoefte aan écht oprechte authentieke verbinding is een uitdaging. Maar als deze er is, dan kan je vaak alle kanten op samen.
Inzicht in stress.
Inzicht hebben in de verschillende stressreacties en stressprocessen kunnen ondersteunend zijn om die verbinding beter tot stand te laten komen. Wat zou er gebeuren wanneer er ruimte was geweest voor de gevoelens van de leerkracht en van de klas? Wanneer er ruimte was geweest voor de gevoelens van de klas van plots afscheid nemen van een leerkracht en van de leerkracht voor het zomaar de plaats invullen van die gemiste leerkracht?
Verbinding maken is altijd de eerste stap.
Wij geloven dat het maken van verbinding de eerste stap zou moeten zijn. Neem hier de tijd voor. Contact maken en elkaars context (en behoeften) leren kennen leidt tot echte connectie. Direct focussen op de taken zonder eerst verbinding te maken, zorgt er vaak alleen maar voor dat de taken nog minder gedaan zullen worden. Heb vertrouwen dat wanneer er ruimte is gemaakt voor verbinding de volgende stappen genomen zullen worden. Waarschijnlijk zelfs in sneltreinvaart..
Bron: Kieboom, T. & Venderickx. Meer dan intelligent.
