Practise what you preach

Ken je dat? Dat je aan anderen aan het uitleggen bent wat hen zou kunnen helpen, maar dat je plotseling beseft dat je zelf precies het tegenovergestelde aan het doen bent? Dat aha-moment kwam bij mij ineens voorbij. Ik besefte dat ik een gebrek aan uitdaging ervoer waardoor ik mijn happy gevoel aan het verliezen was en bore-out-achtige klachten begon te ervaren.

Hoogbegaafd en uitdaging

De meeste mensen hebben al wel eens gehoord dat het voor hoogbegaafden belangrijk is om voldoende uitdaging te hebben om zich gelukkig en lekker in hun vel te kunnen voelen. Vaak is dit onderdeel van de begeleiding van een (hoog)begaafd kind.

Wat gebeurt er regelmatig op school? Een kind is telkens snel klaar met de werkjes en krijgt dan extra werk. Dit extra werk mag wel pas gemaakt worden wanneer het “gewone” werk af is. Gevolg: het kind krijgt meer werk dan de andere kinderen en het wordt hier niet per definitie gelukkiger van. Gevolgen voor kinderen hiervan kunnen zijn:

  • Het kind ervaart stress omdat het zoveel werk moet doen. Het laat dit misschien niet op school zien, maar thuis zien ouders een boos of verdrietig kind na school of een kind dat in de ochtend buikpijn en hoofdpijn heeft en niet naar school wil.
  • Het kind raffelt het “gewone” werk af omdat het graag het extra werk wil doen. Dan wordt ingezet op het “gewone” werk eerst goed maken en wordt het extra werk als beloning ingezet.
  • Het kind vindt het oneerlijk dat het meer moet doen dan de andere kinderen en weigert het extra werk te doen.
  • Het kind ziet dat de andere kinderen veel minder moeten doen en bedenkt om dan maar langzamer te gaan werken zodat het lijkt dat het kind onderwijs krijgt dat passend is bij de leerbehoefte.

Niet extra maar passend werk

Vaak wordt de denkfout gemaakt dat er sprake is van extra werk. Het woord extra geeft echter een verkeerde lading aan het werk. Het gaat hierbij om passend werk. Passend bij de leerbehoefte van het kind. Het is dus zeker geen extra werk, maar gewoon het werk dat voor dit kind nodig is om tot leren te kunnen komen. Zo wordt het niet langer kijken naar hoe extra werk kan worden ingezet, maar hoe kan worden gekomen tot een passend leeraanbod voor dit kind.

Niet verrijken en verdiepen zonder compacten

De eerste stap in het zoeken naar het passend leeraanbod voor een kind dat de reguliere stof sneller tot zich neemt dan het gemiddelde kind waar de lesstof op is afgesteld, is onderzoeken waar de lesstof kan worden ingedikt. Een zeer vaak gehoord woord bij hoogbegaafde of intellectueel talentvolle kinderen is het woord SAAI!

Saai kan veel dingen betekenen zoals te moeilijk of te veel van hetzelfde. Dat laatste komt door het vele herhalen en inoefenen dat onderdeel is van de methodes. Door de lesstof in te dikken en voor deze kinderen onnodige herhaling eruit te halen kan de saaiheid worden verminderd.

Er zijn verschillende manieren om te compacten zoals bijvoorbeeld voorafgaand aan een blok de bloktoets af te nemen bij een kind. Zo kan er gekeken worden wat het kind al beheerst en kan er geschrapt worden in de lesstof. Via deze link https://talentstimuleren.nl/onderwijs/primair-onderwijs/differentieren/compacten is er per methode te vinden hoe er gecompact kan worden.

Taxonomie van Bloom

Wanneer de lesstof dan is ingedikt, ontstaat er ruimte voor verrijking en verdieping voor het kind. We gaan nu dus lesstof toevoegen om te kunnen komen tot een passend aanbod bij de leerbehoefte van dit kind. Wat is hier nu belangrijk bij? Nog vaak worden er projecten ingezet waarbij een kind over een onderwerp dingen moet opzoeken, dit moet verwerken in een werkstuk en tot slot het moet presenteren voor de klas. Dit doet echter alleen een beroep op de lagere denkorde.

Bloom heeft een onderscheid gemaakt tussen lagere denkorde opdrachten en hogere denkorde opdrachten. Lagere denkorde opdrachten doen een beroep op begrijpen, onthouden en toepassen van stof. Hogere denkorde opdrachten doen een beroep op analyseren, evalueren en creëren. Hierbij moet je dus echt gaan denken. Dit laatste is wat een intellectueel talentvol kind ervaart als de prikkeling die voldoening geeft aan die intense leerhonger. Bij het eerder genoemd project wordt er enkel een beroep gedaan op de lagere denkorde en dit is dus niet voldoende uitdagend.

Andere talenten gaan meedoen

Wanneer je niet toekomt aan voldoende prikkeling van je intellectuele talent, gaan de andere talenten vaak meedoen met het onprettige gevoel. Je kunt bijvoorbeeld meer last krijgen van het zintuiglijk talent en meer last ervaren van allerlei prikkels. Je kunt ineens minder goed bepaalde kleding of geluid verdragen bijvoorbeeld. Ook het psychomotorisch talent kan mee gaan doen bij deze onderprikkeling. Je kunt ineens veel meer innerlijke onrust ervaren, meer moeite hebben met je impulsiviteit bedwingen of hyperactief worden. Het beeldend talent kan meedoen als reactie op de onderprikkeling door je veel te laten dagdromen. Je lijkt minder goed geconcentreerd en “gaat uitzonen”. Als laatste komt vaak ook het emotioneel talent meedoen met de pret. Je gaat meer extremen in emoties ervaren. Je zit niet lekker in je vel.

Zoals je ziet kun je dus op allerlei gebieden last hebben van de intellectuele onderprikkeling. Vaak zorgt dit ervoor dat het kind allerlei andere hulp aangereikt krijgt, omdat er niet gezien wordt dat het om intellectuele onderprikkeling gaat. De uitingen van de andere talenten scheppen dan een verwarrend beeld.

Het werkt ook andersom. Een overprikkeling van het emotioneel talent (bijvoorbeeld door een gevoel van onveiligheid bij de klas of leerkracht) kan ervoor zorgen dat het kind niet openstaat voor de extra uitdaging en dit probeert te vermijden. Zo zie je dat het geen gesneden koek is om te bepalen wat een kind nodig heeft. Aandacht voor alle talenten bepaalt vaak het succes hierin.

Wat je zegt, ben je zelf..

Ik geef trainingen en opleidingen aan professionals in onderwijs, jeugdhulpverlening en kinderopvang over hoogbegaafdheid, talentvolle kinderen en hoogsensitiviteit. Wat ik hierboven besproken heb, komt dan natuurlijk ook aan bod. Terwijl ik tijdens een training dit aan het uitleggen was, kreeg ik een aha-moment! Zonder het in de gaten te hebben, was ik zelf in de valkuil gestapt van te veel in de lagere denkorde werken. Langzaam dooft dan mijn innerlijke lichtje. Ik ga meer vermijdend gedrag inzetten, voel me moe, krijg moeite met concentreren en ga zo maar even door. Klachten die richting bore-out gaan. Ik MOET dus echt toekomen aan analyseren, evalueren en creëren om lekker in mijn vel te blijven zitten.

Practise what you preach

Nu mocht ik dat wat ik anderen leer opnieuw voor mezelf gaan toepassen. Indikken van datgene wat minder uitdaging en prikkeling oplevert en toevoegen van opdrachten die een beroep doen op die hogere denkorde. En dan ineens gaat alles weer stromen. De creativiteit die dood bloedt bij mij wanneer ik vast zit in te weinig uitdaging, komt dan plotseling weer tot leven. Ik voel de bubbels weer bruisen in mijn hoofd en lijf en de ideeën buitelen weer door mijn hoofd. Ik krijg weer energie en voel me emotioneel fijn en sterk.

Herken je dit?

Herken je dit bij je kind of misschien wel bij jezelf? Kijk dan eens wat Praktijk SAS zou kunnen betekenen. Of bekijk eens of een training of opleiding op dit gebied zoals op de https://intensomethode.nl/ te vinden is, iets is wat jou weer de juiste prikkeling kan geven om jezelf weer vol leven en enthousiasme te kunnen voelen!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.