Van angst en controle naar kracht en loslaten

Ik ben mijn hele leven al angstig geweest. Ik kan me eigenlijk niet anders herinneren dan dat ik angstig was. Op een verjaardagsfeest van mijn tante ging ik als peuter onder de stoel van mijn moeder slapen omdat ik bang was dat ik anders daar moest blijven logeren als ik in slaap viel. Ik sliep altijd met mijn gezicht naar de deur zodat ik de klink in de gaten kon houden. Als ik naar de w.c. moest in de nacht deed en liet ik (tot grote irritatie van mijn ouders) alle lichten aan om naar beneden te gaan. Daar trok ik in één seconde door en rende ik naar de trap omdat ik door het geluid van de w.c. ik niet kon horen of er iemand aan kwam. Dan rende ik met drie treden tegelijk de trap op en sprong van verre mijn bed in zodat niemand mij van onder het bed kon grijpen. Met een hartslag van tweehonderd slagen per minuut probeerde ik dan weer de slaap te vatten.

Angstig vechten

Angst loopt als een rode draad door mijn leven. Eigenlijk al in de baarmoeder is dit begonnen. Mijn moeder doorstond angstige momenten tijdens haar zwangerschap van mij en ook mijn geboorte ging gepaard met gevoelens van angst. Ik werd zeven weken te vroeg geboren en moest sondevoeding krijgen. Het lukte de verpleging echter niet om die sonde bij mij in te houden omdat ik die sonde met mijn zeven weken te vroeg geboren lijfje eigenwijs uit mijn neus bleef trekken. “Dat is een vechtertje”, werd toen tegen mijn moeder gezegd. En dat klopt. Ik ben een vechter. Maar lange tijd heb ik enkel en alleen gevochten vanuit angst. Angst om er niet bij te horen, angst om pijn gedaan te worden, angst om alles eigenlijk. Ik was zo gewend aan angstig zijn dat ik het niet eens meer opmerkte als angst. De angst was onderdeel van mij geworden net als het vechten. Bij moeilijke momenten moest ik gewoon iets harder mijn best doen en wat harder knokken, was mijn diepe overtuiging.

De angst voorbij

Vanochtend liep ik een rondje door mijn favoriete stukje natuur in mijn woonplaats. Dit stukje natuur heeft een grote rol gespeeld bij het herstel van mijn burn out. Ik merkte destijds hoe fijn ik het vond om in stilte in de natuur te zijn. Echter bleef de angst mij parten spelen. Ik kiende uit hoe ik kon lopen zodat ik altijd gezien kon worden. Bij de komst van een jogger sloeg mijn hart een paar slagen over. Overal voelde ik gevaar. Vaak niet eens bewust, maar mijn lichaam reageerde volledig automatisch op iedere kans op gevaar. Ik stond eigenlijk altijd in staat van paraatheid. Ik zat ook altijd op het puntje van mijn stoel. Klaar om te vluchten. Maar ik zette door omdat ik voelde hoe goed de natuur me deed. Toch bleef dat hyper-alerte gevoel aanwezig. Vanochtend liep ik in datzelfde stukje bos en luisterde ik naar het geluid van de vogeltjes. Ik genoot van de zon op mijn gezicht. En ineens voelde ik het, of beter gezegd: ik voelde het niet. Er was geen angst. Ik kon gewoon wandelen zonder verhoogde hartslag en in het moment zijn. Niet beducht op gevaar, maar genietend van de natuur.

Wauw

Dit gevoel kwam op een diepgaand niveau bij me binnen. Wauw. Wat kan het leven anders zijn zonder angst. Er is een zin uit het lied ‘Oceaan’ van Racoon dat me diep raakte toen het liedje uitkwam. “Het leven jaagt geen angst meer aan. Het laatste stuk zal ook wel gaan, tot ik ga staan.” De afgelopen jaren heeft deze tekst steeds op verschillende momenten diep geresoneerd bij me. Ik weet het moment nog dat ik nog kroop maar het gevoel kreeg dat ik zou kunnen gaan staan. Ik weet het moment nog dat ik ging staan. En ik beleef nu het moment dat ik rechtop mag lopen door het leven.

Hoe dan?

En dan komt natuurlijk de hamvraag. Hoe is dit zo veranderd? Allereerst was het nodig dat ik inzicht kreeg in hoe ik mezelf had leren omgaan met mijn angst. Dit was voor mij heel duidelijk: CONTROLE! Ik was een absolute controlfreak. Mijn begaafde hoofd was hierin eerder een wapen tegen mij dan voor mij. Want analyseren kan ik als de beste en dus probeerde ik alles met mijn hoofd onder controle te krijgen. Een aantal sessies cognitieve therapie versterkte dit nog voor mij. Want nu probeerde ik controle te krijgen over mijn gedachten. Helemaal dol werd ik ervan. Denken, denken en nog meer denken. Ik leefde compleet vanuit mijn hoofd. Mijn lijf voelde ik alleen wanneer het pijn ging doen. En dat ging het door de jaren heen steeds vaker doen.

Hé, ik heb ook nog een lijf

Oh ja, een lijf. Dat had ik ook nog. Dat lijf is een belangrijk onderdeel geweest van het leren leven zonder die allesoverheersende angst. Dat lijf hield er namelijk mee op toen ik burn out raakte. Ik had al eerder een hoop signalen gekregen van mijn lijf dat het niet goed ging, maar deze had ik amper opgemerkt. Bloeddruk die ineens veel hoger dan ooit was, benen die constant trilden, het ene virus na het andere virus oplopen en ga zo maar door. Ik vond het alleen maar lastig. Maar weer eens naar de huisarts of hij dit niet kon fiksen. Lastig, zo’n lijf dat niet meewerkt. Maar daar had ik het mis. Dat lijf was niet lastig. Dat lijf was mijn redding.

Leren voelen

Aangezien reguliere therapie niet veel meer voor mij deed dan mijn hoofd nog harder laten werken, besloot ik een andere weg in te slaan. Ik ging een individueel mindfulness traject aan. Door meditatie leerde ik contact maken met mezelf. Ik leerde weer te voelen. Tijdens de sessies kon ik soms precies voelen hoe mijn hoofd vocht tegen het contact maken. Ik begrijp nu dat het mij wilde beschermen en echt denkt dat ik door nog meer denken veilig ben. Maar ik kan nu voorbij dat punt komen. En de enige manier om dat te doen is loslaten. Dit bleek mijn thema te zijn: loslaten en vertrouwen. Dit staat natuurlijk haaks op angst en controle. Door te leren mijn angst recht in de ogen aan te kijken en helemaal te doorvoelen kwam er ruimte voor loslaten. Een belangrijke vraag om mezelf te stellen bij angstige momenten zoals een moeilijk gesprek aangaan was: ‘Ga ik hier dood aan?’ Het klinkt misschien banaal, maar die vraag hielp mij enorm. Zo lang ik er niet dood aan zou gaan, zou ik het toch sowieso kunnen proberen.

Laat het los

Loslaten deed ik. Nog steeds komt mijn oude beschermingsmechanisme wel eens om de hoek kijken bij stressvolle situaties. Mijn hoofd gaat dan in “overdrive.” Mijn coach omschreef mij wel eens als een soort TGV trein en gaf aan dat een sneltrein ook goed is. Inmiddels weet ik dat ik nu eenmaal die TGV trein ben, maar dat het misgaat wanneer ik op vijf sporen tegelijk wil rijden. Ik doe dat wanneer ik controle probeer te pakken over dingen waar geen controle over te pakken is. Zodra ik dit bij mezelf bemerk dwing ik mezelf om af te remmen en de stilte op te zoeken. Ik zoek de stilte op en laat bewust los. Telkens weer voelt dat alsof er ineens een zware last van me afvalt. En ik weet dat het vaag klinkt, maar dan gaat alles weer stromen. Dingen gaan ineens vanzelf. Inmiddels is dit al zo vaak gebeurd, dat ik hierop durf te vertrouwen. Ik weet dat mijn hoofd nog anders daarover denkt en dus mijn “overdrive” zal willen aanzetten. Maar als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. En dus geef ik mijn beschermende hoofd een liefdevolle aai over haar bol en zeg dat ik weet wat ze voor me probeert te doen, maar dat het niet werkt. Ik laat het los. En vertrouw.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.